Aard van het beestje

De grote bonte specht doet van zich spreken in het oude bos

Iedere week schrijft Caspar Janssen over een dier in zijn habitat. Wat typeert het dier en waarom doet het juist nu van zich spreken?

Caspar Janssen
null Beeld Margot Holtman
Beeld Margot Holtman

Spechtentijd, in een bos bij Hooghalen in Drenthe, met Willem van Manen, vogelonderzoeker en spechtenkenner. Voor spechten is het natuurlijk altijd spechtentijd, maar voor mensen is dit de tijd van het jaar waarin de beestjes makkelijker zijn te zien. Ze worden niet aan het zicht onttrokken door een bladerdek, terwijl ze al wel volop van zich doen spreken. Niet alleen door te roffelen, maar ook roepend in de boomtoppen. ‘Eigenlijk’, zegt Van Manen, ‘zijn spechten het hele jaar door wel een beetje territoriaal, maar met het voorjaar op komst wordt het erger.’

Met de grote bonte specht is helemaal niets aan de hand, en dat is ook wel eens prettig. Al decennialang een stijgende lijn. De vogels hebben geprofiteerd van de veroudering van de bossen. Dat geldt ook voor andere spechtensoorten in Nederland: de zwarte, de groene, de kleine bonte en de middelste bonte.

Hier, in deze boswachterij, broeden bijna alle Nederlandse spechtensoorten. Een gemengd bos. De favoriete nestboom voor de grote bonte specht is de berk, vanwege het zachte hout, en ook eiken zijn populair, wat niet wil zeggen dat spechten niet broeden in naaldbomen. ‘Alleen in dode, dunne bomen lopen ze kans op nestpredatie’, zegt Van Maanen, die in dit verband spreekt van doorzonwoningen. ‘Een dunne boom in combinatie met zacht hout, daar is een boommarter zo doorheen.’

Verder leiden de grote bonte spechten, met afstand de meest voorkomende spechtensoort, een tamelijk soeverein bestaan in het bos. Dat zou je kunnen aflezen aan het luidruchtige bedelgedrag van de jongen, dat nogal roekeloos lijkt. Jongen van andere spechtensoorten houden zich juist stil. Van Manen: ‘Grote bonte spechten zijn veel veiliger in hun nest. De ingang van de nestholte is net te klein voor marters.’ Dat is anders voor de zwarte specht en de groene specht, die moeten veel meer vrezen voor predatie. En ook de jonge kleine bonte spechten houden zich gedeisd, want die hebben te vrezen van, nota bene, de grote bonte specht. Het is gedrag dat er in de evolutie blijkbaar is ingesleten.

null Beeld Margot Holtman
Beeld Margot Holtman

Zo om de honderd meter houden we even stil, bij weer een tikkende of roepende grote bonte specht, Van Manen kan de territoria al zo’n beetje uittekenen. In de verte horen we de roep van een vliegende zwarte specht.

Dan komen we in een gedeelte met vooral lariksbomen. In de winter foerageren grote bonte spechten vooral op zaden in kegels van dennen. Maar in sommige jaren bevatten de kegels van lariksen veel zaden en zijn dan onweerstaanbaar. Het duurt niet lang voordat we de eerste grote bonte spechten horen en zien. Spectaculairder nog: een zwerm van honderden sijsjes die zich verplaatst van boomtop naar boomtop. Vandaar, zegt Van Manen, is het jammer dat terreinbeheerders de uitheemse lariksen in sommige bossen vervangen door inheemse bomen. ‘Lariksen zijn in de winter voor veel vogelsoorten enorm belangrijk als voedselbron.’

De sijsjes pikken de zaadjes uit de kegels in de boom zelf, de grote bonte specht gaat anders te werk. We zien het gebeuren. Een mannetje wrikt een kegel los en vliegt ermee naar een Amerikaanse eik. Daar, in een klein richeltje in de stam, bevindt zich de ‘smidse’. De specht klemt de kegel even tussen borst en boom, pakt een oude kegel uit de smidse, gooit die over de schouder weg, legt de verse kegel in de richel en begint de zaadjes eruit te pikken. Dit alles in tien onvergetelijke seconden tijd.

Meer over