De geuzenstatus van dikhuid en langoor

Deze rubriek belicht alledaagse fenomenen met een kunstblik. Vandaag: Amerikaanse partijlogo’s...

Erik van den Berg

Hoe slim is een partij die een symbool kiest dat halsstarrige koppigheid verbeeldt? Niet zo heel slim, zou je denken. En hoe verstandig is een politicus die zich associeert met een dier dat door de porseleinkast raast? Idem dito.

Toch zijn dat de beelden waarmee Barack Obama en John McCain hun strijd uitvechten: de olifant is het symbool van de Republikeinen, de ezel de tegenhanger van de Democraten. De identificatie gaat zo ver, dat politici in hun campagnes niet alleen met hun kleurcodes schermen (blauw voor de Democrats, rood voor de Republicans), maar silhouetten van beide dieren gebruiken om duidelijk te maken aan welke kant ze staan.

De neiging menselijk gedrag en streven met dieren te associëren, is niet van vandaag of gisteren. Omstreeks 600 voor Christus schreef de Griekse dichter Aesopus zijn fabel over de wedloop van de haas en de schildpad. De haas is zo zeker van zijn overwinning, dat hij onderweg een dutje doet. Helaas, hij verslaapt zich en als hij wakker wordt ziet hij hoe zijn trage opponent de eindstreep bereikt. Voer voor politici die de zegen in zicht denken te hebben.

Maar dan nog: een dikhuid en een langoor als politiek embleem? Wall Street kent de beeldspraak van de suffe beer en de snelle stier. Een ‘bear market’ betekent een pessimistische beurs met dalende koersen, de ‘bull market’ het tegenovergestelde. Niet voor niets staat op Wall Street een bronzen stier, klaar om zijn horens op te stoten – een niet mis te verstaan symbool. De Republikeinse en Democratische emblemen daarentegen zijn alleen begrijpelijk voor wie hun voorgeschiedenis kent: ezel en olifant zijn door de partijen niet gekozen, maar hun opgedrongen.

Over de oorsprong circuleren diverse theorieën, maar over één bron zijn de deskundigen het eens: in 1874 publiceerde Thomas Nast in Harper’s Weekly een spotprent waarin een achterbakse ezel een niet erg snuggere Republikeinse olifant aanvalt (een complexe grap, die onder meer refereerde aan een vals bericht over ontsnapte roofdieren in Central Park).

De satire sloeg zo aan, dat collega’s Nast begonnen te kopiëren en weldra was er geen krantelezer die de betekenis van ezel en olifant niet snapte. Toen het eenmaal zo ver was, besloten Democraten en Republikeinen de beesten dan maar als een geuzenmerk te omarmen. Een klassiek geval dus van zwakte ombuigen tot kracht – zoals politici wel is toevertrouwd.

Meer over