De grand old lady van de Amerikaanse literatuur verkiest harde natuur

De grand old lady van de Amerikaanse literatuur is bepaald geen stadsmeisje. Ook haar nieuwste roman, over ontbossing, getuigt van haar voorkeur voor de harde natuur. Annie Proulx over houtkap, genocide en zijdeplanten.

null Beeld Wiqan Ang
Beeld Wiqan Ang

Of ze het een beetje uithoudt in New York? Het was bedoeld als beleefdheidsvraag, maar breek Annie Proulx (80) de bek niet open. De schrijfster kijkt vinnig door haar ronde brilletje. 'Wat? Ik heb nog nooit zo verlangd naar het einde van de week. Terug naar huis!'

Het appartement waarin ze verblijft - van een vriendin van de uitgever, vlak bij de rijke Upper East Side - is een toonbeeld van goede smaak. Schilderijen alom, glaswerk van Lalique op de bijzettafeltjes, snuisterijen uit alle windstreken. Prettiger dan een anoniem hotel, toch?

Proulx: 'Het is verschrikkelijk. Had ik maar een hotel. Kijk, er is niet eens een eettafel.'

De reden waarom ze in de metropool is dan? Ze doet, tussen een aantal interviews met buitenlandse journalisten door, onderzoek voor haar nieuwe boek in de New York Public Library, een van de mooiste openbare bibliotheken ter wereld.

Ze fronst. 'Het is er druk. En zelfs als je in een apart zaaltje zit... weet je, ze hebben er geen viltjes onder de stoelpoten. Dus wanneer iemand zijn stoel naar achter schuift, hoor je heel hard shriiiiiieeeeeeek!'

Wie de boeken van Annie Proulx las, wist het al. De grand old lady van de Amerikaanse literatuur, historicus en schrijfster van bestsellers als Scheepsberichten (1993) en Brokeback Mountain (1997) - boek en verhaal werden beide verfilmd en overladen met prijzen - is geen stadsmeisje. Ze verkiest het barre achterland en de harde natuur, voor haarzelf en voor haar personages.

Proulx beschreef het platteland uit haar jeugd in New England in Ansichten en gebruikte de ruige kust van haar latere woonomgeving Newfoundland als achtergrond in Scheepsberichten. Ze woonde dertig jaar in Vermont, waar ze leerde houthakken en op patrijzen jagen. Om vervolgens te verhuizen naar Wyoming, naar een ranch ver buiten de bewoonde wereld. De eindeloze hoogvlakten van het Amerikaanse Westen, de lange zichtlijnen en de eenzaamheid, ze werden vereeuwigd in onder meer Brokeback Mountain en Mijn leven op Bird Cloud Ranch (2010).

Annie Proulx

Schorshuiden

De Geus; 800 pagina's; euro 24,99.

Ook in Proulx' laatste roman speelt de natuur een hoofdrol. Barkskins (in het Nederlands vertaald als Schorshuiden) gaat over ontbossing in Amerika en Canada. Die begint met de komst van de eerste Europese kolonisten. Zij zetten de bijl in het oerwoud dat het continent 'als een groene vacht' bedekt - om land te kunnen ontginnen, om huizen te kunnen bouwen, om overzees te kunnen handelen in kostbare soorten hout.

Proulx beschrijft de zich steeds sneller voltrekkende houtkap over een periode van ruim drie eeuwen. Te beginnen in 1693, wanneer twee Franse contractarbeiders, René Sel en Charles Duquet, samen aankomen in de bossen van Nieuw-Frankrijk. De roman volgt, in zo'n 800 bladzijden, hun levens en die van hun nazaten. Duquet begint een houthandel in Boston, die zal uitgroeien tot een van de machtigste kapbedrijven in Amerika. Sel trouwt een vrouw uit de Mi'kmaw-stam; zijn familiegeschiedenis is er een van indianen die worstelen met het verdwijnen van hun natuurlijke habitat - en lijden onder het buitensporige geweld van de nieuwe bewoners.

