De gouden glans van Maastricht Het 'heerlyke stadtsgebouw' van Pieter Post is gerestaureerd

Eeuwenlang werd Maastricht geregeerd door een 'tweeherigheid': door de hertog van Brabant en de bisschop van Luik. Met zijn nieuwe stadhuis, dat in 1664 werd opgeleverd, zorgde bouwmeester Pieter Post ervoor dat de twee heren onder één dak kwamen....

Een bijna-ongeluk - een losgeraakte steen miste op een haar na een passant - was in 1991 aanleiding om het stadhuis in Maastricht achter hekken te plaatsen. De betonnen zoldervloer, die in 1939 brandbommen moest opvangen, bleek de stenen muren weg te drukken. Drie jaar geleden ging het gebouw in de steigers voor een grote 'cascorestauratie'. Zaterdag, tijdens het Nationaal Museumweekend, wordt het zeventiende eeuwse monument officieel ingewijd en houdt de gemeente open huis.

De inwijding zal zich op Maastrichtse wijze voltrekken. Met een pèlske, liederen en een rondgang van het college om het gebouw, zoals dat eeuwenlang het gebruik was bij de installatie van een nieuw bestuur. Maastricht kende vanaf de dertiende eeuw een 'tweeherigheid': de prinsbisschop van Luik en de hertog van Brabant zwaaiden de scepter over de stad. Dit bleef zo tot het begin van de Franse Tijd in 1794.

Toen de Hollandse bouwmeester Pieter Post (1608-1669) in 1656 de opdracht kreeg een nieuw onderkomen te bouwen voor het tweeherig bestuur, koos hij de Markt als locatie voor één stadhuis - een revolutionair plan dat inhield dat de twee heren onder één dak kwamen te zitten en de stad flink moest lijden: de Lakenhal met Markttoren, resten van de oude stadsmuur en de Gevangenpoort gingen tegen de vlakte. In 1659 vertrok Post per boot naar Zuid-Limburg om het grondplan voor de bouw te begeleiden. Opmerkelijk, want hij vreesde de struikrovers op dit soort lange reizen.

De Maastrichtse schepenen hadden vast gehoord van het 'achtste wereldwonder' op de Dam in Amsterdam, zoals Constantijn Huygens het nieuwe stadhuis van Jacob van Campen en diens leerling Post bejubelde. Op voorspraak van Huygens was Post in 1645 in vaste dienst gekomen van de stadhouder Frederik Hendrik als 'schilder en architect'. In hofkringen was zijn naam bon ton.

Post assisteerde Van Campen in Den Haag onder meer bij de bouw van Huis Noordeinde en voltooide Huis ten Bosch en de Statenzaal aan het Binnenhof, waar nu de Eerste Kamer zetelt. Naast patriciërshuizen, kerken, kruitmagazijnen en waaggebouwen ontwierp hij voor Frederik Hendrik een lijkwagen, die zo was gemaakt dat de kist van de opgebaarde Stedendwinger bij aankomst in Delft moeiteloos van de wagen kon worden geschoven.

Met Van Campen verbreidde hij het Hollandse classicisme. Een ingetogen, harmonische bouwstijl, gebaseerd op de mathematische principes van Italiaanse classicisten als Palladio. Van Campen, Philip Vingboons en Post zijn dé bouwmeesters van de Gouden Eeuw. Maastricht deelde in die gouden glans dankzij Post. Tsaar Peter de Grote was in 1717 zo onder de indruk van het stadhuis van Post dat hij op de omwalling van een klooster buiten Moskou een kopie van de toren liet bouwen.

Dit heerlyk stadtsgebouw (...) / Ryst evenredig in het vierkant naar omhoog / Van blauwe arduinsteen, zoo behaaglyk voor het oog. Zo zag een reiziger het gebouw van Post rond 1706. Zo fier staat het stadhuis er nu, drie eeuwen later, nog bij. Van welke kant je het bouwwerk van Post ook benadert, het ademt een voorname sfeer.

