De harde landing van Microsoft

Het geheim van Microsoft is dat alles voor verbetering vatbaar is, niet in de laatste plaats Microsoft zelf. Op die altijd denkbare progressie heeft het Amerikaanse softwarehuis zijn strategie gebaseerd: telkens worden er nieuwe producten gemaakt die voortborduren op een handvol oude ideeën....

Wellicht is Microsoft in staat een definitief stuk software te fabriceren, de volmaakte tekstverwerker, of het ultieme sta-of-ik-schiet-spel, maar waarom zou het? Telkens nieuwe edities - updates - garanderen jaar in jaar uit inkomsten. Omdat gebruikers nieuwsgierig zijn, en gewend geraakt aan het axioma van de verbeterbaarheid: niets is ooit af, een pc kan vandaag meer dan gisteren, een digitale encyclopedie wordt onder je ogen ververst, en een vliegtuigspel kan de werkelijkheid vast nog meer benaderen dan je bij een vorige versie voor mogelijk achtte.

Dezer dagen brengt Microsoft de zoveelste update van zijn Flight Simulator uit. Het principe is eenvoudig: met een flightsim waan je je in de cockpit van pakweg een Cessna'tje, rondjes draaiend boven Manhattan. Op het scherm van je pc schuiven wolkenkrabbers langs. Je kunt nóg een rondje vliegen, landen, en weer opstijgen - maar daartoe blijft de actie beperkt. D'r valt nog geen duif uit de lucht te schieten. Alles draait om - nou ja - de 'vliegervaring'.

Aantrekkelijk is het spel omdat het levensecht is. De simulatie schijnt nauwelijks minder waarheidsgetrouw te zijn dan die bij professionele vliegopleidingen. Maar het al maar herhaalde verkoopsucces dankt het aan die eeuwige onvolmaaktheid: waar het ooit begon met één lullig vliegtuigje boven een niet al te gedetailleerd landschap, brengt Microsoft nu stukje bij beetje de aardkloot in kaart: in de nieuwste versie kan vanaf meer dan drieduizend vliegvelden worden opgestegen, nog steeds met een Cessna, maar ook met een Bell helikopter of Boeing 737.

Al enige tijd levert Microsoft niet meer als enige een vliegtuigsimulator. De concurrentie komt nu ook met actiespellen: geen jachtvliegtuig of er is wel een flightsim van gemaakt. In den beginne waren dat niet veel meer dan tweedimensionale flipperkasten: je vloog en schoot op alles wat bewoog en voelde je de Rode Baron. Inmiddels hebben die spellen aan raffinement gewonnen: de onlangs verschenen F-16-sim bijvoorbeeld is zo complex dat je een honderd pagina's dikke handleiding nodig hebt.

Het grote verschil zit 'm in de uitbreidbaarheid. Voor de spelletjesfreak is de winst van nog eens een luchtoorlog die kan worden nagespeeld niet gruwelijk groot; vanaf het moment dat alles gewonnen is, wordt elk schietspel saai. En juist die saaiheid is het wezenskenmerk van Microsofts 'gewone' vliegsimulator. Er viel toch al niks te winnen, behalve de steeds dichtere benadering van de werkelijkheid. Als bij een feuilleton is het wachten op nieuwe afleveringen, nieuwe luchthavens (ook Schiphol nu, zij het nog wat schetsmatig), meer landschappen, complexere vliegtuigen.

Uiteraard werd het langzamerhand wat bizar om de cockpit van pakweg een Learjet te bedienen vanaf een toetsenbord. Een hele stap vooruit werd gedaan met allerhande stuurknuppels ofwel joysticks. Nog wat realistischer wordt het als zo'n knuppel zich ook als een vliegtuigstuurknuppel gedraagt, en dus 'terugduwt' op momenten dat je dat zou verwachten, zoals een autostuur in een bocht ook trekt.

Tegelijk met de nieuwste flightsim brengt Microsoft (dat af en toe in hardware doet) ook zo'n force feedback knuppel uit. Het apparaat is iets minder duur dan soortgelijke knuppels van andere leveranciers, maar nog altijd bijna drie keer zo duur als het simulatorspel zelf, en vele malen kostbaarder dan ordinaire joysticks. Voor dat geld krijgt de gebruiker enigszins het gevoel dat bij een harde landing hoort, maar de knuppel voldoet vooral aan Microsofts uitgangspunt: alles wordt straks vast nog beter.

Henk Blanken

Flight Simulator 98, Microsoft. Adviesprijs ¿ 149,95.

Sidewinder Force Feedback, Microsoft. Adviesprijs ¿ 399,95.

Meer over