Welk boek mag je niet missen, welke verhalen of recensies zijn de moeite waard, wie hebben we geïnterviewd en waarom?

Schrijf u op volkskrant.nl/boeken in voor de gratis nieuwsbrief en ontvang elke zaterdag rond lunchtijd een update van het laatste boekennieuws en een overzicht van de hoogtepunten uit de Volkskrant.

Vooral de natuurbeschrijvingen in Schorshuiden zijn uiterst gedetailleerd en gedocumenteerd, beter uitgewerkt dan sommige personages.

Proulx leidt de lezer rond in het oerbos alsof het er gisteren nog stond. Tijdens het schrijven van de roman verhuisde de auteur van de kale vlakte van Wyoming naar de beboste heuvels van de staat Washington; naar een huis omringd door rode ceders, dikke woudreuzen - soms lijkt het alsof bomen voor haar aangenamer gezelschap zijn dan mensen. Aan interviews heeft ze in elk geval een zelfverklaarde hekel. Al doet ze vandaag beslist haar best.

Van welke boom houdt u het meest?

Korte zucht. 'Nou, het is niet zo dat ik me vreselijk voel aangetrokken tot bomen. Sterker, er is één boom die ik echt ben gaan haten: de westerse rode ceder, een reusachtige, mooie boom. Washington State staat er vol mee, ik heb er mijn huis op uitgekozen. Het was een belangrijke boom voor de indianen hier. Ze maakten er huizen van, kano's, kleding, manden, werkelijk alles. Ze peuterden een stuk schors los aan de onderkant van de boom en liepen de heuvel op om er een lange strook af te kunnen trekken. Soms vind je daar nog sporen van op een stam.

'Plotseling kreeg ik last van astma, uitslag, hoofdpijn. Ik werd gevoelig voor allerlei soorten voeding. Het duurde lang voordat ik doorhad wat de oorzaak was: allergie. Die prachtige, prachtige boom bleek niet mijn vriend.'

Wat ironisch. En nu?

Schouderophalend: 'Het enige wat ik kan doen is weggaan. En dus vertrek ik weer.'

Waarom wilde u een boek over bomen schrijven?

'Het zat er al heel lang aan te komen. Ik zie mijn hele leven al bomen. Ik groeide op in New England, waar toen nog restanten van de oude bossen waren - de meeste zijn nu verdwenen. Als kind al vond ik het fijn in het bos te zijn. Eigenlijk wilde ik over klimaatverandering schrijven. Maar dat onderwerp is immens, te groot. Toen bedacht ik dat ik wél over ontbossing kon schrijven, een van de meer behapbare facetten van klimaatverandering.

'De kiem ervoor is dertig jaar geleden gelegd. Ik reed over een achterafweg door Michigan, toen ik een groot bord zag. 'Hier stond ooit het mooiste witte dennenbos van de wereld', stond erop. In de wijde omtrek was geen enkele den te bekennen. Ik was erdoor aangedaan, dat beeld heb ik altijd in mijn achterhoofd gehouden.

'Vijftien jaar geleden ben ik aan de slag gegaan, ben ik boeken gaan lezen, onderzoek gaan doen. Ik heb altijd een probleem nodig om over te schrijven. Homofobie in Brokeback Mountain bijvoorbeeld, immigratie in Accordeonmisdaden. En ontbossing werd het probleem van deze roman. Zo heb ik het benaderd. Niet uit enorme liefde voor bomen.'

Annie Proulx tijdens de presentatie van Brokeback Mountain in 2006. Beeld epa
Annie Proulx tijdens de presentatie van Brokeback Mountain in 2006.Beeld epa

Hoe maak je van een probleem een roman?

