De humor van FC Amsterdam

Het was een zaterdagmiddag, ergens midden jaren zeventig. De groep vrienden had gevoetbald en voor sluitingstijd moest er nog rookwaar worden ingeslagen....

Gevat, humoristisch, onaangepast, onbevangen. Met die begrippen viel FC Amsterdam, de fusieclub van de Amsterdamse volksverenigingen DWS, Blauw Wit en de Volewijckers, het best te karakteriseren. Marcelle van Hoof beschreef de tien jaar durende geschiedenis van de club in De Lieverdjes - Opkomst en ondergang van FC Amsterdam (Thomas Rap; fl. 27,50).

'FC Amsterdam is er, nu nog de steun van het publiek' - zo werd de club in 1972 geïntroduceerd. De eerste jaren werd de kern van het elftal gevormd door een trio, dat samen honderd jaar was: keeper Jan Jongbloed (32), vleugelverdediger Frits Flinkevleugel (33) en libero Jan Fransz (35). Zij bepaalden de sfeer van de club op en buiten het veld.

Een seizoen later werden de drie oudjes in de verdediging aangevuld met een voorhoede die veel opzien zou baren. Gerard van der Lem, Nico Jansen en Geert Meijer, elk nauwelijks 20 , ontdekt door scout Tonnie Bruins Slot, werden 'de klompjes goud uit de Amsterdamse modder' genoemd.

Overwinningen op Ajax (1-0 en 4-2), Feyenoord (2-1) en een Europacup-avontuur met zeges op Inter Milaan uit (2-1) en Fortuna Dusseldorf (3-0) droegen bij aan het 'stunt-imago' van de club. Het was een combinatie van voetbal, plezier, vriendschap en warmte die de sfeer bepaalde. 'Humor is het karakter in de ploeg', zou later op een plaquette komen staan bij de ingang van het spelershome in het Olympisch Stadion, de thuisbasis van de FC.

Publiek trok FC Amsterdam, behalve bij een paar toppers tegen Ajax en Feyenoord (veertigduizend toeschouwers), nauwelijks. Na het succes tegen Inter Milaan zaten er voor de thuiswedstrijd slechts vijftienduizend belangstellenden op de tribunes. Dé Stoop, voorzitter van de club: 'Ik vond die lage opkomst zeer teleurstellend. Die avond bedacht ik me dat ik eigenlijk met de club moest stoppen.'

Het zou nog erger worden. Alle oudjes vertrokken min of meer na ruzie met Stoop; het supertrio in de voorhoede werd verkocht om de schulden aan te zuiveren. In het voorjaar van 1978 degradeerde de club. Fysiotherapeut Wim Crouwel: 'De degradatie was het einde van een proces dat na de verkoop van Jansen, Meijer en Van der Lem was ingezet. Je zag de club als zand door je vingers glijden.'

In maart 1982 kondigde Stoop het einde aan. Hij had in tien jaar acht miljoen gulden in de club gestoken. De weinige aanhangers waren trouw tot de laatste snik. 'Een groot verschil met Ajax', zegt supporter Rob van Zuuk. 'We konden niet zo goed tegen Ajax, dat superieure gevoel van ze. Veel mensen die naar Ajax gingen en gaan, zijn meelopers. Bij FC Amsterdam was het nooit vol en we wonnen ook niet vaak, maar we waren er altijd.'

Meer over