De eeuw

'Wat heeft de twintigste eeuw ons literair opgeleverd? Welke boeken zullen de grote boeken van deze tijd blijken te zijn?'..

Het zijn - prikkelende - vragen die misschien beter wat later gesteld hadden kunnen worden - over 119 dagen als het jaar 1999 is verstreken -, maar uitgeverij Meulenhoff doet het nu al. En geeft meteen het antwoord.

'Op de drempel van de 21ste eeuw', schrijft het bedrijf in zijn jongste prospectus, begint het 'met een reeks, die een inventarisatie zal vormen van de meesterwerken uit de wereldliteratuur van de 20ste eeuw'. De eerste titels zijn: De man zonder eigenschappen van Robert Musil; Tsjevengoer van Andrej Platonov; Het verhaal van Ferrara van Giorgio Bassani en De oorlog van het einde van de wereld van Mario Vargas Llosa.

Het zijn, zonder uitzondering, mooie en zelfs belangrijke boeken, die bepaald niet zullen misstaan in het kastje voor twintigste-eeuwse meesterwerken dat de bevlogen doe-het-zelver nu al aan het timmeren is, maar het betreft wél uitsluitend heruitgaven van Meulenhoff. Een prachtige zaak - beslist. Maar het gaat wat ver dat men daar aan de Amsterdamse Herengracht de indruk wekt zo'n beetje alle twintigste-eeuwse literaire meesterwerken in huis te hebben. Elke lezer kent wel een handvol boeken - De blinde uil van Sadegh Hedayat; Le savon (Zeep) van Francis Ponge; Uno, nessuno e centomila (Iemand, niemand en honderdduizend) van Luigi Pirandello - die niet bij Meulenhoff zijn verschenen.

Alle ruimte dus voor de concurrentie. En inderdaad, ook anderen hebben zich naar het eigen boekendepot begeven om er iets waardevols uit op te diepen, dat bij wijze van afscheidsgebaar voor een treurige eeuw opnieuw - uiteraard als meesterwerk - in het licht kon worden gegeven.

Maar het valt mee. Eigenlijk is alleen bij de uitgeverijen Contact en Atlas, telgen van dezelfde familie Veen, het idee van een reeks gerezen. Contact legt zich daarbij de beperking op uitsluitend Amerikaanse meesterwerken te herdrukken, te beginnen met Teder is de nacht van F. Scott Fitzgerald. En Atlas presenteerde in het kader van 'de twintigste eeuw' deze zomer al boeken als De grote Gatsby van (ook al) Scott Fitzgerald; Manhattan Transfer van John Dos Passos; Heimwee naar de jungle van Alejo Carpentier en Als op een winternacht een reiziger van Italo Calvino.

Daarmee is het 'eeuw-gevoel' nog lang niet uitgeput. Er is meer, maar niets wijst erop dat men krachtig doende is geweest onze eigen ongelukkige eeuw te midden van haar voorgangsters te positioneren (de negentiende: eeuw van de romantiek, van de symfonie en van de grote romankunst; de achttiende: eeuw van de verlichting en de Franse philosophes; de zeventiende: eeuw van het rijke Holland met zijn Vondel, Hooft, Huygens, Bredero en Focquenbroch, en zo verder). Te veel is men blijven steken in individuele pogingen: Mijn eeuw van Günter Grass; 'de laatste roman van de eeuw', Een deur in oktober van Koos van Zomeren; De formule van de eeuw van David Bodanis (over E=mc2). Peanuts.

Vermeld is dan nog niet het boek 52 Sonnetten bij het verglijden van deze eeuw, dat Gerrit Komrij ons in het vooruitzicht stelt (een bundeling van zijn maandag-gedichten uit het Algemeen Dagblad). Maar kan deze couranten-lyriek, gevoegd bij de nobele reeksen van Meulenhoff, Atlas en Contact, voldoende kleur geven aan de plechtigheid waarmee de eeuw ten grave zal worden gedragen? Eerlijk gezegd is het nogal weinig. Zou het niet veel feestelijker zijn geweest als er voor álle lezers op 1 januari 2000 een flinke doos vol 'twintigste-eeuwse meesterwerken' had klaargestaan?

Het verzamelde boekbedrijf zal er op goede gronden van hebben afgezien. Ware lezers hebben die boeken immers al, en wie ze niet heeft, zal er nu niet ineens op afvliegen, alleen omdat er een jaartal verspringt. De twintigste eeuw: de eeuw waarin de literatuur als kunst oploste in de massacultuur.

Meer over