Film

De Elvis-film van Baz Luhrmann ontkracht de mythe niet, maar maakt die nog groter ★★★☆☆

Zelden oogde een imitatie-Elvis zo aanstekelijk als die van acteur Austin Butler.

Bor Beekman
Austin Butler als Elvis in de Elvis-film van Baz Luhrmann. Beeld
Austin Butler als Elvis in de Elvis-film van Baz Luhrmann.

Meer is altijd nóg meer, bij de Australische cineast Baz Luhrmann, Hollywoods specialist in operateske bombast (Romeo + Juliet, Moulin Rouge!). En dus zoomt de camera ook royaal in op het in paars satijn verpakte kruis van de jonge Elvis Presley, als diens schokkende heupen een onverwachte sensatie losmaken bij de vrouwen in het publiek.

Als in trance veren ze op: sidderend en de ogen opengesperd, alsof hun seksuele bevrijding exact dáár inzet: bij de eerste tonen van Baby Let’s Play House. Geïnitieerd door de knappe knul met vetkuif, lakschoen en oogschaduw, die zich zo-even nog wat nerveus op het podium meldde, onbewust van zijn effect op de aanstaande Elvis-fans.

Gospel

Of het exact zo ging tijdens de vuurdoop van de zanger op de Hayride-muziekavond in 1954, waar het country-publiek die avond kennismaakte met orgastische rock – geen idee. Maar zelden (of nooit) oogde een imitatie-Elvis zó elektrisch en aanstekelijk als die van acteur Austin Butler in Elvis.

Met zijn 159 minuten lange filmbiografie lijkt Luhrmann de mythe van Elvis niet te willen doorprikken – die mythe dient juist vergroot. En wordt opgediend in uitbundig gestileerde, videoclipachtige scènes. Elvis als jochie in Mississippi, glurend door een spleet van een dranklokaal, waar blueszanger en gitarist Big Boy Crudup net een heerlijk vuige versie van zijn That’s Allright Mama speelt. En hoe de camera dan meteen doorschiet naar de gospeldienst in een veldtent, waarna beide zwarte muziekstijlen eerst een muzikaal duel aangaan, om te versmelten in Elvis’ hoofd. De heilige geest is in hem gevaren, duidt de priester. Inzichtelijk, opzwepend én grappig.

Die springerige, overvloedige vertelvorm, waarin nauwelijks ruimte is voor een volwaardige dramatische scène, maakt Elvis soms ook uitputtend. Al brengt Luhrmann wel structuur aan, in de vorm van de verteller: Elvis schimmige manager Colonel Tom Parker, het alias van de in Breda opgegroeide en naar Amerika getrokken Andreas ‘Dries’ van Kuijk. ‘Zonder mij wás er geen Elvis’, zegt die tot de kijker. ‘En toch zijn er mensen die mij voor de schurk aanzien.’ De Colonel, die alles voor Elvis bepaalde, klonk de artiest vast aan een eindeloze reeks hoteloptredens in Las Vegas, mogelijk om zo zijn eigen gokverslaving te financieren. En in de aanloop naar diens tragische toiletdood in 1977 hield hij zijn inkomstenbron op de been met spuitjes van een privéarts.

Als een Disney-achtige booswicht, zo speelt Tom Hanks hem. De mimiek van de acteur gehinderd door een kin- en neusprothese, het malle accent sterk aangezet, nooit ook maar in de buurt van het houterige Hollands-Engels van de Colonel.

Cartoonesk

Elvis liet zijn leven volledig sturen door zijn manager. Maar hoe het precies zat tussen die twee blijft hier ongewis. Daartoe is Elvis’ personage te vluchtig. En Hanks’ Colonel te cartoonesk. De film put ruim uit Elvis’ verrukkelijk verbeelde comeback-optredens en vertelt zo de complete Elvis-sage. Maar tegen het einde sluit het gordijn: de echt ontluisterende, opgeblazen, schransende Elvis blijft de kijker bespaard. Dat Luhrmann rekening houdt met de erven Presley is voelbaar; ook als de overspelige en pillenslikkende Elvis door een relationeel dal gaat, spreekt hij nog wel zijn grote liefde voor echtgenote Priscilla uit.

Elvis’ schatplichtigheid aan de zwarte muziek is nadrukkelijk door Elvis vervlochten: behalve Crudup komen ook Sister Rosetta, B.B. King, Little Richard en Big Mama Thornton voorbij. Dat zij in het gesegregeerde Amerika niet dezelfde kansen kregen, onderstreept Luhrmann ook nog even bij monde van de Colonel, die het potentiële marketingsucces van Elvis direct inziet als hij de zanger op de radio hoort: ‘He’s white?!

Elvis

Biografie
★★★☆☆
Regie Baz Luhrmann
Austin Butler, Tom Hanks, Olivia DeJonge, Helen Thomson, Richard Roxburgh, Kelvin Harrison jr.
159 min. In 172 zalen.

Meer over