‘DE GROOTSTE VAN ALLEMAAL’

In de voorhoede van de Britse rock ’n’ roll is, naast groepen als Arctic Monkeys, voor Oasis geen plaats meer....

Eigenlijk kan Noel Gallagher ze zich niet eens meer precies herinneren, die twee dagen, in augustus 1996. Zelfs al zijn de feiten al zo vaak opgesomd in de Britse pers dat hij ze uit zijn hoofd kent: op de twee Oasis-concerten op het openluchtterrein van Knebworth kwamen in totaal 250 duizend bezoekers af, maar de band uit Manchester had de immense vlakte twintig keer kunnen uitverkopen. Ruim drie miljoen mensen hadden de ticketlijn gebeld in een poging kaarten te bemachtigen. Dat is één op de twintig Britten. Het telefoonverkeer lag uren plat. Van (What’s The Story) Morning Glory?, het succesalbum van een jaar eerder, waren toen al meer exemplaren verkocht dan van welk Beatles-album ook.

Maar wat vóelde hij precies, daar op het podium van Knebworth? ‘Niet veel, eigenlijk’, zegt hij nu. Noel Gallagher (1967) realiseerde zich amper de grootsheid van het moment. Pas in de dagen erna werd hij zich bewust dat de ambitie die Oasis zo schaamteloos expliciet had uitgedragen (de grootste rockband ter wereld worden), was waargemaakt. Ze waren de iconen van ‘Cool Brittannia’, het nieuwe, optimistische Groot-Brittannië van de jonge New Labour-premier Tony Blair. Oasis, Blur, Pulp en zo nog wat britpopbands verklankten het nieuwe elan, de verse dosis zelfbewustzijn van een land dat eindelijk weer trots in de spiegel durfde te kijken.

‘We stonden boven op de Mount Everest’, zegt Gallagher, in het pand van het Oasis-management, Big Brother, vlakbij Paddington Station in Londen. ‘We waren de grootste fucking rockband van de hele fucking wereld, al waren we nog geen drie jaar bezig.’

De wereld was toe aan een band als Oasis. Van house en techno begon na vijf jaar feesten de lol af te gaan: steeds poeneriger en onsympathieker. Kurt Cobain was dood. Europa snakte naar iets anders dan sombere Amerikaanse grunge. Oasis was Engels en maakte goudeerlijke straatvechtersrock, zo melodieus als The Beatles, zo hondsbrutaal als The Sex Pistols. Niks geen gelul over de tol van de roem en dat het leven zo zwaar is. Gallagher: ‘De meeste bands willen wel erkenning, maar zijn als de dood voor echte roem. Nou, wij niet. Wij zeiden: kom maar op met die aandacht, die champagne, die drugs en die wijven. Let’s fucking have it.’

Knebworth markeerde het hoogtepunt. ‘Daarna konden we alleen nog naar beneden’, zegt Gallagher. Hij wordt wat grijs aan de slapen, gaat gekleed in stemmig zwart. Maar Oasis bestaat nog steeds, in tegenstelling tot Blur, Pulp, Suede en al die andere generatiegenoten van de eerste britpopgolf. Het meest recente studioalbum, Don’t Believe The Truth (2005), was beter en succesvoller dan de irrelevante trits platen ervoor, en hetzelfde gold voor de begeleidende wereldtournee. Nu staat Oasis op een kruispunt: het platencontract met Sony loopt af en de band gaat niet bijtekenen. Er komt een ‘rockumentary’, Lord Don’t Slow Me Down (die in Nederland niet in de bioscopen zal gaan draaien en pas in 2007 op dvd uitkomt). Het laatste album voor Sony is een ‘best of’, getiteld Stop The Clocks.

