De illustratie van een idee

WIE WAT meer heeft gelezen dan het gemiddelde - vermoedelijk omdat hij meer van lezen houdt dan van televisiekijken - zal zich er regelmatig op betrappen dat hij metéén iets heeft met een boek, of niet....

Met berichten over een massaoplage in Frankrijk, heftige emoties onder het (linkse) volkje dat in Parijs de dienst denkt uit te maken en aanprijzingen van allerlei fluimen in Nederland (alleen Martin Ros ontbrak tot nu toe) leek mij de roman Elementaire deeltjes van Michel Houellebecq in een zodanig verkeerde geur van heiligheid te staan dat ik alleen de Nederlandse editie nog maar in handen hoefde te krijgen om mijn gal te kunnen spuwen. En inderdaad: niets eraan beviel me, de titel niet, het woord roman tussen haakjes niet en ook de uitvoering, foeilelijk gebonden, leek me een miskleun. Alleen de naam van de schrijver, Houellebecq, kon ermee door. Dat klonk Bretons, en dat is voor de Ingweonen (kustbewoners) die wij volgens Tacitus zijn, altijd goed.

'Wanneer er een metafysische omwenteling is opgetreden, ontwikkelt die zich zonder weerstand te ontmoeten verder ook in haar uiterste consequenties', een (sleutel)zin uit de proloog, maakte de stemming er niet beter op. Het gedicht dat erop volgde ('Nu wij leven in het licht,/ Nu we hier leven dicht bij het licht,/ En nu het licht onze lichamen omspoelt,/ Onze lichamen omsluit/ In een halo van vreugde. . .'), bracht daar geen verandering in en toen ik vervolgens zinnen las als: 'Het opvallende lot van Martin Ceccaldi is in feite volmaakt symptomatisch voor de integrerende rol die de niet-confessionele scholen ten tijde van de Derde Republiek hebben gespeeld in de Franse samenleving en de voortrekkersfunctie die ze hebben vervuld op het gebied van de technologische vooruitgang' - toen dacht ik op een Franse opiniepagina te zijn beland (met alle verwaten, veelal academische prietpraat van dien) en overwoog ik Elementaire deeltjes in de doos voor de vrijmarkt te dumpen.

Maar ik las door. Per slot van rekening was ik al op bladzijde 25 (dus nog maar driehonderd te gaan) en had deze korte aanloop me alleen maar nieuwsgieriger gemaakt naar het waarom van de opschudding in Frankrijk. Zat 'm die in het feit dat Houellebecq zijn tijdgenoten een spiegel voorhield, of was men geschokt door het toekomstbeeld dat hij schetste (als in het begin van het nieuwe millennium het klonen van mensen heel gebruikelijk wordt). Beide vermoed ik, want hoe je het ook wendt of keert, Houellebecq is er met deze roman wel degelijk in geslaagd ons (Ingweonen of niet) met de neus op een paar feiten te drukken, en die feiten houden allemaal verband met de desintegratie van de traditioneel joods-christelijke beschaving onder invloed van de 'voortschrijdende technologie'.

Dat is een onderwerp voor een opiniepaginastuk, of voor een academische publicatie in het bekende nietszeggende jargon (waar ook Elementaire deeltjes niet vrij van is), maar je kunt er ook een roman van maken in de hoop je lezers het gevoel te geven een onontkoombare waarheid onder ogen te moeten zien.

Die weg heeft Houellebecq gekozen, onder meer door twee halfbroers, kinderen van dezelfde hippiemoeder, in het leven te roepen, die als kind en later als volwassene in geheel verschillende werelden terechtkomen. De een, Bruno wordt leraar Frans (en doceert dan Proust en Baudelaire), de andere, Michel, wordt een zeer kundig moleculair bioloog, die - zo blijkt veel later - een belangrijke bijdrage aan de techniek van het mensen klonen heeft geleverd (en daardoor kandidaat was voor de Nobelprijs).

