DE FADO GAAT OVER ONS

Fado is enorm populair in Nederland. December was ook dit jaar weer 'fado-maand'. 'Het is eenvoudige muziek, die je bij de strot pakt.' Of is het niet meer dan een hype?...

Rond de eeuwwisseling voltrok zich in Nederland een cultureel mirakel.Het ging ongeveer zo: Cristina Branco, een in haar moederland Portugalonbekende zangeres, kwam voor een optreden. Zij liet haar handen traagdansen voor haar gezicht, staarde theatraal richting hemel, en zong eenloepzuivere strofe Portugese poëzie. Nederland werd, op dat moment, eenfado-land.

Het weemoedige Portugese levenslied waait nu zes jaar door de polder.We zijn betoverd door de zuidelijke schoonheid van de fadista's, en doorde droefgeestige fado-heren. Als de Portugese mandoline tokkelend inzet,achtervolgd door klassieke gitaar en contrabas, branden ons de tranenachter de ogen. Al zijn we het Portugees niet machtig: de taal van de fadois 'universeel', en wij voelen aan waar al die lyrische coupletten overgaan. Over leven, liefde en dood natuurlijk; de strijd om het bestaan, hetbittere heden, het zoete verleden. De fado gaat over ons.

Dus was december dit jaar weer geen maand voor de Eenzame kerst van onzeeigen volkszanger. December was fado-maand. Een greep uit het aanbod; AChristmas with Cristina Branco in het Amsterdamse Concertgebouw en hetMuziekcentrum van Eindhoven, een luxueus 'fado-arrangement' in een Nijmeegshotel, de afronding van de cursus 'op zoek naar je eigen fado-stem', defado-groep Quatro Ventos bespeelt de Buiksloterkerk te Amsterdam-Noord, enin het Wijnfort van Lent zingt de Friese fadista Nynke Laverman, terwijlhet publiek dineert. Volgend jaar zet de fado-fever door, met eenuitgebreide tournee in januari van de platinablonde topper Mariza. Ennatuurlijk Cristina Branco, die nu eens aantreedt met het ensembleAmsterdam Sinfonietta, en daarna een week artist in residence is inTilburg, voor het festival Traces of Voices.

De Amsterdamse Portugees José Melo was verbijsterd toen hij Nederlandzes jaar geleden om zag gaan voor de fado. Al jaren zette de impresariozich vanuit Nederland in voor de verbreiding van de Portugese muziek: Melohad een rustig leven. Eind jaren negentig kreeg hij een demo van Branco inhanden. Hij haalde de jonge zangeres (27) naar Nederland, voor een kleinconcert in de kleine zaal van het Utrechtse Vredenburg: 'Live in Holland.'Wat daar precies gebeurde, is moeilijk te verklaren, zegt Melo. 'Maar laatik het zo proberen uit te leggen. Mijn zoon was 15 toen hij Branco voor heteerst zag optreden. Hij is opgegroeid in Nederland. Na het concert zei hij:ik wil trouwen met een Portugese.' Dat soort gevoelens maakte Branco los.

Live in Holland werd een bescheiden cd. Branco trad op in hetzondagochtendprogramma van Han Reiziger bij de VPRO-televisie. Melo: 'Eneen paar maanden later speelde zij in een uitverkocht Concertgebouw. Zijnam haar befaamde cd op met poëzie van de dichter Slauerhoff. Nu doetCristina twee Nederlandse tournees per seizoen. Ik had het nooit zo kunnenvoorspellen.'

Want fado, zegt Melo, is toch pure en authentiek Portugese cultuur.'Fado-zangers waren in het oude Portugal wandelende kranten. In hunliederen vertelden ze over de scheepvaart, over wat zich zoal voordeed opzee.' Rond 1800 werden de fado's gezongen in bedompte cafés in de havensvan Porto en Lissabon. Matrozen zongen over de koloniën, begeleid door dePortugese gitaar.

De fado is Portugese geschiedschrijving, ook in de moderne varianten vande grote zangeres Amália Rodrigues, en later Dulce Pontes. Maar bovenalis fado gezongen dichtkunst, over heimwee, melancholie, verdriet: saudade,in het Portugees.

