De heilige van de berg Koya

De laatste uitgave van Coppens & Frenks is een Japanse parel

Arjan Peters

Tijdgenoten noemden de Japanse schrijver Kyoka Izumi (1873-1939) feminisuto, waarmee volgens vertaler Jos Vos niet een vrouwenliefhebber werd bedoeld, maar een auteur die de vrouw op handen droeg. Misschien omdat Izumi zelf op 9-jarige leeftijd zijn moeder verloren had.

Ook in de novelle De heilige van de berg Koya (1900), waarmee Vos de lyrische schrijver van honderden verhalen, romans en toneelstukken eindelijk in Nederland introduceert, komt een betoverende vrouw voor. Maar dan eentje voor wie je moet oppassen. De rijke novelle is een raamvertelling: een monnik blikt terug op zijn leerjaren, waarin hij ooit een moeilijk begaanbaar gebied doorkruiste en tal van beproevingen doorstond - de tests onderweg zoals die in een sprookje horen, voordat er kan worden geoogst.

Beeldend beschrijft Izumi de moordende hitte, de slangen op het pad en de bloedzuigers als zeekomkommers zo groot, die zich als 'een levende rozenkrans' aan de arme monnik vastzuigen.

Maar halverwege bereikt hij zowaar een oase: een vrijstaand hutje waar een schone jonge vrouw woont die een dierenvriendin is en hem onderdak wil verlenen, en hem gastvrij naar de rivier voert; zij gaat daar de rijst wassen, terwijl ze hem adviseert maar eens 'lekker alles uit te trekken'.

De monnik is dermate onder de indruk, dat hij overweegt zijn roeping eraan te geven en bij haar te blijven. Hoe hij ontdekt dat niet zij maar het monnikschap zijn ware buit is, vormt de grote verrassing van dit fraaie verhaal. Alweer presenteert uitgeverij Coppens & Frenks een ongewone auteur en dat stemt tevreden. Toch overheerst de weemoed, na de recente aankondiging van uitgever Coppens (69) dat hij er na een kwart eeuw schatgraven mee stopt.

Meer over