Aard van het beestje

De grote gele kwikstaart heeft zijn werkterrein uitgebreid naar Brabant

Iedere week schrijft Caspar Janssen over een dier in zijn habitat. Wat typeert het dier en waarom doet het juist nu van zich spreken?

Grote gele kwikstaart Beeld Margot Holtman
Grote gele kwikstaartBeeld Margot Holtman

Een ruisend beekje in een bos, een ijsvogel, honderden weidebeekjuffers, een watermolen. En daar, op een richel, trippelt dan een grote gele kwikstaart, op zoek naar insecten, met wipstaart. Het is een van mijn associaties bij de zomer. Een vergissing, want dit tafereel tref je doorgaans eerder in het jaar aan, in april, mei of juni. Nu, eind juli, hebben de grote gele kwikstaarten misschien al twee nesten grootgebracht, en zijn zowel vader en moeder als de jongen al uitgezworven, en niet per se meer te vinden in de buurt van hun broedplaats.

Helemaal uitgesloten is het niet dat we vandaag de grote gele kwikstaart gaan zien, maar de locaties zijn minder idyllisch, dus ook dat beeld gaat aan gruzelementen. Met Janmartin Rahder sta ik bij spuisluis Crèvecoeur, even boven Den Bosch. Hier wordt water afgevoerd van de Dieze op een uitwateringskanaal dat uitkomt op de Maas. Rahder is ecoloog en is in zijn vrije tijd lid van de werkgroep Grote gele kwik in Brabant. En dit is een van de plekken in Brabant waar de grote gele kwikstaart – niet te verwarren met de verwante gele kwikstaart en de witte kwikstaart – dit voorjaar heeft gebroed. Rahder wijst op de nesten die op bijna onmogelijke plekken op de stuw zijn gemaakt.

In Brabant gebeurde iets opmerkelijks. Tot de eeuwwisseling kwam de grote gele kwikstaart er als broedvogel slechts sporadisch voor. Niet zo vreemd, want het is een soort die houdt van stromend water, van bergbeekjes oorspronkelijk. In Nederland komt hij van oudsher voor in Limburg, de Achterhoek en Twente. ‘Maar’, zegt Rahder, ‘rond 2000 kregen we steeds vaker meldingen van broedparen in Brabant. En vaak op atypische plekken.’

In 2006 werd besloten het eens te onderzoeken. Janmartin Rahder: ‘We verwachtten misschien wel tien territoria, maar het bleken er dertig te zijn.’ Inmiddels is dat aantal opgelopen tot tegen de zeventig.

Grote gele kwikstaart Beeld Margot Holtman
Grote gele kwikstaartBeeld Margot Holtman

Des te opmerkelijker, omdat het in de klassieke leefgebieden al jaren slecht gaat met de grote gele kwikstaart. De ijsvogel – die andere beekbewoner met een hoge, metalige piepklank die boven ruisend water uit kan komen – profiteerde van zachtere winters en van beekherstel, maar de populaties grote gele kwikstaarten bleven dalen in aantal. In totaal zijn er nu nog rond de vierhonderd broedparen in Nederland. Oorzaak, zo vonden onderzoekers in de Achterhoek en Twente, is het verdwijnen van het belangrijkste voedsel in het vroege voorjaar: steenvliegen. En dat heeft vermoedelijk weer te maken met pesticiden die uitspoelen in beken. Het water van beken is weliswaar enerzijds schoner geworden doordat er minder meststoffen in terechtkomen, maar anderzijds doet de stapeling van pesticiden dat effect weer teniet.

Hoe het met de steenvliegen – en andere insecten – bij het stromende water in Brabant is gesteld is niet bekend, maar het lijkt erop dat de grote gele kwikstaarten zich hebben aangepast, nieuwe leefgebieden hebben gezocht. Ook in de Achterhoek en Twente gebeurt dat. Janmartin Rahder: ‘Wij zijn onderscheid gaan maken tussen de kwik van de klassieke biotoop, de molenkwik, en de andere kwikstaarten. We hebben nu ook de kanaalkwik, die zich ophoudt bij kanalen, stuwen en sluizen. En de rioolkwik.’ Twintig procent van de Brabantse grote gele kwikstaarten broedt bij rioolwaterzuiveringen. En dus lopen we daar ook nog even rond, bij Den Bosch, van bezinkbak naar bezinkbak. Vergeefs, overigens.

Bewonderenswaardig natuurlijk dat de grote gele kwikstaart zich heeft weten aan te passen, maar liever zag ik hem toch in de klassieke omgeving, bij een stromend beekje bij een watermolen. Weer een illusie armer.

De volgende aflevering van Aard van het beestje verschijnt op 26 augustus.

Meer over