OmslagDe grote golf van Kanagawa

De golf van Hokusai wordt al ruim een eeuw door de mangel gehaald – en houdt nog altijd stand

Hokusai houdt al 190 jaar stand.

Katsushika Hokusai: De grote golf van Kanagawa. Beeld Getty
Katsushika Hokusai: De grote golf van Kanagawa.Beeld Getty

Sommige kunst is niet stuk te krijgen. Teken een snor op de bovenlip van Mona Lisa of zet twee Mickey Mouse-oren op haar hoofd: Da Vinci geeft geen krimp. Componist Gilius van Bergeijk probeerde het met Bach. Hij nam diens Dubbelconcert voor hobo en strijkers, hakte van elke maat de laatste tel af en liet het residu, BAC getiteld, uitvoeren op nota bene draaiorgel. Het bleef onweerstaanbaar Bach.

En neem Katsushika Hokusai. Het bekendste werk van de Japanse kunstenaar, De grote golf van Kanagawa uit circa 1830, wordt al ruim een eeuw door de mangel gehaald. Vaak gaat het mes erin, zoals op boekomslagen waarop alleen met de centrale schuimkop wordt volstaan. De trend gaat terug tot minstens 1905, toen Claude Debussy de golftop afdrukte op de partituur van zijn orkestwerk La mer.

Claude Debussy: partituur La mer. Uitgeverij A. Durand & fils, 1905. Beeld A. Durand & fils
Claude Debussy: partituur La mer. Uitgeverij A. Durand & fils, 1905.Beeld A. Durand & fils

Omslagen waarop Hokusais houtsnede onverkort is afgebeeld, zijn schaars. In de buurt komt Iris Murdochs roman The Sea, The Sea (Chatto & Windus, 1978), waarop de illustratie doorloopt op de rug.

Uitgeverij Chatto & Windus, 1978. Beeld Chatto & Windus
Uitgeverij Chatto & Windus, 1978.Beeld Chatto & Windus

Verder kun je met het tafereel doen wat je wilt. Je kunt er alle kleur uit halen, zoals op Yukio Mishima’s The Sailor Who Fell from Grace with the Sea (Vintage, 1999) of alles veranderen in groen en geel, zoals op Edward Bryants The Underrated Hazard (Cambridge University Press, 2001) – niet de enige non-fictiestudie over tsunami’s met Hokusai op de cover.

Ontwerp Anna Crone. Uitgeverij Vintage, 1999. Beeld Vintage
Ontwerp Anna Crone. Uitgeverij Vintage, 1999.Beeld Vintage

Je kunt ook een compleet nieuwe illustratie maken, zoals voor Jhumpa Lahiri’s verhalenbundel Vreemd land (Meulenhoff 2008, 8ste druk 2010), terwijl je nog steeds denkt: o ja, Hokusai.

Uitgeverij Meulenhoff, 2010. Beeld Meulenhoff
Uitgeverij Meulenhoff, 2010.Beeld Meulenhoff

Na elkaar verschenen dit jaar Geen zee te hoog – Japan en de Japanners in de 21ste eeuw van Paul Muys en Iris Hannema’s jeugdroman Schaduwbroer. Beide gebruiken de bekende uitsnede. Bij Muys in een licht psychedelische abstractie, waarin je opeens ziet dat de krullen in de golf de repeterende vorm hebben van een woord dat in 1830 nog niet bestond: fractals.

Illustratie Istockphoto, belettering Nanja Toebak. Beeld Leopold
Illustratie Istockphoto, belettering Nanja Toebak.Beeld Leopold
Ontwerp Rouwhorst + Van Roon. Beeld Vrijdag
Ontwerp Rouwhorst + Van Roon.Beeld Vrijdag

Paul Muys: Geen zee te hoog

Omslag Rouwhorst + Van Roon. Vrijdag; € 22,50.

Iris Hannema: Schaduwbroer

Omslag Nanja Toebak. Leopold; € 17,99.

Ontwerp Luk Nonneman/Buro Citroen. Uitgeverij Lannoo, 2006. Beeld Lannoo
Ontwerp Luk Nonneman/Buro Citroen. Uitgeverij Lannoo, 2006.Beeld Lannoo
Ontwerp Nico Richter. Uitgeverij De Arbeiderspers, 1988. Beeld De Arbeiderspers
Ontwerp Nico Richter. Uitgeverij De Arbeiderspers, 1988.Beeld De Arbeiderspers