Aard van het beestje

De gewone oester is behalve betoverend ook nog eens tamelijk onnavolgbaar

Iedere week schrijft Caspar Janssen over een dier in zijn habitat. Wat typeert het dier en waarom doet het juist nu van zich spreken?

Caspar Janssen
De gewone oester  Beeld Margot Holtman
De gewone oesterBeeld Margot Holtman

De zee op. Dat klinkt naar woelige baren, maar daarvan is vandaag, net voor het winterse intermezzo, geen sprake. Het is zonnig, bijna windstil als we bij de Brouwersdam de Voordelta opvaren in twee bootjes met betrokkenen bij de ‘Oestercoalitie’. Het is eb, scholeksters, wulpen en mantelmeeuwen foerageren op het drooggevallen zand, 2 kilometer buitengaats kun je nog staan, verderop liggen zeehonden te rusten op een zandbank.

We gaan op zoek naar de gewone oester, ook wel de platte oester genoemd, bekend van de menukaart. Het leek er even op dat de in het wild levende gewone oester bijna was verdwenen uit de Nederlandse delta en de Noordzee. Door ziekte en overbevissing. Gekweekt wordt de oester nog wel.

Hoelang moet je teruggaan in de geschiedenis, wat is het referentiepunt, dat is altijd de vraag, maar feit is dat de Noordzee tweehonderd jaar geleden nog voor eenderde bestond uit schelpdierbanken. Feit is ook dat een groot deel van de bodem van de Noordzee nu een omgeploegde zandbak is, en dat rond 2010 het signaal klonk dat het weleens afgelopen kon zijn met de inheemse oester.

Maar sindsdien steeg het aantal waarnemingen prompt. In de Noordzee, maar ook in de Oosterschelde, troffen duikers ieder jaar meer gewone oesters aan. Mogelijk is er een verband met een virus waarvoor Japanse oesters wel gevoelig zijn maar de gewone oesters nauwelijks. De twee oestersoorten kunnen naast elkaar bestaan, maar ze concurreren wel om het fytoplankton (voedsel) dat ze uit het water filteren.

De gewone oester  Beeld Margot Holtman
De gewone oesterBeeld Margot Holtman

Dat we vandaag uitvaren, heeft te maken met een project van ARK Natuurontwikkeling. Eerder had de natuurorganisatie lege oesterschelpen geplaatst in het westelijke havengebied van Rotterdam, in de hoop dat larfjes van een recentelijk aangetroffen platteoesterpopulatie zich eraan zouden hechten. Dat gebeurde, en eind vorig jaar werden van gaas en wilgentenen gemaakte constructies in zee geplaatst, met daarin de schelpen met aangehechte babyoesters. Een poging om nieuw oesterrif op de Noordzeebodem op gang te brengen. Want ‘rif faciliteert rif’, zegt Ernst Schrijver, marien bioloog van de natuurorganisatie. Vandaag gaan we kijken of de ‘oesterwiegen’ de winterstormen hebben overleefd.

De gewone oester is een ‘betoverend dier’, vindt Schrijver. Oesters kunnen 30 jaar oud worden, wisselen tijdens hun leven meerdere keren van geslacht, en kennen een vorm van broedzorg: de minilarven die uit de bevruchte eitjes komen, blijven nog een dag of tien ‘binnen’. Eenmaal buiten ontwikkelen de larven zich nog een paar weken. Schrijver: ‘Een zwemmend pilletje, met pootjes. Met zelfs zwakke oogjes die licht en donker kunnen onderscheiden.’

Na die paar weken volgt de broedval, als het goed is ergens op hard substraat, een bestaande oesterbank bijvoorbeeld. Dan wordt de oester een schelpdier, en al die oesters samen vormen een bank; dat wordt een soort superorganisme waarvan ook andere soorten profiteren. En ze zuiveren, filteren het water. ‘Gaaf’, zegt Schrijver.

En nu zitten we in de zon op het kabbelende bootje, terwijl duiker en bioloog Joost Bergsma van bureau Waardenburg onder water de oesterwiegen inspecteert. Van de constructies blijkt weinig over. Ze zijn ingezakt en overwoekerd door mosselen, en ook door Japanse oesters. Dat betekent dat de meeste platteoesterlarven het vermoedelijk niet hebben overleefd. Schrijver, ootmoedig: ‘De natuur laat zich de les weer eens niet lezen. Toch is het mooi dat de constructies wel worden gekoloniseerd.’

Dan het mysterieuze: er komt wel een volgroeide wilde platte oester boven water. ‘Die hebben wij hier niet uitgezet’, zegt Schrijver verbaasd. Zo blijkt: de gewone oester is behalve betoverend ook nog eens tamelijk onnavolgbaar.