InterviewDirecteur Ernestina van de Noort

De Flamenco Biënnale moest de Spaanse optredens op het laatste moment afzeggen. En tóch gaat het door, vanuit Spanje

Directeur Ernestina van de Noort weigerde haar festival op te geven en bleef Spaanse optredens in Nederland aankondigen, voor nul man publiek. ‘Tot ik me realiseerde dat ik het eigenlijk niet meer kon maken.’

Ernestina van de Noort, directeur van de Flamenco Biënnale, bij Muziekgebouw aan 't IJ in Amsterdam.  Beeld Simon Lenskens
Ernestina van de Noort, directeur van de Flamenco Biënnale, bij Muziekgebouw aan 't IJ in Amsterdam.Beeld Simon Lenskens

Ze wilde van geen opgeven weten. Daar is ze te koppig voor, zegt ze. ‘Ik denk altijd: je maakt af waar je aan begint.’ Maar vorige week moest Ernestina van de Noort (57), de directeur van de succesvolle Flamenco Biënnale Nederland, capituleren. Twee weken voor aanvang van het muziek- en dansspektakel ging een streep door haar gewaagde plan voorstellingen te organiseren in Nederland, verzorgd door Spaanse topgezelschappen.

Had de coronacrisis toch nog gewonnen. Al ziet zij dat zelf net weer wat anders. ‘Nee hoor, we gaan tóch iets doen. We gaan nu streamen vanuit Spanje!’

De organisatie van de biënnale, een door pers en fans bejubelde viering van de Andalusische cultuur, die zich tweejaarlijks voltrekt in twaalf steden in Nederland en België, beleefde een onbevattelijk jaar. Zoals elke festivalorganisatie natuurlijk, maar de Flamenco Biënnale bleef maar incasseren, ook omdat de organisatie het zichzelf nogal lastig had gemaakt.

Van de Noort wist al dat het een bijzonder jaar zou worden toen zij in maart het dansgezelschap van de grote Eva Yerbabuena naar Nederland haalde voor een voorstelling, buiten de reguliere biënnale om. ‘Die groep was op het vliegtuig gestapt op de dag van de eerste persconferentie in Nederland. De zalen gingen dicht. Dus wij moesten Yerbabuena verwelkomen met de boodschap: we sturen jullie morgen terug.’

Maar nog niet getreurd, dacht Van de Noort. ‘Het ging daarna op en af met de maatregelen en ik dacht in oktober, toen de zalen gedeeltelijk waren opengegaan: in januari kan er vast nóg meer publiek bij.’ Dus stortte de organisatie zich toch op een stevige biënnale in januari. Maar dan in een soepele, met alle mogelijke maatregelen meebewegende vorm.

Van de Noort contracteerde gezelschappen van naam en ging door met de ontwikkeling van eigen producties. Ze was van plan in Utrecht en Amsterdam voorstellingen te organiseren voor welk toegestaan publieksaantal dan ook, aangevuld met een stevige onlinetak. ‘Een hybride biënnale, waarmee ik alle kanten op zou kunnen: desnoods voor dertig man in de zaal.’

De artiesten wilden wel. ‘Ze kwamen graag naar Nederland, zelfs al moesten ze voor een handvol mensen spelen.’ Maar de laatste maanden ging het hier helemaal mis. De biënnale schaalde af, schrapte al te ambitieuze stukken van het programma. ‘Maar ik weigerde alles te af te zeggen, ook voor mijn team en alle artiesten die zo hard hadden gewerkt. Ik bleef kieren zoeken.’

Ze kreeg steun van het Amsterdamse Muziekgebouw en de Utrechtse Stadsschouwburg. En ze boekte vliegtickets voor de artiesten die ze halsstarrig wilde laten optreden in Nederland, inmiddels voor nul man publiek. ‘Dat kun je achteraf naïef noemen’, geeft ze toe. ‘Ik zat in een bubbel, in een werkelijkheid die niet helemaal meer spoorde met wat er om me heen gebeurde.’ Dat besef drong goed door bij de laatste persconferenties. ‘De toon was ongekend hard. En de meningen van de betrokken partijen begonnen te kantelen. Maar tot op het laatst wilde ik dat de kunst zou overwinnen. Ik dacht dat ik troost kon bieden in een rottijd. Laten we nog een paar voorstellingen doen in Nederland, dacht ik, voor een thuispubliek. We hadden trouwens ook behoorlijk veel tickets verkocht.’

De biënnale bleef de grote Spaanse optredens maar aankondigen, tot verbijstering van veel vakgenoten. Maar toen volgde vorige week die slapeloze nacht, en een dag van ellendige telefoontjes met alle betrokkenen. ‘Ik realiseerde me dat ik het ook moreel niet meer kon maken om buitenlandse gezelschappen te laten overvliegen.’ De bubbel was eindelijk geknapt: de Flamenco Biënnale met gestreamde Spaanse shows ín Nederland was van de baan.

Nu zou een gemiddelde festivaldirecteur gedesillusioneerd in bed gaan liggen met de deken over het hoofd, maar Van de Noort werd zeer enthousiast over het volgende plan. ‘Ik bleef in gesprek met artiesten en samen bedachten we dat we ook vanuit Spanje streams konden uitzenden. Dat maakte het misschien juist wel mooier. De danseres Rocío Molina bijvoorbeeld wilde speciale optredens met gasten verzorgen vanuit haar studio: een olijfboerderij in Sevilla. En ik was al van plan om het beroemde Madrileense Café Berlin tot leven te weken in Amsterdam, omdat de muziekscene daar zo rijk is, en nu ga ik optredens uitzenden vanuit dat café in Madrid, dat ik heb afgehuurd. Hoe mooi is dat?’

Haar trouwe bezoekers zijn er blij mee, weet ze. ‘De tickets die gekocht zijn kunnen worden terugbetaald, maar ze mogen ook gedoneerd worden. De streams vanuit Spanje zijn nu gratis.’ Al heeft het coronajaar een berg overwerk, hoofdpijn en stress gegeven: haar festival staat financieel nog redelijk overeind, ook dankzij overheidssteun en het feit dat alle gekochte vliegtickets terugbetaald konden worden.

Haar volgens zichzelf wat obsessieve werk- en levenshouding heeft volgens de directeur dus toch veel opgeleverd. ‘In november komen we met een uitgestelde vervolgeditie. Dat wordt gewoon prachtig.’ Als de zalen dan eindelijk open zijn. Van de Noort: ‘Hoop doet leven.’

Flamenco vóór Nederland, vanuit Spanje

Het tweejaarlijkse flamencofestival komt dit jaar vanuit Spanje met livestreams. En er staan mooie optredens op het programma. Zaterdag en zondag komt de flamencojazz van het Daniel García Diego Trio en het Pablo Martín Caminero Trio aan bod, vanuit het Madrileense Café Berlin. Een week later danst Rocío Molina in haar olijfboerderij, met gasten als Andrés Marín en Vanesa Aibar. De streams zijn gratis te volgen via de site van de biënnale.

Meer over