De gouden tips van rechts-extremisten

Moet een journalist de politie waarschuwen als rechts-extremisten aankondigen dat ze op een tentenkamp met asielzoekers afgaan, of moet hij alleen maar 'zijn werk doen'?...

VEEL LANGER dan twee minuten kunnen de oud-CP'86-voorzitter en twintig andere rechts-extremisten niet in het tentenkamp bij Dwingeloo hebben rondgebanjerd. En als ze niet met verslaggevers van TV Drenthe en het ANP hadden staan keuvelen, waren ze nóg sneller vertrokken. Er waren toen wat racistische posters aan bomen gespijkerd en er waren wat kreten geslaakt. Dat was alles. Maar dat niemand gemolesteerd zou worden, konden de journalisten niet weten toen ze hun tip kregen en besloten de politie niet te waarschuwen.

Dat was niet naïef, vindt directeur en hoofdredacteur K. de Vries van TV Drenthe, al willen ze er bij zijn regionale omroep 'nog eens goed over nadenken'. Want hoe ver gaat een journalist in het beschermen van bronnen, hoe tuk mag hij zijn op een primeur en hoe groot is de kans op geweld? De Vries: 'In dit geval hebben wij goed gehandeld. We wisten dat er iets zou gebeuren, maar erg duidelijk was het niet.'

TV Drenthe had zijn tip niet uit de eerste, maar uit derde of vierde hand. Een plaatselijke fotograaf had zijn collega's van de omroep ingeseind, nadat het ANP hem had gevraagd die zaterdagmiddag bij Dwingeloo te posten. De bron van de tip lag, zoals wel vaker bij nieuws uit het rechts-extremistische milieu, bij het persbureau ANP. 'Wij zijn meestal zeer goed op de hoogte', zegt hoofdredacteur R. de Spa. 'Die voorsprong hebben we op andere media. Omdat we ons in dat wereldje hebben ingegraven.'

Een normaal mens, zegt De Spa, gaat waarschijnlijk liever niet met skinheads mee naar de IJzerbedevaart, en mijdt de ranzige onderonsjes van Sieg Heil schreeuwende ultra-nationalisten in Denemarken. Verslaggevers van het ANP wroeten wél in het circuit van rokerige achterzaaltjes in dorpshotels. Niet undercover, maar met open vizier. Dat wroeten levert tips op. En die tips blijven alleen komen zolang de verslaggever de politie niet belt. 'Bellen kun je maar één keer doen', zegt De Spa.

Misschien, erkent hij, had zaterdag de politie wél moeten worden ingelicht. Ook al had de verslaggever die de tip kreeg, anders geadviseerd: er leek niet meer op komst dan een 'korte posteractie met een vreedzaam verloop'. Die taxatie was volgens directeur J. van Tilborg van Inlia - de groepering die de asielzoekers in het tentenkamp steunt - ethisch niet verantwoord. Van Tilborg: 'Er zaten mannen, vrouwen en kinderen in het kamp. Het had gemakkelijk kunnen escaleren. Dat er niets is gebeurd, kwam vooral doordat de meeste mannen een eind verderop aan het volleyballen waren.'

De afweging die het ANP en daarna ook TV Drenthe maakten - bron en primeur 'heel houden', omdat het risico van geweld klein werd geacht - noemt mr. J. Leyten achteraf onverantwoord. Het is, zegt de jurist die zich voorheen als advocaat-generaal bij de Hoge Raad meer dan eens heeft uitgelaten over de relatie tussen pers en justitie, 'een beetje dom' om te veronderstellen dat rechts-extremisten vreedzaam handelen. Leyten: 'Ze zijn tot veel in staat, dat is gebleken.'

De kwestie, zegt Leyten, raakt aan het journalistiek verschoningsrecht. Dat is het recht de naam van een tipgever of zegsman geheim te houden, vergelijkbaar met het zwijgrecht van advocaten, artsen en priesters. Ook zij kunnen hun werk alleen doen als ze de vertrouwensband met cliënten niet schaden. Behalve een recht, is dat ook een plicht, zegt Leyten. 'Maar een arts die vermoedt dat een kind thuis ernstig wordt mishandeld, zal, hoe voorzichtig ook, in zo'n geval toch de politie moeten waarschuwen.'

Tot begin jaren negentig is geprobeerd een journalistiek verschoningsrecht bij wet te regelen, eventueel als een wat afgezwakt 'journalistiek privilege'. Dat is nooit gelukt. In de praktijk is het ook niet meer nodig, omdat rechters zich in enkele belangrijke uitspraken coulant hebben opgesteld. Ook als een andere partij daar schade van ondervindt, mogen journalisten hun bron meestal beschermen, omdat ze anders hun werk niet kunnen doen. Het hogere belang van een vrije pers gaat dan voor.

De journalist die wordt getipt over een actie van extreem-rechts, en de politie niet belt, beroept zich ook op een verschoningsrecht. Hij wil zijn bron niet afbranden, omdat hij dan niet langer over dat milieu kan schrijven. De vraag is echter hoe innig de contacten mogen zijn. Misdaadverslaggever B. Middelburg van Het Parool gaat 'heel ver' in het beschermen van bronnen, maar houdt zijn relaties met het criminele milieu 'zakelijk'.

Middelburg: 'Ik zou ontzettend aarzelen om de opsporingsambtenaren te bellen, maar ik probeer dat soort problemen voor te zijn. De keer dat een bron mij begon te vertellen over een partij hasj die zou worden afgeleverd, heb ik meteen gezegd dat-ie me dat nooit meer moest vertellen. Want als de politie uit een heel andere hoek een tip krijgt, ben ik toch de eerste die ze erop aankijken. Ik laat die contacten niet verder gaan, omdat het journalistieke profijt daarvan nul is.'

Hoofdredacteur H. Verstraaten van Nieuwe Revu - een blad dat ultra-rechtse splintergroepen en de onderwereld ook op de voet volgt - wijst erop dat extreem-rechts voldoende benul van journalistiek heeft om contacten met de pers te misbruiken. 'Glimmerveen (voorman Nederlandse Volksunie) heeft eens gezegd dat hij er zijn politiek van maakt. Hij waarschuwt tevoren als er rellen gaan worden uitgelokt, zoals eind vorig jaar in Schiedam gebeurde, maar hij wil zeker weten dat er pers bij is. Zonder pers hebben die rellen geen zin.'

Een verslaggever die weet dat rechts-extremisten er waarschijnlijk op los zullen slaan, en die de politie niet belt, maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit, stelt Leyten. Hij noemt het 'eerder een soort burgerplicht'. Maar mogelijk, zegt de oud-jurist, kunnen slachtoffers van die rellen wél bij de burgerrechter verhaal halen. 'Misschien is er sprake van een onrechtmatige daad, omdat je anders handelt dan in het maatschappelijk verkeer betamelijk is.'

Net als Leyten vindt mr W.F. Korthals Altes dat het ANP in het geval-Dwingeloo de politie had moeten bellen, omdat de kans op escalatie en geweld te groot was. Maar anders dan Leyten denkt de Amsterdamse rechter-commissaris - die promoveerde op het 'journalistiek privilege' dat een journalist zich in dit soort situaties wel degelijk schuldig kan maken aan een strafbaar feit.

Volgens Korthals Altes gaat het 'aardig in de richting van medeplichtigheid of uitlokking' als een journalist zich laat verleiden tot een één-tweetje. Dat is het Glimmerveen-scenario: 'Er komen rellen, maar alleen als de pers erbij staat, en als jullie zaterdag niet kunnen, doen we het toch lekker zondag'.

Henk Blanken

Meer over