InterviewLeo van Bergen

De Eerste Wereldoorlog bracht ook verpleegkundigen aan het dichten. En covid-19?

null Beeld Floor Rieder
Beeld Floor Rieder

De war poets uit de Eerste Wereldoorlog zijn wel bekend. Van schrijvende vrouwen op het slagveld weten we veel minder. Medisch historicus Leo van Bergen verzamelde en vertaalde gedichten van verpleegkundigen. Wat vond hij in hun poëzie?

‘Ik zie hun bleke gezichten, hun blik van lichte wantrouw,/ Ik hoor hun bittere jammeren, hun diepe ademnood,/ Het luide weeklagen door pijn, zorgen en rouw,/ En denk aan de beelden en geuren van bloed en dood.’

Deze dichtregels noteerde de Britse schrijfster Vera Brittain (1893-1970) tijdens de Eerste Wereldoorlog, kort nadat ze haar studie Engelse literatuur in Oxford had onderbroken om zich aan te melden als vrijwillig verpleegkundige. De oorlog beroofde haar van haar verloofde, haar broer en haar beste vriend, maar haar gedicht ‘The German Ward’, waaruit de regels komen, gaat over de Duitse krijgsgevangenen die Brittain verzorgde.

Schrijver en medisch historicus Leo van Bergen (1959) kwam de tekst in de jaren negentig tegen, toen hij bezig was met de research voor zijn boek Zacht en eervol – Lijden en sterven in de Grote Oorlog 1914-1918 (Manteau). ‘Ik kijk bij onderzoek niet alleen naar archieven en krantenartikelen, maar gebruik ook literatuur als historische bron. Literatuur is een andere waarheid, maar het is wel degelijk ook een waarheid. Brittains gedichten – er waren er meer – hebben het boek uiteindelijk niet gehaald, maar ik vond ze wél mooi.

Illustraties uit het boek Kap van afschuw.  Beeld Irma Jansen
Illustraties uit het boek Kap van afschuw.Beeld Irma Jansen

‘Een paar jaar geleden zat ik, zoals dat tegenwoordig heet, in between jobs, ik was dus werkloos, en toen vielen mij die gedichten weer in. Ik besloot te kijken of er tijdens de Eerste Wereldoorlog meer poëzie is gemaakt door verpleegsters, of andere vrouwen die werkzaam waren in de medische keten. De war poets zijn wel bekend: Wilfred Owen, Guillaume Apollinaire, Siegfried Sassoon. Maar over dichtende vrouwen wisten we weinig.’ Het resultaat van Van Bergens zoektocht is nu in boekvorm verschenen: Een kap van afschuw, een bundel gedichten van zeventien vrouwelijke verpleegkundigen, afgedrukt in de originele, Engelse versie en in door Van Bergen gemaakte Nederlandse vertalingen.

Over geen oorlog is zoveel door deelnemers geschreven als over WO I, die ook wel ‘de literaire oorlog’ wordt genoemd. Van Bergen: ‘Voor het eerst gingen ook schrijvers en dichters onder de wapenen. Voor die tijd had een land als Engeland alleen een klein beroepsleger. Nu waren er heel veel soldaten nodig en werd de dienstplicht ingevoerd. Dat betekende dat ook schrijvende mannen zich op het slagveld begaven. En schrijvende vrouwen dus, als verpleegster of verzorgster.

‘Maar je zag ook dat mensen gingen schrijven die dat daarvoor nog nooit hadden gedaan. De enige manier waarop mensen hun gevoelens konden uiten, wás via het geschreven woord. In de Tweede Wereldoorlog waren film en foto al veel verder ontwikkeld, sommige soldaten hadden een pocketcameraatje bij zich, dat bestond in WO I nog niet.’

Illustraties uit het boek Kap van afschuw.  Beeld Irma Jansen
Illustraties uit het boek Kap van afschuw.Beeld Irma Jansen

Pandemie

In zijn voorwoord memoreert Van Bergen hoe de auteurs van de gedichten na vier jaar oorlogsleed ook nog eens de ergste pandemie te verduren kregen die de wereld ooit heeft gekend: de Spaanse griep, in 1918 en 1919. Hij trekt een parallel met de huidige tijd en schrijft: ‘Ook nu staan verpleegkundigen metaforisch in de frontlinie, is de ziekte onbekend en zijn de middelen schaars. Velen hebben behoefte aan psychologische hulp.’

Gedichten die specifiek over de Spaanse griep gaan is hij overigens niet tegengekomen. ‘Wel zie je de poëzie aan het eind van de Eerste Wereldoorlog wanhopiger worden, met als ondertoon ‘wat heeft het voor nut wat ik doe?’. Dat defaitisme zie je in de eerste jaren nog niet. Ik denk dat de pandemie bij dat gevoel van hulpeloosheid en machteloosheid een grote rol heeft gespeeld, dat het een extra klotetijd was boven op al die klotetijden die er al geweest waren.

