Film

De Franse zanger Charles Aznavour filmde in bekwame en grofkorrelige beelden ★★★★☆

Uit zijn persoonlijke filmpjes is op eigen verzoek een reisdagboek samengesteld.

Aznavour, le regard de Charles. Beeld
Aznavour, le regard de Charles.

Volgens Louis-Ferdinand Céline, naast schrijver ook arts, bestaan er in diepste wezen maar twee soorten mensen: exhibitionisten en voyeurs. Maar soms, heel soms, vallen die twee ook samen.

Charles Aznavour (1924-2018) kenden we al als acteur en entertainer, ongeëvenaard in toon en timbre. Hij trad op van de Parijse Olympia tot aan de New Yorkse Carnegie Hall. Op zijn 93ste stond de chansonnier nog in Afas Amsterdam. Dat was op 4 maart 2018. Van stoppen wilde hij niet weten. Anderhalf jaar later was hij dood.

Maar achter de artiest, de exhibitionist dus, ging nog een tweede Aznavour schuil: de observant, of zeg: de voyeur. Op zijn vele reizen bracht hij altijd een super 8mm-camera mee en later ook een 16 mm. Hij maakte filmpjes die hij niemand liet zien en die hij zelf nooit heeft teruggekeken.

Uit die filmpjes heeft de Franse regisseur Marc di Domenico in 2019 nog op verzoek van de zanger een reisdagboek samengesteld: Aznavour, le regard de Charles, de blik van Charles. De beelden worden ondersteund door een verteller die flarden interviewteksten en autobiografische boekpassages van Aznavour inspreekt. Die zegt allemaal diepe dingen over het leven, zoals Fransen dat kunnen, en spreekt ook over het traumatische verlies van zijn 25-jarige zoon Patrick aan drugs – woorden die worden versneden met Aznavours grootste hits. Zo komen we te weten dat hij juist door Céline aan het globetrotten sloeg. Diens Reis naar het einde van de nacht (1932) was een grote inspiratiebron. ‘Ik wist niets van literatuur, maar al wel van de nacht en het verlangen om ergens anders te willen zijn.’

Hij reisde niet alleen tijdens tournees, ook voor de lol. We zien Aznavour in Dakar. Aznavour in New York. Aznavour in La Paz. Aznavour in de Magreb, in Tokio, in Moskou, op Capri. Totdat hij belandt in Jerevan, waar zijn Armeense wortels liggen. Hij had er nog een oma wonen, blijkt, de rest van zijn familie ging op de vlucht voor de Turkse genocide van 1915-1917 of werd vermoord. Zijn ouders kwamen in Parijs terecht, waar Charles in nette armoede in Montmartre werd geboren.

Eens een immigrant, altijd een immigrant, concludeerde Aznavour. In alle uithoeken voelde hij een lotsverbondenheid met de hem verder onbekende bevolking. Hen filmde hij: doodgewone mensen op straat in alledaagse situaties. Ergens in de verte doen de beelden wel wat denken aan de straatfotografie van Ed van der Elsken. Het ziet er bekwaam en grofkorrelig uit, zowel in kleur als in zwart-wit. Zijn eerste camera had hij in 1948 nog van Édith Piaf gekregen, wier secretaris hij een tijdje was.

En wat ook wel grappig is: verderop in de tijd zet Aznavour ook zichzelf op al die plekken voor de camera. Onder het motto: ‘Ik film mezelf, dus ik besta.’ Céline zou zeggen: daar krijgt dan toch weer de exhibitionist de overhand in hem. Maar een liefdevol samengesteld egodocument in intieme vorm blijft het.

Aznavour, le regard de Charles ★★★★☆

Documentaire

Regie Marc di Domenico

Met Charles Aznavour, François Truffaut, Lino Ventura, Catherine Deneuve e.v.a.

83 min., in 65 zalen.