'Ik wist dat de roman drie eeuwen moest omspannen, om de ontbossing te kunnen beschrijven. En toen ben ik locaties gaan kiezen: Québec, waar een Frans familielid van me als contractarbeider aankwam. Maine: daar ging ik als kind vaak op vakantie, ik ken er de dennenbossen goed. Over de houtkampen in Michigan bestaat veel literatuur. De personages waren het minste probleem. Het was belangrijk de opeenvolging van houtkap en plunderingen goed te krijgen.'

U begint met een probleem en een locatie, voordat er een verhaallijn is?

'Altijd. De verhaallijn ontwikkelt zich uit een locatie, tenminste bij mij wel. Wanneer je weet wat er op een bepaalde plek groeit, wat de geologie is, hoe de bodem is, welke planten er zijn, welke dieren en insecten, hoe de mensen er vroeger leefden, dan ontstaat het verhaal vanzelf.'

Personages en verhalen worden gevormd door hun omgeving?

'Precies. Als je over houtkap schrijft, weet je dat er doden gaan vallen, ernstige ongelukken gebeuren. Bepaalde dingen gebeuren op bepaalde plekken. En bepaalde plekken brengen een bepaald slag mensen voort.'

Mensen die bar weinig ophebben met de natuur bijvoorbeeld, zoals de Europeanen die de Nieuwe Wereld koloniseren. En mensen die er in volledige harmonie mee leven, zoals de indianen die het bos - dieren, bomen, planten, stenen, rivieren - als bezield beschouwen. Schorshuiden beschrijft minutieus en nietsontziend hoe de harmonieuze levensbeschouwing, en de indianen zelf, worden vermorzeld onder de vernietigende roofzucht van de kolonisten. Die zien het oerbos aanvankelijk als een duivelse wildernis die getemd moet worden. Later is het bos niet meer een vijand, maar een onuitputtelijke bron waarvan je naar believen kunt nemen.

Ze worden daarin, betoogt Proulx in haar boek, bevestigd door het christendom, dat leert dat land er is om te ontginnen, en dat de mens de taak heeft cultuur te brengen.

Daarna is het heilige geloof in het kapitalisme en het modernisme ('de Amerikaanse mentaliteit van pakken wat je pakken kan') de motor achter zelfverrijking en roofbouw. De gevolgen zijn desastreus: door de ontbossing verdwenen dieren en planten, ontstond erosie en overstroomden rivieren, werden ecosystemen ontregeld, en raakten hele indianenstammen op drift. Voor zover die nog niet door de kolonisten gedecimeerd waren, in hetzelfde tempo als de bomen.

U neemt in uw roman geen gas terug wanneer u de gruwelijkheden beschrijft van de genocide die de kolonisten pleegden op de inheemse bevolking. Voelt u zich, als bestsellerauteur, verantwoordelijk zo'n onderwerp onder de aandacht te brengen?

Schamper: 'U bent de eerste die erover begint.'

Sorry?

'U bent vooralsnog de eerste interviewer die benoemt dat het een thema in mijn boek is.'

Hoe kan dat?

'De meeste mensen laten het niet zo tot zich doordringen. U noemde het net genocide, en dat is precies wat het was, maar hier gebruikt men dat woord niet. Er zijn stapels goede historische boeken over geschreven, daar niet van. Maar het is geen onderwerp van gesprek, er is geen discussie over. Men beschouwt het als iets uit een ver verleden, het is onwerkelijk omdat het zo lang geleden is gebeurd. Maar zo lang geleden is het helemaal niet, tot in de jaren vijftig waren er in Canada en Amerika overheidsscholen voor indianen, verschrikkelijk wrede instellingen waar men de geest van die kinderen brak en sommigen de dood injaagden.'

U beschrijft in uw boek hoe onze kijk op de natuur steeds verandert. Hoe staan we er nu voor?

