Wakkerlands

De identiteitsbeweging spreekt graag in termen van letselschade, vandaar de term microagressie

null Beeld
Beeld

Meepraten voor beginners: Jan Kuitenbrouwer schrijft het woordenboek van de verbale burgeroorlog die we het ‘openbaar debat’ noemen.

Het is u misschien opgevallen dat Wakkerlands zo nu en dan een woord markeert met een pijltje. In de lexicografie betekent dit dat het woord elders in het woordenboek een eigen lemma heeft. De Wakkerlands van vijf weken geleden ging over → geweld. In die tekst kwam het woord ‘microagressie’ voor, gemarkeerd met zo’n pijltje. Wat u nu leest is het bijbehorende lemma.

Het valt Wakkerlands op dat de taal van de identiteitsbeweging veel geweldsmetaforen kent. De protestgeneratie gebruikte graag collectieve abstracties als ‘onrecht’, ‘onderdrukking, ‘misstand’, de identiteitsbeweging spreekt meer in termen van individuele letselschade. En een goede letselschadeadvocaat stelt de feiten zo ernstig mogelijk voor. Onwenselijk gedrag wordt ‘krenkend’, ‘kwetsend’, ‘giftig’, ‘traumatiserend’ of een ‘trigger’ voor stress of angst. In dat idioom past ook de → microagressie.

Wakkerlands behandelt dit begrip nu apart, omdat het afgelopen week ineens trending was op sociale media, naar aanleiding van berichten over de Handreiking voor het opstellen van een gendergelijkheidsplan die onderwijsminister Engelshoven heeft doen uitgaan naar de universiteiten. Universiteiten zonder Gendergelijkheidsplan komen vanaf 2022 niet meer in aanmerking voor Europese subsidies.

Onderdeel van zo’n plan moet zijn: het bestrijden van een ‘individuele, competitieve cultuur en microagressies’. Daarachter staat, tussen haakjes: → chilly climate. Universiteiten worden decennia opgejuind om te streven naar ‘excellence’, maar nu moet die ‘competitieve cultuur’ verdwijnen ter wille van de gendergelijkheid? Je zou haast denken dat de vrouwen niet meekomen.

Maar de minister haalt dingen door elkaar. De term chilly climate, in 1982 gemunt door de onderzoekers Hall en Sandler, staat niet voor een ‘competitieve cultuur’, maar voor de subtiele en minder subtiele discriminatie waar vrouwen op universiteiten mee te maken krijgen en waardoor zij het klimaat als kil ervaren. Daar komen dus ook ‘microagressies’ aan te pas.

Maar zoals menigeen op sociale media wilde weten: wat zíjn dat dan?

De term werd in zwang gebracht door de psychiater Derald Wing Sue, voor ‘terloopse, alledaagse uitwisselingen die een denigrerende boodschap geven aan mensen vanwege hun lidmaatschap van een bepaalde groep’.

Wit persoon tegen zwart persoon: ‘Waar kom je vandaan?’

‘Uit Medemblik.’

‘Ja, maar waar kom je vandáán?’

Microagressie.

Je tas extra stevig vastgrijpen op straat als iemand van een slecht bekendstaande minderheid je tegemoetkomt: microagressie. Maar ook hier bleef de wedloop in wokeness niet uit. Op universiteiten circuleren nu lijsten van te vermijden microagressies, die je misschien beter nanoagressies kunt noemen – als ze überhaupt iets met agressie te maken hebben. Dingen als: ‘Ik dacht dat je een Marokkaan was.’ Jullie buitenlanders zijn één pot nat, zeg je dan. Of: ‘De wereld is een smeltkroes.’ Vertaling: mensen van kleur moeten assimileren. ‘Er is maar één ras, het menselijke ras.’ Boodschap: jouw ras doet er niet toe.

Veel van de gebruikte voorbeelden komen weliswaar uit het werk van Wing Sue, maar hij is niet blij met hoe ze uit hun context gehaald en ‘strafbaar’ werden gesteld. ‘Daar ging het niet om’, zegt hij.

Zelfs een gehandicapt persoon ergens bij helpen is een verboden microagressie. Want dan zeg je: jij kunt niets zelf. Ja, of je bent gewoon behulpzaam! Godskolere.

Sorry, dit soort dweepzucht roept bij Wakkerlands → macroagressie op.

Meer over