De een is hedonist, de ander, zou je met enige overdrijving kunnen zeggen, een autist, maar misschien hebben ze meer met elkaar gemeen dan het lijkt, want terwijl Michel nauwelijks bij machte is zich met een levend mens in te laten, kan Bruno zijn levenlang eigenlijk alleen maar loeren naar vrouwenborsten en vulva's.

Wat de twee verbindt, is derhalve een diepe, diepe eenzaamheid. Houellebcq lijkt daarbij meer greep te hebben op Bruno dan op de geleerde Michel (een onvolkomenheid die kan bijdragen aan het autistische beeld dat de lezer van hem krijgt). Hun eenzaamheid is des te wranger omdat de (negentiende-eeuwse naturalistische) verklaringen die Houellebecq de lezer schenkt (de twee zijn door hun ouders en milieu op een bepaalde manier voorbestemd), niet werken, althans niet in het geval van de eigenlijke hoofdpersoon Bruno.

Hij is vooral onder invloed van tijdsomstandigheden zo'n beklemd, ingeperkt, seksueel misvormd figuur (die eigenlijk alleen maar kan en wil masturberen) dat zich onder je ogen als het ware een 'uitvergroting' van hem voltrekt. Bruno wordt 'een man zonder eigenschappen', die staat voor de man, in de fase van de geschiedenis die Houellebecq ons toont: het einde van de twintigste eeuw. Dat heeft die Houellebecq dan toch maar mooi voor elkaar gekregen, ben je geneigd tevreden te constateren. Maar het is nóg mooier, doordat de schrijver in de meest aansprekende passages van het boek - als Bruno een voormalig links vakantiekamp bezoekt, waar de New Age hoogtij viert - van de spiegel die hij zijn lezers voorhoudt, een lachspiegel maakt. Je krijgt dan het vermoeden dat er veel van de auteur in deze Bruno is gaan zitten. Zo authentiek doet het wel aan.

Toch is dat, hoe fraai ook, te weinig om Elementaire deeltjes een geslaagd boek te kunnen noemen. Daarvoor stuit je te vaak op saaie sociologische algemeenheden of onbegrijpelijke natuurwetenschappelijke uitweidingen, die niet saai zijn omdat je in een roman nu eenmaal niets sociologisch of natuurwetenschappelijks mag stoppen, maar omdat ze stilistisch zwak zijn (niveau opiniepagina), en geen (bezield) verband aangaan met de sterke, persoonlijke delen. Het boek als geheel krijgt daardoor niet de betekenis die een geslaagde esthetische vorm kan schenken.

Houellebecq, zou je daaraan kunnen toevoegen, is een 'beschrijver', geen schrijver: hij noteert wat hij heeft bedacht, maar hij evoceert zelden. De stijl die hij hanteert, past bij de (rammelende) vorm waar hij naartoe heeft gewerkt om zijn tijdgenoten (of liever gezegd de jaren-zeventig-generatie die hun voorafging) de les te lezen.

Als je de laatste, wat hoogdravende zin hebt gelezen ('Dit boek is opgedragen aan de mens'), kun je je niet aan de gedachte onttrekken dat Elementraire deeltjes vooral een illustratie is van een idee, van een (beperkte) levensbeschouwing. Zoiets stemt een romanlezer niet vrolijk. Bij een roman, en het kunstwerk in het algemeen, groeit uit het bijzondere (zeg maar het leven zelf) het algemene (dat wat we nooit zullen begrijpen), en niet omgekeerd. In de denkbeelden van Bruno over Proust ('Wat hij schreef hield geen enkel verband meer met welke werkelijkheid dan ook') verraadt de auteur zijn eigen poëtica. Het was het enige moment in het boek dat ik ook even de dampen inkreeg, want als de Bruno's van deze wereld - mogelijk de lezers van dit boek, zijn klónen - niet meer weten wat literatuur is, dan ziet het er inderdaad somber voor ons uit.

Michel Houellebecq: Elementaire deeltjes.
Vertaald uit het Frans door Martin de Haan.
De Arbeiderspers; 343 pagina's; fl. 45,-.
ISBN 90 295 2156 2.

Meer over