tv-recensieYasmina Aboutaleb

De gasten van kleur, onder wie Tunahan Kuzu en André Dongelmans, zijn de ware helden in ‘Inclusief Rutger’

null Beeld

Rutger Castricum toont zich bereid te leren en dat levert interessante televisie op.

Yasmina Aboutaleb

Powned-presentator Rutger Castricum ligt een op een groene chaise longue in het Haagse Hotel des Indes. Op een stoel aan zijn voeteinde zit Denk-politicus Tunahan Kuzu. ‘Gaat het wel goed met je?’ vraagt Kuzu in de eerste aflevering van Inclusief Rutger. Hij vindt het niets voor Castricum om een programma te maken over diversiteit en inclusie.

Acteur André Dongelmans (links) en Powned-presentator Rutger Castricum in ‘Inclusief Rutger’. Beeld Powned
Acteur André Dongelmans (links) en Powned-presentator Rutger Castricum in ‘Inclusief Rutger’.Beeld Powned

Rutger Castricum is niet woke. ‘Op het moment dat je niet woke bent, ben je een racist. En dat stoort me enorm aan deze tijd.’

Daar gaan we weer. Wéér een witte man die het gesprek over racisme, vrouwenhaat of homohaat probeert te kapen, dacht ik bij het zien van de introductie van Inclusief Rutger. Daarin vertelt hij dat hij flink heeft getwijfeld om een programma te maken over ‘het zo beladen thema diversiteit en inclusie’, want ‘je doet het altijd verkeerd’ als witte man.

Nee, hoor, niet altijd. Maar Castricum wel. Eén belangrijke scène haalde de eerste uitzending niet. Hij deed denken aan de laatste keer dat de presentator het nieuws haalde, toen een mislukte grap van hem over de hoofddoek van lokale lijsttrekker Esma Kendir uit de uitzending van het programma Kiespijn (NTR) was geknipt. In Inclusief Rutger maakt hij opnieuw een foute grap, over zwarte koffie, tegen zijn gasten, vier zwarte vrouwelijke politici.

Castricum vertelt zijn vrienden, die tijdens de serie als klankbordgroep fungeren, over de reactie van de vrouwen, die not amused waren. Castricum sputterde aanvankelijk tegen, tot de vrouwen hem deden inzien dat die vrijheid van meningsuiting niet alleen voor hem geldt. Waarom zouden zij niet mogen zeggen dat zij iets niet leuk vinden?

In de tweede aflevering, van afgelopen vrijdag, staat de groene chaise longue in de Leidsche schouwburg. Dit keer is acteur André Dongelmans therapeut van dienst, een rol die hij met verve speelt door de ene na de andere rake vraag te stellen. Zonder de confrontatie te zoeken, zet Dongelmans met ogenschijnlijk eenvoudige vragen de presentator aan het denken en legt en passant zijn denkpatronen bloot, net als Kuzu eerder al deed.

Toen Castricum terloops liet vallen dat hij als witte man het idee heeft dat hij straks wel kan inpakken, sloeg Kuzu aan. ‘Leeft die angst serieus bij jou, dat je moet inpakken? Dat de boel wordt overgenomen?’

‘Misschien onbewust wel, ja,’ antwoordt Castricum. ‘Nu je dat zo zegt, kan dat wel meespelen. […] Is het omdat ik bang ben voor m’n hachie?’

En zo zijn er meer kleine inzichten die Castricum opdoet, soms welwillend, vaak schoorvoetend. Hij is bereid te leren en dat levert interessante televisie op. Maar het is dankzij zijn gasten van kleur, die geduldig de rol van onderwijzer en therapeut op zich nemen en hun eigen ervaringen ondergeschikt maken aan die van Castricum, dat de presentator bij zichzelf te rade gaat. Dat zij die rol op zich willen nemen, is een heldendaad op zich.

Meer over