De dromenwever

Douwe Draaisma sleurt je mee in de geschiedenis en in de levens van fanatieke droomonderzoekers

Suzanne Weusten

Dromen interesseerden hem nauwelijks, zelfs zijn eigen schaarse dromen lieten hem koud. Totdat een vriendin hem vroeg of hij eens kon uitzoeken wat er bekend was over dromen van blinden. Vanaf dat moment raakte de Groningse psycholoog en schrijver Douwe Draaisma gefascineerd door het onderwerp. Hij ontdekte dat er weinig processen in ons hoofd zo raadselachtig zijn als dromen. In dromen van blindgeborenen bijvoorbeeld komen geen beelden voor, maar wat dan wel? En wat gebeurt er in dromen van mensen die op latere leeftijd blind zijn geworden? 'Niet eerder is een onderwerp zo onder mijn handen opengegaan als die dromen van blinden', schrijft hij in het voorwoord van De dromenwever.

Zijn speurtocht mondde uit in een boek dat antwoord geeft op twee centrale vragen: hoe slagen onze hersenen erin om ons te laten dromen? En betekenen dromen iets? Naarmate Draaisma meer te weten kwam over dromen van blinden, groeide zijn nieuwsgierigheid naar andere aspecten van de nachtelijke hersenactiviteit. Hoe zit het eigenlijk met vliegdromen en lucide dromen? En bestaan voorspellende dromen? Wat weten we over nachtmerries of over erotische dromen?

De dromenwever is een echte Draaisma: een simpele vraag over een complex onderwerp fileert hij in behapbare partjes en kleedt hij aan met toegankelijke en beeldende verhalen die de lezer inzicht geven. De hoogleraar historische psychologie beantwoordt in zijn boeken ook steeds de vragen die aanvankelijk een raadsel voor hemzelf zijn, zoals de vraag waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt of wat de functie van vergeten is. En net zoals in zijn eerdere boeken verbindt hij ook in De dromenwever zijn onderwerp met de persoonlijke worstelingen van wetenschappers en schrijvers - bijvoorbeeld Sigmund Freud en Frederik van Eeden - waardoor een moeilijke wetenschappelijke verhandeling een spannend verhaal wordt dat beklijft.

Zo verhaalt hij over Eugene Aserinsky, een halfblinde slaaponderzoeker, die zijn 8-jarige zoontje Armond als proefpersoon gebruikte. 'Armond kreeg elektroden bij zijn ogen en op zijn hoofdhuid geplakt en daarna begon een lange nacht', schrijft Draaisma. Aserinsky ontdekte in 1953 de rem-slaap, de slaap met rapid-eye movements, snelle oogbewegingen, een doorbraak in het onderzoek naar slaap en dromen.

De dromenwever ontrafelt het geheim van dromen in een trefzekere verhalende én analytische stijl. Douwe Draaisma sleurt je mee in de geschiedenis en in de levens van fanatieke droomonderzoekers. Op driekwart van het boek breekt hij echter met deze stijl en introduceert hij opeens een nieuwe vorm: het interview. De acht pagina's in vraag- en antwoordvorm met de blinde cabaretier en schrijver Vincent Bijlo halen even de vaart uit het boek, maar gelukkig maken de daarna volgende hoofdstukken over nachtmerries en erotische dromen dit stijlbreukje weer goed.

Wie geen tijd heeft om dit boek zelf te lezen, kan zich laten voorlezen. Met de rustige en nimmer haperende stem van Jan Donkers vliegt een lange autorit voorbij.

Meer over