Gallagher: ‘Ik houd niet van ‘best of’-albums, maar Sony wilde het beslist. Voor ons was vervolgens de vraag: bemoeien we ons ermee of niet? Ik heb ervoor gekozen dat wél te doen, ondanks dat ik een hekel heb aan ouwehoeren over liedjes van tien jaar geleden. Maar als het toch moet, dan liever nu, nu ik nog van mijn songs houd. Over tien jaar kan het me misschien helemáál geen moer meer schelen. Ach, eigenlijk is het wel cool: ik heb The Beatles, de Stones en The Who leren kennen via hun ‘best of’-albums. Er staan achttien geniale songs op Stop The Clocks, en dan heb ik me nog ingehouden, want we hebben in totaal precies 25 geniale songs. Ik heb ze geteld. Als ik onbescheiden was geweest, was ik tot dertig gekomen.’

Er is veel veranderd in de Britse gitaarpop, die de laatste jaren zijn opwindendste tijd sinds de hoogtijdagen van Oasis heeft doorgemaakt. De aanhang van Oasis is nog altijd overweldigend groot, maar wat betékent de groep nog? Oasis lijkt de Marco Borsato van Engeland geworden: als ze optreden stroomt het halve land erheen, maar raakvlakken met welke hedendaagse ontwikkeling dan ook zijn er eigenlijk niet. In de voorhoede van de Britse rock ’n’ roll, naast groepen als de Arctic Monkeys, Kaiser Chiefs, Razorlight, Kasabian en Maxïmo Park, is voor Oasis geen plaats meer. Door Oasis beïnvloed zijn die groepen ook al niet: de traditie van The Beatles en The Sex Pistols is voor de verandering eens níet toonaangevend in de Engelse bandjesscene. New wave en postpunk zijn dominanter.

Pijnlijk, zou je zeggen, voor een band die het nooit voor minder heeft gedaan dan een absolute sterrenstatus en onvoorwaardelijke aandacht van iedereen. Gallagher: ‘Ik vind het niet erg. Mij gaat het om de muziek, en die blijf ik toch wel maken. Voor mij zijn we dé band van de jaren negentig, de allergrootste van allemaal, maar ik ga ervan uit dat ik mijn beste liedje nog moet schrijven. De boodschap van deze ‘best of’ aan alle jonge bandjes luidt: hierzo, deze kun je in je zak steken, jullie hebben nog een lange weg te gaan.

‘Weet je wie het wél erg vindt? Mijn broer. Liam wil altijd het mannetje zijn, het enfant terrible van de Britse rock. En dat is hij dus niet meer. Dat is nu Pete Doherty. En dus háát Liam Pete Doherty. Zo simpel zit hij in elkaar. Hij is nu eenmaal niet de snuggerste.’

Daar duikt hij als vanzelf op: de naam van Noels vijf jaar jongere broer, zanger annex ongeleid projectiel van Oasis. Tien jaar lang hebben Noel en Liam ons vermaakt met hun Bert en Ernie-ruzies, hun vechtpartijen en zo hier en daar een arrestatie. ‘Ik heb geleerd om ermee te leven dat ik een hekel aan hem heb’, zegt hij heel serieus. ‘Vroeger wond ik me erover op als hij zich als een debiel gedroeg. Nu niet meer. Nu haal ik gewoon mijn schouders op. Dat kan Liam niet hebben, en dat vind ik dan weer leuk.’

Eigenlijk is het een wonder dat Oasis nog bestaat. Vlak na Knebworth bijvoorbeeld ging het helemaal mis in de VS, waar Liam na een paar rampzalige weken met veel kabaal de band verliet, na – volgens de verhalen – de deur van Noels hotelkamer te hebben ingeslagen met een brandweerbijl. Het was niet de enige keer dat de band op imploderen stond.

‘Die tournee was onze grootste en eigenlijk enige fout’, zegt Noel. ‘Na Knebworth hadden we een jaar vakantie moeten nemen. Even onder moeten duiken. Maar Wonderwall stond op drie in Amerika en Morning Glory op vijf in de albumlijsten. We vonden dat we daarheen moesten om naar de eerste plaats door te stoten. Achteraf was dat één tournee te veel. De royalties voor Morning Glory begonnen binnen te stromen. We waren voor het eerst écht rijk. Dat ging natuurlijk fout, qua drank en drugs. Dat was de tijd waarin Liam definitief een lul werd.’

