De icoon van links Italië is niet meer

Het ene tijdschrift is het andere niet. Een aantal buitenlandse correspondenten van de Volkskrant beschrijft in een wekelijkse serie een tijdschrift dat in zijn of haar land verschijnt....

Willem Beusekamp

HET favoriete Italiaanse magazine heet La Cucina Italiana, de Italiaanse keuken; deze maand met een reportage over de familie Antinori, bekend wijnproducent van Italië. Kwaliteit in plaats van kwantiteit, luidt het on-Italiaanse wijndevies van de Antinori's. Ze hebben er een ware revolutie mee teweeggebracht.

Het maandblad stamt uit 1929 en wie de voorkeur van de Italianen voor hun eigen keuken wil begrijpen, zou het eens moeten doorbladeren. Waarschuwing: zo lekker als het in La Cucina Italiana is opgediend, tref je het, betaalbaar, in werkelijkheid zelden - althans in Italië zelf.

Wie voor de verandering een eenvoudige 'spaghetti con salsa piccante' wil maken of meer wenst te weten over het verschil tussen normale mozzarella en mozzarella di bufala, de aanzienlijk smaakvollere kaas uit stierenmelk, moet maar even Het Net op, naar 'http://www.cucinait.com', alwaar opnieuw veel valt te watertanden.

Een tragische mediagebeurtenis heeft namelijk het oorspronkelijk verhaal voor deze rubriek doorkruist. L'Unità, vijf jaar ouder dan het vermaarde culinaire maandblad en ooit de grootste krant van Italië, is geliquideerd. 'Ook voor wie de krant nooit las, een instituut', zegt hoofdredacteur Giuseppe Caldarola.

L'Unità werd in 1924 opgericht door Antonio Gramsci, de eerste leider van wijlen de PCI, de communistische partij van Italië. De krant heeft een heroïsch verleden. Tijdens het fascistische tijdperk onder Mussolini verscheen L'Unità ondergronds, na de oorlog, tot eind jaren tachtig, was het dé stormram van links Italië. Een denkbeeldige combinatie van twee verdwenen en partijgebonden dagbladen in Nederland, Het Vrije Volk (PvdA) en De Waarheid (CPN).

Hoofdredacteur Caldarola beschrijft het als volgt: 'De krant straalde passie uit, soms zelfs haatdragende passie, die door de aderen van de natie stroomde. De krant was een icoon van vooral linkse Italianen; L'Unità vertolkte de idealen en de wens tot veranderingen, zoals veel landgenoten die koesterden. Tegelijkertijd zocht zij de confrontatie, zelfs met een tendentieuze vorm van journalistiek, bedoeld om de lezer met de neus op de feiten te drukken, op de contradicties in zijn/haar dagelijks leven.'

Maar L'Unità kon de lezers (m/v) nog meer vertellen: massaal zijn ze afgehaakt. Ooit had de krant een oplage van een half miljoen, op hoogtijdagen als 1 mei zelfs ruim een miljoen, en nu nog geen 50 duizend. Maar wel met dezelfde bemanning: 122 journalisten en zeventig technici. Voor een uitgeverij die geen kranten bezit om de zwakke broeders boven water te houden, heeft zoiets een zekere dood tot gevolg.

Vooral als de redactie, zoals die van L'Unità, niet bereid is zich aan te passen. Zelfs de standpunten van grootaandeelhouder Democratisch Links (DS) - in Rome de grootste regeringspartij, opvolger van de PCI - worden nog steeds zo drammerig en fantasieloos vertolkt, dat ook de postcommunistische partijleden de krant niet meer lezen. Hoe het óók kan, maar dat terzijde, toont het communistische dagblad il Manifesto, zakelijk evenmin bijster succesvol, maar rigoureus gerestyled tot tabloid en goed te pruimen vanwege de bijtende humor.

Meer dan twee miljoen gulden moest er maandelijks uit de partijkas naar L'Unità, een bedrag dat DS niet meer kon opbrengen, gezien de eigen financiële moeilijkheden. En omdat de linkse vakbonden van geen wijken weten - 'niemand de deur uit' - moest de partij kiezen voor het ultieme kapitalistische middel: de sterfhuisconstructie.

Alle dwarsliggers blijven samen met de schuldeisers berooid achter in het sterfhuis en een nieuwe, afgeslankte vennootschap wordt inclusief de merknaam 'in de etalage gezet', zoals het verpatsen van ooit dierbare bedrijfsonderdelen tegenwoordig ook in Italië wordt genoemd. CGIL, de invloedrijke vakbond, protesteert. Het ooit zo effectieve wapen om bijvoorbeeld alle fabrieken van Fiat plat te leggen, is niet meer.

In afwachting van de nieuwe eigenaar, vermoedelijk een Italiaanse uitgever die de zaak op z'n kop zal zetten, blijft L'Unità in de oude vorm verschijnen. Opmerkelijk: zelfs na de liquidatie volhardt de huidige redactie in het produceren van onleesbare kopij.

Interessant, vanuit cultuurpolitiek opzicht, is de lijkrede van hoofdredacteur Caldarola. 'Een groot dagblad dient een sleutelrol te vervullen, zowel in het debat ter linkerzijde als in het debat tusssen politiek links en rechts. Zonder zo'n krant zijn politieke partijen niet veel meer dan elitaire groepen van zwevende notabelen, zonder enig contact met normale mensen.'

Caldarola verdient een gratis abonnement op La Cucina Italiana.

Meer over