Nederland lijkt zich dit leed te hebben toegeëigend. Maar waarom? Melo:'Ik denk dat Nederlanders het prettig vinden naar het verdriet van anderente luisteren.' Of nee, dat is hem toch te cynisch. 'De mineur in de fadoheeft Nederland gepakt', zegt Melo, 'want we leven in moeilijke tijden'.Nog een verklaring: 'Misschien is het de eenvoud van de fado. Drieinstrumenten en een stem, in een tijd waarin we worden overvoerd metstemmen van sterren, met vuurwerk en show.' En: 'De geschiedenis vanPortugal vertoont overeenkomsten met die van Holland. Denk aan de zeevaart,het reizen over de wereld. Het zoeken naar horizonten. Een Nederlander gaatdrie keer per jaar op vakantie.'

Zijn culturele heil zoekt hij dus ook over de grens. Want de eigenmuzikale volkscultuur lijkt hier niet met liefde aan de borst te wordengedrukt. We doen eerder lacherig over schippersliedjes, over decarnavalspolka, de harmonica- en cafémuziek uit de eigen havensteden. DeNederlandse 'wereldmuziek' wordt ingeschaald als lage cultuur, wegzapbaarals het Muziekfeest van de TROS.

'Zelfhaat' speelt ons parten, volgens Anneke van Dijk, programmeurwereldmuziek bij Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht. 'Nederland heeftweinig authentieke volksmuziekcultuur, en op wat we hebben, zijn we niettrots.' Toen de fado-manie uitbrak, zag Van Dijk Vredenburg vollopen. 'Wijboden fado heel snel aan in het reguliere programma, tussen destrijkkwartetten en orkesten. Dus kwam er geen typisch wereldmuziekpublieknaar de concerten, maar een breed publiek dat gewoon van goede muziekhoudt.' De fascinatie die dat brede publiek aan de dag legde voor de fado,begreep Van Dijk wel. 'Het is eenvoudige muziek, die je bij de strot pakt.De zielenpijn, het lijden aan het leven, de smartlap, dat vinden wij mooi.'

Een merkwaardig verschijnsel doet zich voor bij fado-shows in Nederland.De Portugese artiesten permitteren zich vrijheden, waaraan ze zich inPortugal nooit zouden wagen. Fado met klarinet, of cello? In Portugalondenkbaar, daar wordt de oorspronkelijke fado-vorm beschermd als cultureelerfgoed. In Nederland kan die beklemmende beperking worden afgeschud,denken de fadista's: weten die Hollanders veel. Maar dat is een misvatting.Uitstapjes naar andere genres worden hier niet van harte geaccepteerd,constateerde Van Dijk. 'Branco en Dulce Pontes zoeken de grenzen van hetgenre op. Ze spelen met jazz en pop. Maar pas als ze de pure fado's zingen, staat het publiek op de banken. Dat wordt direct herkend enomarmd.'

Het Nederlandse publiek voor wereldmuziek is roomser dan de paus. VanDijk: 'En ongelooflijk verwend en rusteloos. Het publiek wil altijd ietsnieuws.' Een voorspelling: 'Ik vrees dat ook de fado vergankelijk zalblijken.'

Ze heeft het allemaal al eens meegemaakt, zegt Van Dijk. Ze stond zelfsaan de basis van een eerste wereldmuziek-hype, begin jaren tachtig. 'Joodsemuziek. Zou dat niet eens aardig zijn, dachten we in Vredenburg. De joodsemuziekcultuur stond nooit in de belangstelling, terwijl het toch zo'nkrachtige cultuur is.' Vredenburg boekte Amerikaanse klezmergroepen en deedeen slapende reus ontwaken. 'Alsof iedereen erop had zitten wachten. Deconcertseries raakten razendsnel uitverkocht, en echt waar: soms stondenmensen in tranen voor de kassa als ze er niet meer in konden.'