‘De Spaanse griep leverde niet alleen in aantallen meer zieken en doden op dan de oorlog, maar was voor de verpleegkundigen zelf ook behoorlijk gevaarlijk. Tijdens de pandemie zijn er gigantisch veel verpleegkundigen gestorven. De griep raakte alle lagen van de bevolking, maar vooral mensen die in de kracht van hun leven waren. Dat kwam mogelijk doordat hun immuunsysteem heel hard op het virus reageerde, met een zogenaamde cytokinestorm als gevolg.’

Het afgelopen jaar zat Van Bergen geregeld verbijsterd naar de televisie te kijken als hij iemand in een talkshow corona hoorde vergelijken met de Spaanse griep. ‘Het was vrijwel altijd onzin. De Spaanse griep is zonder twijfel de grootste pandemie uit de geschiedenis. De pest was uiteraard ook gruwelijk, maar als je naar de recentere epidemieën kijkt, steekt de Spaanse griep overal met kop en schouders boven uit. Met 50- tot 100 miljoen doden in één jaar, waarvan 80 tot 90 procent in de tweede golf viel, die van pakweg september tot en met december duurde.

null Beeld Floor Rieder
Beeld Floor Rieder

‘Met covid-19 zitten we nu, na een jaar, op twee miljoen doden. En op honderd miljoen geïnfecteerden, hè. Het aantal geïnfecteerden met covid is dus gelijk aan het maximale aantal doden van de Spaanse griep, terwijl de wereldbevolking nu meer dan drie keer zo groot is. In veel gevallen is het ook nog eens onduidelijk of iemand is gestorven aan covid of met covid. Ik vergelijk het altijd met prostaatkanker: bijna alle mannen van boven de 80 gaan dood met prostaatkanker, maar er zijn er maar heel weinig die doodgaan áán prostaatkanker. Wel zou het best eens zo kunnen zijn dat de armoedeval waarin veel landen door de coronamaatregelen terechtkomen, voor meer doden gaat zorgen dan de epidemie zelf.’

Maar er zijn ook overeenkomsten. De kwakzalverij bijvoorbeeld. Van Bergen: ‘Abdijsiroop zou, dacht men, zeker helpen tegen de Spaanse griep. En er was het elektro-homeopathische middel van de graaf Mattei, bestaand uit drie flesjes. Die graaf bestond helemaal niet, maar een graaf klinkt altijd goed, en homeopathie was in die tijd enorm in – Abraham Kuyper zwoer erbij. En elektriciteit was voor veel mensen iets enorm geheimzinnigs, daarvan werd handig gebruikgemaakt. In die flesjes zat uiteraard niks bijzonders: bloem, suiker, water en een kleurstof. In onze tijd zie je een soort omgekeerde kwakzalverij; de kwakzalverij van nu is een antigeloof in spullen en maatregelen die wél werken. Achterdocht over de herkomst, rare theorieën over vaccins.’

Niets romantisch aan

Of de verplegers en verzorgers van nu met mooie poëzie zullen komen, betwijfelt Van Bergen. ‘Poëzie was honderd jaar geleden populairder dan nu, dichten was een vrij gangbare manier om gedachten en gevoelens en ervaringen onder woorden te brengen. Schrijvers stonden op een hoger voetstuk, waarbij ongetwijfeld meespeelde dat ze uit de betere klassen kwamen.’ Wat ook niet helpt, is dat aan covid-19 werkelijk niets romantisch kleeft. ‘Virussen zijn niet heldhaftig. ‘Onze ouderen zijn gegrepen door een virus’ – daar is toch moeilijker poëzie van te maken dan van ‘onze jonge, dappere jongens zijn gesneuveld voor het vaderland’. Een oorlog heeft nu eenmaal meer romantiek. Nee, covid-19 gaat geen literaire hoogstandjes opleveren. Maar de maatschappij die het ons heeft opgeleverd, vermoedelijk wél. Daar heb ik best hoge verwachtingen van.’

Zullen deze jaren de geschiedenis ingaan als een periode waarin de wereld ten prooi viel aan een collectieve massapsychose? Volgens Van Bergen is het zelfs voor een medisch historicus te vroeg om daar iets over te zeggen. ‘Dat duurt nog een jaar of tien, twintig, er moet eerst afstand zijn. Massapsychose… Misschien komen we over twintig, dertig jaar inderdaad tot die conclusie. Maar nu zou ik het nog niet durven zeggen, al was het maar omdat je dan de verkeerde mensen gelijk gaat geven.’

null Beeld Uitgeverij duidelijke taal
Beeld Uitgeverij duidelijke taal

Leo van Bergen: Een kap van afschuw. Gedichten van Mary Borden, May Sinclair, Vera Brittain en anderen, met illustraties van Irma Jansen. Uitgeverij duidelijke taal; 192 pagina’s; € 19,95.

Meer over