De godsfranje van Oranje

Protestantse prinsen en prinsessen die de ouwel nemen, het lijkt ketterij waar een paus zelfs in 1998 nog nachten wakker moet liggen....

JAN BLOKKER

DE allereerste Oranje was katholiek, wat niet hoeft te verbazen, want bijna iedereen was toen nog katholiek. Zijn ouders in het Duitse Nassau waren lichtelijk aangeraakt door de denkbeelden van Luther, maar Willem voegde zich zonder bezwaar naar de wensen van keizer Karel die tevens zijn landsheer was, en groeide in Brussel op als een onverdacht roomse edelman. Ook toen hij met de protestantse Anna van Saksen was getrouwd bleef hij naar de mis gaan, en verbood hij calvinistische godsdienstoefeningen binnen z'n Hollandse bezittingen, zoals hij de hugenoten in z'n Franse prinsdom zelfs liet vervolgen.

Dat hij van jongs af aan een wakkere zoon van de Reformatie zou zijn geweest is een sprookje dat alleen in kringen van GPV, SGP en RPF nog wordt geloofd, en dat in hoge mate onrecht doet aan wat hij, behalve een groot diplomaat, bovenal was: een vooruitstrevende humanist met conservatieve opvattingen over de adelsrechten van zichzelf en zijn stam.

Z'n ontwikkeling van lauwe katholiek en lauwe lutheraan tot lauwe calvinist werd mede bepaald door wat je zijn dynastieke instinct kunt noemen. Het ging in de zestiende eeuw, niet anders dan in de twintigste, eerst en vooral om de macht - en zoals sommige pausen er niet voor terugdeinsden geheime pacten met de Turk te sluiten om de invloed van de Habsburgers in te perken, en Karel V Luther minder als ketter verafschuwde dan als veroorzaker van troebelen in zijn Duitse Rijk, zo was het er onze Zwijger primair om begonnen de traditionele privileges van zijn familie-'heerlijkheden' veilig te stellen tegenover een al te gulzige vorst. Hij wilde de koning van Hispanje met liefde eren, maar er waren grenzen, en vanaf het moment dat hij die overschreden achtte, was het oorlog.

Zijn rol als Vader des Vaderlands wordt daar niet minder memorabel van - de raarste oorzaken hebben tenslotte vaak de mooiste gevolgen - maar je moet die dingen wel naast elkaar blijven zien.

In religieuze zaken heeft een element van berekening op z'n tijd bij alle Oranjes meegespeeld. Maurits' keuze voor de predestinatieleer van Gomarus had niet zozeer te maken met een opwelling van orthodoxie (het verhaal wil dat hij niet eens wist welke kerk hij precies bezocht), als wel met een binnenlands-politiek conflict tussen hem en Oldenbarnevelt. Stadhouder Willem III had in de veldtocht tegen zijn roomse schoonvader Jacobus niet per se de 'bevrijding' van Engeland van het paapse juk op het oog, maar een versteviging van zijn eigen positie in Europa. En toen zijn koninklijke naamgenoot in 1853 openlijk partij leek te kiezen tegen het herstel van de R.K. hiërarchie in Nederland, was dat niet omdat het oude geuzenbloed in zijn aderen ineens opspeelde, maar omdat hij er het liberale beleid van de hem onwelgevallige Thorbecke mee hoopte te treffen - wat ook gebeurde.

De mythe van een onverbrekelijke, historische band tussen Oranje en de Reformatie - de mythe van God, Nederland en Oranje - is van negentiende-de eeuwse makelij, gekoesterd op gezag van Abraham Kuyper die zijn anti-revolutionaire 'kleine luyden' hun politieke partij wilde laten meeblazen 'op den grondtoon van ons volkskarakter gelijk dit, door Oranje geleid, onder invloed der Hervorming omstreeks 1572 zijn stempel ontving.'

Maar Willem de Zwijger moest niets hebben van de door de Brielse watergeuzen in het zadel geholpen calvinistische drijvers. Zijn zoon Maurits rustte een expeditie uit tegen Diederik Sonoy die rond 1588 in Medemblik, naar het Geneefse voorbeeld van Calvijn, een protestantse theocratie had gevestigd. Koning-stadhouder Willem III was tegenover Engelse en Ierse katholieken een stuk toleranter dan dominee Paisley driehonderd jaar later voor oorbaar zou houden.

Als gematigd hoeder van de Hervormde Kerk keerde koning Willem I zich zonder pardon tegen de dissidenten van de Nadere Reformatie, die zich in 1834 begonnen af te scheiden. En in de eerste jaren van zijn bewind had hij zich, natuurlijk ook uit welbegrepen eigen- en staatsbelang - daar heb je het weer - redelijk rooms-vriendelijk betoond (en zelfs een katholieke gouverneur-generaal aangesteld) om z'n Vlaams-Waalse onderdanen niet voor het hoofd te stoten. Na zijn abdicatie hertrouwde hij trouwens ook nog met een Luikse 'gravin' die even weinig van adel en even rooms was als Emily Bremers.

Van leerstelligheid kunnen de Oranjes moeilijk beticht worden. Zonder meteen te betwijfelen of het geloof bij alle sleutelfiguren van de dynastie even diep zat, mogen we veilig aannemen dat de kerkdienst voor velen een kwestie van traditie, vorstelijke plicht en protocol is geweest; aan de geschiedenis waren ze nou eenmaal verschuldigd om als symbool van een protestantse natie naar buiten te treden.

Voorzover dat een rijkelijk hybride opdracht mag heten ten overstaan van een bevolking die tot in deze eeuw voor bijna veertig percent katholiek was, moet je zeggen dat ze zich heel aardig en vaardig van die taak hebben gekweten. En dat zou ze vermoedelijk nooit zijn gelukt als er in hun geloofsbeleving niet sprake was geweest van een zekere rekkelijkheid; terwille van de nationale godsvrede kun je tenslotte altijd beter met dominee Ter Linden en pater Oostvogel dan met Andries Knevel en mgr Simonis in zee gaan.

Hoe het precies zit met het Oranjegeloof weten we niet, en gaat ons eigenlijk ook niet aan. Wat er wel eens over bekend is geworden varieert van bescheiden vroomheid en besloten bijbelclubjes, tot aan wichelroeden, dendrofilie en misschien nog wat exotischer vormen van spirituele simsalabim - allemaal heel dragelijk, heel huiselijk en tot op zekere hoogte ook heel Hollands: nooit extreem, de buren hebben er geen last van, en de kinderen mogen zelf uitmaken of ze later iets willen met hetzij mevrouw Blavatsky, hetzij onze lieve heer, hetzij een dolfijn.

De religie van de Oranjes, zou je kunnen zeggen, is de religie van de kerstboodschap, die iedereen sticht en niemand kwetst, waarin het harmonium niet minder is vertegenwoordigd dan het gregoriaans en waarbij men zich zowel de EO als een hostie kan voorstellen - in feite een zeer oecumenische aangelegenheid.

Wat dat betreft is eigenlijk vier eeuwen lang het voorbeeld van de grondlegger der dynastie gevolgd: een beetje katholiek, een beetje luthers, een beetje calvinistisch, en toen het er op aan kwam zelfs nog even liever Turks dan paaps.

Oranje is het kussen waarop alle geloven zonder enig risico tegelijk kunnen slapen. Dat de bisschop van Utrecht er wakker van ligt moet te maken hebben met een slecht geweten.

Meer over