De tweede hype: Spaanse flamenco. 'Eind jaren tachtig was er nauwelijksflamenco in de concertzalen. We bespeurden een grote honger bij hetNederlandse publiek naar een nieuwe volkscultuur, honger naar de pureflamenco.' De ster-zangeres Carmen Linares werd naar Utrecht gehaald, enjawel: flamenco-gekte. 'De felheid van het publiek was opzienbarend.Uitverkochte concerten.' En toch: 'Ook die belangstelling ebde weer weg.Een harde kern bleef over, maar de nieuwsgierigheid van het grote publiekwas ineens bevredigd.'

De concertzalen hebben het soms aan zichzelf te danken als het publiekafhaakt, zegt impresario José Melo. 'Middenin zo'n trend wordt dekwaliteit van het aanbod ineens minder. Er worden tweederangs artiestengeboekt, een zaal denkt: het publiek komt toch wel. Maar het Nederlandsepubliek laat zich niet belazeren. Als het een keer tegenvalt, komt het nietterug.'

Zo waaide de flamenco-rage over, zegt Melo, en zo zal het ook defado-fever vergaan. 'Het verbaast me dat het met de fado nog zo lang duurt.Maar over twee jaar is het finito. Er zullen twee of drie zangeressenoverblijven, waar altijd een publiek voor is te vinden. De rest verdwijnt.'

Het zal een slag zijn voor de Portugezen. Nederland heeft in Portugaleen stevige positie verworven als fado-land. 'Portugese fadista's zienNederland als eindexamenland', zegt Melo. 'Als je het hier goed doet, envoor volle zalen zingt, zou het in Portugal ook kunnen lukken. Pas dankrijgen de Portugese agenten interesse. Alle grote fadista's van nu zijndoorgebroken in het buitenland. In Nederland krijgen beginnende artiestensnel een kans te spelen voor vijfhonderd man. Als ze die kunnen vervoerenmet hun fado, zijn ze rijp voor de Portugese markt.'

De Nederlandse 'fado-school' heeft hier een eigen variant opgeleverd,die door kan gaan voor polder-fado. De Nijmeegse groep Quatro Ventos speeltvan heimwee en saudade doordrenkte fado, nog droeviger dan de oervorm doortoegevoegd treurig spel van een violiste. En de Friezin Nynke Laverman werdvorig jaar uit het niets ineens een 'fado-fenomeen', omdat ze een plaatuitbracht met fado's in het Fries: Sielesâlt.

'Dat ''fenomeen'', zoals ik werd genoemd in de muziekpers, sloegnatuurlijk nergens op', zegt Laverman. 'Ik begon net.' Maar zo hard kan hetdus gaan als je komt bovendrijven in een fado-golf. 'Mijn eerste plaatverscheen precies in deze fado-gekke tijd en dat heeft enorm geholpen. Wewilden aanvankelijk vijfhonderd of duizend cd's laten drukken vanSielesâlt, maar we hebben nu al 20 duizend platen verkocht.'

Haar Friese fado werd net zo gretig onthaald als het Portugese lied.'Het gevoel doet het hem', zegt Laverman. 'Nederlanders begrijpen geenPortugees, maar ook geen Fries. Misschien is dat het geheim van het succes:omdat je niet kunt volgen waarover het gaat, kun je de fado over je heenlaten komen. De passie voelen die bij de Nederlander normaal niet zo snelaan de oppervlakte komt.'

Aan een zwartgallige bespiegeling over het einde van de neder-fado waagt Laverman zich dus nog niet. Voorlopig trekt de Friezin als een diva doorhet land: haar komende concertserie De Maisfrou gaat volle zalen trekken.'Ik heb een echt fado-publiek. Na afloop van concerten komen mensen naarme toe. ''Ik ben een pure fado-fan'', zeggen ze dan. Ik kan me nietvoorstellen dat dit zomaar weer over waait. Het is te groot geworden.'

'Fado is puur en eerlijk. Een tegenhanger voor de platgeslagenpopmuziek. Het publiek heeft genoeg van fake.' De fado, zegt Laverman,heeft de afgelopen jaren wortel geschoten in de Nederlandse gronden. Fadois onderdeel geworden van de Nederlandse muziekcultuur. Let op haarwoorden: 'De neder-fado zal duurzaam zijn.'

Meer over