'Amerikanen hebben totaal geen oog voor de natuur. Nee, ik weet niet of dat voor de rest van de wereld ook geldt. Maar Amerikanen hadden vanaf het moment dat ze hier voet aan land zetten een hekel aan het bos. En die afkeer is doorgegeven, van generatie op generatie - al zijn sommigen van mening veranderd. De natuur is niet bijster interessant. Tenzij er een vakantie aan vast zit, en je erin kunt vissen of skiën. Dat is nu de rol van de natuur: ze moet ons helpen óf ze moet ons vermaken.'

Het milieubewustzijn is de laatste tijd toch juist toegenomen?

'Jawel, er is wat veranderd. Mensen zijn zich meer bewust van de natuur, vooral omdat hun verteld is dat de natuur mooi is. De Sierra Club (een milieuorganisatie in Amerika, AvD) heeft daarin een grote rol gespeeld, met prachtige kalenders en boeken. En dus zijn mensen de natuur als 'mooi' gaan bestempelen. En gaan ze naar spectaculaire plekken, naar grillige rotsformaties in de woestijn, naar fotogenieke bossen, bergen en kusten.

'Maar er zijn ook veel mensen die serieus geïnteresseerd zijn geraakt. Neem vogelaars! Vogelen is enorm gegroeid. Er zijn miljoenen mensen die naar vogels kijken.'

Medeschuldig aan het verdwijnen van de bossen, schrijft u, zijn het kapitalisme en het modernisme - nog steeds pijlers onder de Amerikaanse maatschappij en grote delen van de westerse wereld. Hoeveel hoop is er dan dat we verdere schade beperken?

'Hoop is het enige dat we hebben. Waar ik vrolijk van word, is dat sommige mensen zijdeplanttuinen aanleggen. Omdat ze hebben begrepen dat bepaalde vlindersoorten dreigen te verdwijnen vanwege een tekort aan de plant die voorheen in elke weide groeide. Laatst kwam na afloop van een lezing een meneer op me af die trots een foto van zijn zijdeplanttuin liet zien. Nu moet je weten: die plant is totaal niet aantrekkelijk. Een soort struik, grijsgroen, zonder lieflijke bloemen. Maar mensen doen het! Net als hommeltuinen, of daktuinen waar bijen worden gehouden. Dat is interessant: er bestaan doodnormale mensen die er plezier in scheppen om een deel van de natuurlijke wereld te redden of te beschermen.'

Is het niet allemaal wat klein?

'Duizenden kleine beetjes zijn opgeteld veel. En een bij is blij met een extra struik hier of daar.'

En dan is er nu Trump, zo'n beetje het vleesgeworden kapitalisme. Hij bestrijdt dat klimaatverandering bestaat, en wil in de budgetten van zijn milieudepartement snijden.

'Het is nog veel erger dan dat. Een grote hoeveelheid overheidsinformatie over de natuur die online voor iedereen toegankelijk was, verschrikkelijk belangrijke wetenschappelijke kennis, is verwijderd en vernietigd. Ik ken een dierkundige die gespecialiseerd is in libellen: hij is zo gedesillusioneerd door wat er gebeurt, dat hij zich volledig heeft teruggetrokken uit de wereld. Niet als activistische daad of zo. Hij verschanst zich in de natuur.

'Ik weet niet hoe ik zelf ga reageren. Waarschijnlijk ga ik gewoon door. Weer een hommeltuin aanleggen bij mijn nieuwe huis. Weer zijdeplantzaad bestellen.'

U heeft vijftien jaar aan dit boek gewerkt, tien jaar onderzoek en vijf jaar schrijven. Wat kan er volgen op zo'n ambitieus project?

'Nog een boek, wat dacht je dan? Waarschijnlijk iets over vulkanen. Of zeebiologie. Of allebei.'

Gaat u daar weer net zo veel voor reizen als voor dit boek?

'Ik hoef nergens naartoe. Mijn nieuwe huis staat op de goede plek. Ik verhuis over een paar weken. Naar Olympic, een schiereiland in Washington, een vulkaanrijke staat. Naar een klein stadje. Met geen enkele rode ceder in de buurt.'

Meer over