Je vraagt je af: waarom maakt Noel, die vrijwel alle Oasis-songs schrijft, niet eens een soloplaat? Dan is hij meteen verlost van de eeuwige stoorzender. Hij schatert: ‘Ik roep tegenwoordig in elk interview dat ik solo ga, maar dat is vooral om Liam op te naaien. De werkelijkheid is dat we zonder hem niets hadden bereikt. Hij is de blikvanger en kennelijk een geweldige frontman. Ik weet dat niet, ik kijk nooit naar onze dvd’s, luister nooit naar onze platen en ik heb ons nog nooit live gezien. Ik sta alleen maar tegen zijn reet aan te kijken, maar hij móet wel goed zijn. Ik schrijf goede songs, dat is míjn aangeboren talent; Liam wordt bezopen en gedraagt zich als een malloot, dat is zíjn talent. Die twee dingen vormen samen Oasis.’

De geruchten dat Oasis ophoudt na de promotie rond Stop The Clocks, zijn volgens Gallagher niet waar. ‘We hebben nog elf songs klaar liggen, waarvan zeven goede. En daarvan dan weer vier geniale. Daar kunnen we zo mee aan de slag, en dat gaat ook gebeuren, waarschijnlijk halverwege 2007.’

Dat uitstel heeft te maken met het ontbreken van een vaste drummer. Noel wil het nieuwe album opnemen met Zak Starkey, de zoon van Ringo Starr, die ook drumde tijdens de laatste wereldtournee. Maar Starkey is tot de zomer van 2007 op tournee met The Who, en dus moet Oasis wachten.

Gallagher vindt het best. ‘Ik heb alle tijd. Ik vind het heerlijk om thuis te zijn en een burgerlijk leventje te leiden. Liam háát het gewone leven. Die is nog te bescheten om zelf een biertje uit de ijskast te pakken. Zonder roomservice raakt hij in paniek. Daarom weet ik: als ik zin heb om met Oasis aan de slag te gaan, hoef ik maar met mijn vingers te knippen en hij staat braaf kwispelend voor mijn neus.’

Oasis is geen band die zich voortdurend moet opdringen, dat weet Gallagher heus wel. ‘We klinken namelijk altijd hetzelfde. Een van de redenen waarom we nog zo groot zijn, is dat we niet al te vaak op tournee gaan. Zo blijft het ook voor onszelf spannend om op te treden. Spelen, dat is waar ik het voor doe. En liedjes componeren, thuis op mijn gitaar. Onze studiosessies verlopen altijd moeizaam, interviews doen is niet leuk, ik háát videoclips. Zelfs op tournee zijn is geen pretje, maar die twee uurtjes op het podium maken het allemaal de moeite waard.’

Op die manier kan Oasis nog lang de ‘laatste grote rockband van Groot-Brittannië’ blijven, meent Gallagher. En inderdaad: zeker de helft van de songs op Stop The Clocks heeft zo ongeveer de status van het Engelse volkslied. ‘Bands als de Arctic Monkeys en Kasabian zijn oké, maar ze zullen nooit zo kolossaal worden als wij. De tijd van de grote rockbands is voorbij, door al dat downloaden, computers en al die gekkigheid. Wij waren de laatste kolossale rockband.’

Hij zegt het in de verleden tijd.

De redenering van Oasis? Vanaf de top van de Mount Everest kun je alleen nog naar beneden, maar gelukkig ben je wel even onderweg. Oasis gaat het tot Gallagher’s eigen verbazing langer volhouden dan Tony Blair, de man die hem in 1997 uitnodigde voor een borrel op Downing Street. Gallaghers society-portretjes oogstten hevige kritiek. Was dát niet zijn grootste fout, achteraf? Hij schudt resoluut het hoofd.

‘Het kwam Blair natuurlijk prima uit om met mij op de kiek te gaan. Hij kon goede sier maken met Oasis, maar ik voelde me niet misbruikt. Sterker: ik gebruikte hém. Ik wilde juist met hem op de foto. Om dat ene specifieke moment vast te leggen waarop ik zeker wist dat de hele wereld zou denken: de beroemdste gozer op die foto is niet die clown in dat pak, maar Noel fucking Gallagher.’

Meer over