Aard van het beestje

De gewone zeehond doet het goed – maar hoe kan het dat de populatie ondanks al die pups niet groeit?

Iedere week schrijft Caspar Janssen over een dier in zijn habitat. Wat typeert het dier en waarom doet het juist nu van zich spreken?

null Beeld Margot Holtman
Beeld Margot Holtman

Je kunt er moeilijk over doen, maar zeehonden in het wild zien is vrij simpel. In dit geval sta ik twee uur nadat ik van huis ben vertrokken op De Hors op Texel, op de bodem van de zee – het is eb. Samen met Sophie Brasseur, onderzoeker bij Wageningen Marine Research, kijk ik naar groepjes zeehonden, gewone en grijze, aan de overkant van de zeegeul, op de Razende Bol, een onbewoond eilandje, een grote zandplaat. De silhouetten zijn met de kijker te onderscheiden, de snuiten verbeeld ik me erbij, evenals het ‘bobberen’ van en naar het water.

Dichterbij hoeven we niet te komen, en veel dichterbij mag ook niet, want van half mei tot begin september zijn de belangrijkste ligplaatsen voor zeehonden in de Waddenzee ‘afgesloten’ voor mensen. In deze periode zijn de zeehonden op hun kwetsbaarst, nu worden de pups geboren en gezoogd.

Verstoring is er desondanks volop. Brasseur: ‘Ik zie daar achter die gele boei, nu verboden terrein, nog regelmatig toeristenboten. Want ja, je wilt je toeristen toch het mooiste plaatje laten zien. En die mensen vertellen dat op de camping en dan willen die andere toeristen ook.’

Wat dat doet met de zeehonden? Brasseur: ‘Zeehonden zogen op land, ze zijn maar 24 dagen met hun jong, en kunnen alleen laagwatertij gebruiken. Dat zijn dus 48 voedermomenten. Als ze één keer worden verstoord en het water in vluchten, dan is dat één voedermoment minder. Als je enthousiaste buurman de volgende dag ook zeehonden komt kijken, dan is er nog een moment minder.’

De pups van gewone zeehonden kunnen direct zwemmen. Na de zoogperiode verlaat de moeder haar jong, om opnieuw te paren. Dat paren gebeurt in het water, het mannetje laat zich naar de bodem zakken en maakt daar lage geluiden. Als een vrouwtje er klaar voor is zoekt ze het mannetje op.

De jonge dieren, intussen, moeten hun eigen weg vinden, leren vissen, visrijke plekken zoeken, met een zandbank in de buurt. Gewone zeehonden leven solitair. Brasseur: ‘We hebben weleens tien zeehonden tegelijkertijd gezenderd op dezelfde plaats. Ze zwommen allemaal een andere kant op.’ Vaak verder dan 50 kilometer, zeehonden zwemmen met gemak 100 kilometer op een dag. Wel komen gewone zeehonden, als ze geslachtsrijp zijn, terug naar de zandplaat waarop ze zijn geboren.

null Beeld Margot Holtman
Beeld Margot Holtman

In de jaren zeventig bereikt de populatie gewone zeehonden een dieptepunt. Nadat de jacht en ook het lozen van met pcb’s vervuild water was gestopt, ging het vrij snel beter. Inmiddels leven in de internationale Waddenzee zo’n veertigduizend gewone zeehonden. Maar er is iets vreemds aan de hand. Brasseur: ‘Ik ben nu al acht jaar aan het kijken naar een populatie van veertigduizend dieren die tienduizend pups per jaar produceert, maar waarvan we niets terugzien.’

Een mysterie: wat gebeurt er met al die pups? Elders zijn ze ook niet aangetroffen, ook niet met een virusinfectie op zandbanken. Brasseur zou het graag willen onderzoeken, door meer zeehonden te zenderen. Mogelijk sterven de zeehonden op zee. Maar waardoor dan? De enige grootschalige, ingrijpende verandering in de afgelopen tien jaar is de bouw van windmolenparken. Brasseur: ‘Zeehonden kunnen het heien onder water op tientallen kilometers afstand horen. Voordat je nog grotere windmolenparken gaat aanleggen in de Noordzee, zou je toch moeten weten wat het doet met de bewoners. Ik zeg: zoek het uit voor het te laat is.’

Maar ja, zie maar eens geld te krijgen voor onderzoek dat mogelijk de energietransitie kan vertragen.

Tijd om terug te lopen, voordat het vloed wordt.