De buitenzijde is weer toonbaar na de minutieuze reiniging. Een kwart van het hardsteen in de buitenmuur is vervangen, de leien dakbedekking zelfs helemaal. Het hardsteen is afkomstig uit Ierland en het lei uit Wales. De steengroeves daar boden meer keus en kwaliteit dan die in België en Frankrijk. De betonnen zoldervloer waarmee de ellende begon, is gesloopt.

Het leeuwendeel van de elf miljoen die het herstel heeft gekost, heeft de gemeente zelf opgebracht. 'Een Maastrichts bedrag', zegt burgemeester Houben trots. Het pand kan weer een eeuw vooruit.

Op enkele door Post ontworpen schouwen na, stamt het interieur goeddeels uit de achttiende eeuw. Boven imponeert de Collegekamer, beneden in de Prinsenkamer strelen de Vlaamse wandtapijten het oog en in de Burgemeesterskamer schitteren de goudleren wanden. De collectie wijnkannen van tingieter Willem Adolphi is weer compleet, na een aanvulling uit het depot van het Bonnefantenmuseum.

Loco-secretaris Léon Minis ziet er op toe dat de raadsleden het antieke decor respecteren. Het bronzen kopje van Joop den Uyl in de PvdA-kamer valt minder uit de toon dan die kunststof standaard met rode roos, vindt hij. De meeste ambtenaren zijn ondergebracht in 'moderne' kantoren achter het stadshuis, foeilelijke jaren-zestig-kolossen. Romantiseren wil de secretaris het oude stadhuis niet. 'Wij zitten met zijn drieën op een kamer en waar laat je het kopieerapparaat?' Ramen uit 1850 zijn fraai, maar tochten wel. Monumentenzorg was tegen dubbel glas.

Restauratoren en architect zijn erin geslaagd het twintigste-eeuwse comfort weg te moffelen. Vanaf Het Plein, zoals de imposante hal van het stadhuis wordt genoemd, is niet te zien dat de bodes koffie zetten in een nieuwbouwkeuken. Voor zenuwachtige bruidegoms is er modern sanitair. Gehandicapten kunnen voor de raadsvergaderingen voortaan naar boven met de glazen lift achterin. Al missen ze dan het magnifieke trappenhuis.

De genuanceerde wijze waarop Maastricht met haar erfgoed omspringt, is op zijn plaats. In zijn ontwerp legde Post eenzelfde fijngevoeligheid aan de dag. Zowel de Luikse als de Brabantse schepenen waren tevreden, toen de ruwbouw in 1662 gereed was. Gezien vanaf de toegangsdeur zetelden de Luikse schepenen aan de linker-, de Brabantse aan de rechterzijde. Vóór zaten de hoge magistraten, achter de lage. Kortom, een stadhuis op maat.

Het classisistische bouwen was in het op Frankrijk georiënteerde Maastricht onbekend. Latere stadsbesturen lieten de sobere schouwen van Post vervangen door uitbundiger exemplaren. Ook de vier symmetrisch geplaatste schoorstenen op het dak moesten wijken. De open houten toren bleef intact, al staat hij inmiddels, heel Italiaans, een tikje uit het lood.

Post plaatste het stadhuis (100 bij 100 voet) in het midden van het marktplein. Om het net niet vierkante plein toch tot een carré te maken, liet hij aan de voorzijde en de noordkant van het stadhuis een rij bomen plaatsen. Een mooie trompe l'oeil.

Er is een gerede kans dat de bomenrij op de Markt terugkeert. Als het ambitieuze Markt-Maas-project van de gemeente doorgaat, wordt het plein zelfs autovrij en de marktwand aan de oostzijde gedicht. Het drukke verkeer rijdt dan niet meer over de Wilhelminabrug de stad in, maar wordt omgeleid via de Maasboulevard. Alleen de marktkramen mogen blijven, als in de dagen van Post. Een mooier eerbetoon had de bouwmeester zich niet kunnen wensen.

In het Stadhuis in Maastricht is een expositie ingericht over de geschiedenis en de restauaratie. Zaterdag open huis van 14 tot 17 uur.

Meer over