SerierecensieHet a-woord

De jonge Bart van den Berg speelt in ‘Het a-woord’ sterker dan Dustin Hoffman ★★★☆☆

Een geslaagde remake van een Israëlische serie over een jongetje met een autisme-spectrum-stoornis en zijn familie.

Bart van den Berg als Sam in de zesdelige dramaserie ‘Het a-woord’.

Het a-woord

Drama, 6x45 min., te zien op NPO Plus (en elke maandag op NPO 1 om 21.30 uur)

★★★☆☆

Regie Anna van der Heide en Remy van Heugten, met o.a. Lies Visschedijk, Guy Clemens, Bart van den Berg en Aiko Beemsterboer.

Natúúrlijk is Sam, die onder de openingstitels het beeld in banjert, de hoofdpersoon in Het a-woord. Direct is duidelijk dat hij geen ‘normaal’ jongetje is, als hij daar op de grens van bos en hei met zijn windmolentje in de hand en koptelefoon op zijn hoofd alleen voortsjokt, de tekst van de muziek op zijn hoofd meezingend (Never Be Clever van ­Herman Brood – beetje te, misschien).

Als even later zijn 6de verjaardag wordt gevierd, krijgt die verstilde opening een ostentatief vervolg en is het ook alle personages duidelijk dat er aan Sam iets mankeert.

De zesdelige serie Het a-woord is, zegt omroep EO, een ‘Nederlandse adaptatie’ van de Israëlische serie Yellow Peppers (uit 2010), die 26 afleveringen telt en waarvan de BBC in 2016 ook al een eigen versie maakte (The A-Word, het derde seizoen is dit voorjaar uitgezonden).

In alle gevallen is Sam een jongen met een autistisch-spectrum-stoornis. En vermoedelijk in alle versies, en in elk geval in de Nederlandse, is het zijn omgeving die een manier moet vinden om daarmee om te gaan. Een grap maken - als elke familie hebben ze hun eigen humor - is niet langer een vanzelfsprekendheid noch een sociaal smeermiddel.

Die omgeving bestaat behalve uit zijn ouders uit een halfzus, een grootvader en een oom en tante, die zich allemaal voortdurend in en rond Sams woonhuis begeven. Dat doet in het rurale Israëlische origineel vermoedelijk minder geforceerd aan dan hier.

Buiten dat doet Het a-woord nergens ‘remakerig’ aan. Dat is uiteraard te danken aan de Nederlandse scenarioschrijvers (Myranda Jongeling en Karin van der Meer), maar vooral toch aan het acteursensemble, dat in deze serie goed op dreef is. Lies Visschedijk zet de toon als Sams moeder, die overtuigend en ontroerend het traject doorloopt van ontkenning via paniek en wanhoop (‘Als Sam naar het speciaal onderwijs gaat, betekent dat dat wij het opgeven’) naar berusting en wie weet hernieuwde levensmoed. Guy ­Clemens doet nauwelijks voor haar onder als haar man die de zaken ogenschijnlijk (maar natuurlijk niet heus) lichtvoetiger opvat. En de jonge Bart van den Berg in de moeilijke rol van Sam is op geen zwak moment te betrappen; zeldzaam knap en sterker dan Oscarwinnaar Dustin Hoffman in Rain Man.

Het enige wat vraagtekens oproept, is dat alle personages uit de familie een uitgebreide eigen verhaallijn krijgen. Is de date-komedie die zich afspeelt tussen de weduwnaar geworden opa en zijn zanglerares er om de zaak te verluchtigen? Is het overspeldrama van Sams oom en tante er om de aandacht van Sam af te leiden? Zijn de puberliefdesperikelen van zijn halfzus er om te laten zien dat anderen óók zo hun besognes hebben? Draagt het vluchtelingenprobleem dat in de persoon van Sams oppas Adil plompverloren om de hoek komt kijken, iets wezenlijks bij aan het centrale thema van de serie? Of zou het zo overvol zitten omdat de Nederlanders hebben geprobeerd een langere reeks in te dikken? (Het einde lijkt te duiden op een vervolg, dus dat laatste vermoedelijk niet.)

Dat ze er zijn is niet het probleem, dat die secundaire verhaallijnen op momenten te veel gewicht krijgen wel. Dan zijn er opeens te veel hoofdrolspelers en gaat Het a-woord op een soap lijken, wat het niet is.

Sam, zijn twee ouders en hun problemen zijn meer dan genoeg voor zes (of meer) afleveringen en Sam is de best denkbare hoofdpersoon. 

Meer over