tv-recensiearno haijtema

De geknipte gast begint kritiekloos, maar eindigt in een gaaf gesprek met Herman Brusselmans

null Beeld

Mannetjes zijn het, maar aardige mannetjes: interviewer Özcan Akyol en Herman Brusselmans die in een tijdelijk, een kwartier durend verbond het leven doornemen en eensgezind de boze buitenwereld kapittelen om het uitblijven van waardering voor de 63-jarige Vlaamse schrijver. ‘Voor de mensen ben ik een viezerik. De man met het lange haar die altijd beffen zegt.’

Niet de polemiek waarop je hoopte en vrij negatieve reacties, zo vat Akyol de reacties samen op Brusselmans 84ste boek, Geschiedenis van de moderne literatuur. Ze zitten in het interviewprogramma De geknipte gast van BNNVara tegenover elkaar in de barbershop, waar Akyol zijn gasten in het precovidium ondervroeg tíjdens het knippen – een geniale combinatie omdat die handeling bij voorbaat overgave van het lijdend voorwerp vergt. Het virus schiep fysieke afstand, maar Akyol weet ook in het vierde seizoen de sfeer van intimiteit te behouden.

‘Ik schrijf bijvoorbeeld dat Esther Verhoef haar succes te danken heeft aan haar dikke tieten’, benoemt Brusselmans een steen des aanstoots in de kritieken. ‘Dat mag ik niet schrijven, hè. Ja, als je dat allemaal ernstig neemt... ik heb me geamuseerd met dit te schrijven, en hoop dat de lezer dat ook zo ervaart.’

Akyol is het roerend met hem eens en treurt met de schrijver mee dat diens literaire kwinkslagen niet worden gewaardeerd. Dat de recensies niet alleen maar negatief zijn – zo deelde Onno Blom in de Volkskrant drie sterren uit – benoemt Akyol niet, het zou de kameraadschap maar in de weg zitten.

Herman Brusselmans geïnterviewd door Eus Akyol in De geknipte gast. Beeld BNNVara
Herman Brusselmans geïnterviewd door Eus Akyol in De geknipte gast.Beeld BNNVara

Die kritiekloze houding levert ook wat op: er ontpopt zich een gaaf gesprek over Brusselmans’ angststoornissen, die hun oorsprong vinden in de gruwelijke dierenmishandelingen waarvan hij als kind van een veehandelaar getuige is geweest. Een drankprobleem was het gevolg, met ‘een fles port, een fles whisky en vijftien glazen bier per dag’. Zo veel zat hij in de kroeg ‘dat ik me nu afvraag wie al die boeken heeft geschreven’. Hij snapt wel dat zijn vorige huwelijken strandden: ‘Ik liet me pamperen, de vrouwen zaten met een kind in huis.’

Brusselmans klaart op als het over zijn nieuwe liefde gaat, Lena, 34 jaar jonger dan hij. Nooit zal hij roepen dat vroeger alles beter was. ‘Ik wil niet dat mijn vriendin met een oude zeikerd op de bank zit.’ Een melancholische bespiegeling volgt over hun leeftijdsverschil: ‘De vergankelijkheid is een probleem, voor haar. Als ik 90 word, is zij nog maar in de vijftig. Daar moet ze weleens om huilen.’

Hebben jullie een kinderwens, vraagt Akyol, want dan moet je niet te lang wachten. ‘Vandaag heb ik wel weer zin in een kind’, erkent Brusselmans. En Lena ook? ‘Ik zal straks eens vragen.’ Nou, werk aan de winkel, concludeert Akyol. ‘Moet ik weg, Eus?’ De interviewer: ‘Aan de slag.’

En daar gaat de schrijver. Grote mond, klein hartje.

Meer over