Theater

De Dokter is een ideeënstuk dat niettemin sprankelt en bruist, en ook op menselijk vlak diep raakt ★★★★★

Een onwrikbaar geloof in verouderde principes is niet idealistisch, maar reactionair, zo laat regisseur Robert Icke overtuigend zien in De Dokter.

Scène uit 'De Dokter' Beeld  Dim Balsem
Scène uit 'De Dokter'Beeld Dim Balsem

Hoe De Dokter van Robert Icke in een paar alinea’s samen te vatten? In het geval van deze radicale bewerking van Arthur Schnitzlers Professor Bernhardi kun je beter vragen waar het stuk niet over gaat. Want het raakt, soms rechtstreeks, soms zijdelings, aan bijna elk interessant maatschappelijk, politiek, filosofisch, humanistisch en ethisch vraagstuk van vandaag.

Schnitzler schreef in 1912 een schokkend portret van Weens antisemitisme, door een conflict te laten ontsporen tussen een Joodse arts en een katholieke priester. Icke breidt die thematiek een dikke eeuw later meesterlijk uit door er racisme bij te betrekken, het identiteitsdebat, misogynie, emancipatie, zelfbeschikking, idealisme en ga zo nog maar even door. Aan de basis van dit alles ligt een conflict tussen religie en wetenschap. Afgepeld tot de essentie staat hier de zingevingsvraag centraal.

De Brit Robert Icke, vaste gastregisseur bij het Internationaal Theater Amsterdam, maakte deze productie in 2019 in Londen, met groot succes, en maakt met 11 acteurs en de fenomenale drummer Nina de Jong een al even overweldigende Nederlandse remake.

Hoofdpersoon is dokter Ruth Wolff, oprichter en directeur van een prestigieus medisch instituut. De rechtlijnige Wolff, een adembenemende rol van Janni Goslinga, vereenzelvigt zich volledig met haar functie: zij is arts, punt. De medische ethiek komt voor haar boven alles. Die opstelling wordt onhoudbaar als ze een priester de toegang weigert tot een jonge, stervende patiënt. Vanuit medisch-ethisch oogpunt terecht, maar hier spelen factoren waar Wolff onvoldoende besef van had: het belang dat veel mensen hechten aan het geloof, bijvoorbeeld, maar ook: de huidskleur van de priester, die ze bijzonder bot behandelt.

Geniale zet: de priester wordt gespeeld door Bart Slegers, van wie de toeschouwer pas gaandeweg beseft dat hij een zwarte man vertolkt. Even waren wij net zo kleurenblind als Wolff, maar dit stuk maakt glashelder hoezeer dat een privilege is.

Als het incident ‘viraal gaat’, wordt Wolff zeer tegen haar zin gedwongen zich te verhouden tot aspecten van haar persoonlijkheid die ze altijd irrelevant heeft geacht: ze is vrouw, wit, Joods, hoogopgeleid, seculier, gay enzovoort. Op basis van al die kenmerken is er vervolgens wel een belangengroep die haar wil veroordelen of inlijven.

De Dokter toont zo de uiterste consequentie van het identiteitsdebat, in al zijn hoognodige en begrijpelijke, maar ook gekmakende facetten. ‘Als arts ben ik neutraal’, blijft Wolff herhalen, maar – hoe graag we dat ook willen – dat is niet waar. Alleen: wat is het alternatief als identiteit doorslaggevend wordt, in de zorg of elders? Want die vraag kun je natuurlijk doortrekken naar allerlei sectoren en beroepsgroepen. In zijn meest dogmatische vorm doet het identiteitsdebat soms denken aan de onverzoenlijke kanten van religie, zo laat De Dokter zien.

Thematisch mag dit alles duizelingwekkend zijn, het wordt opgediend in een toegankelijke, vlotte en vaak zeer geestige vorm. De Dokter is een ideeënstuk dat niettemin sprankelt en bruist van leven, en ook op menselijk vlak diep raakt. Icke schreef snedige, messcherpe debatten die in een rake vertaling van Aus Greidanus jr. op toneel op Aaron Sorkin-snelheid worden gevoerd.

Daarbij zijn prachtrollen weggelegd voor het soepel op elkaar ingespeelde Ita-ensemble, uitgebreid met een paar fijne gastacteurs. Icke heeft hier toepasselijk ‘kleurenblind’ en genderneutraal gecast: witte acteurs spelen zwarte personages, vrouwen hebben mannenrollen. Een even angstaanjagende als hilarische uitschieter is Maria Kraakman, als specialist Rogier Hartman, de vleesgeworden male chauvinist pig. Daartegenover staat een betoverende Ilke Paddenburg, als het zachtmoedige, integere personage Sam, die fraai invoelbaar maakt dat ‘identiteit’ voor veel mensen geen keuze is.

Wolff koestert de bijkans religieuze overtuiging dat vooruitgang een eind kan maken aan alle identiteitsdenken, een begrijpelijk naoorlogs ideaal van een vrouw met Joodse wortels. Maar ook dat ideaal blijkt anno nu een privilege.

Scène uit 'De Dokter', met in het midden Bart Slegers als de priester en Janni Goslinga als de arts. Beeld  Dim Balsem
Scène uit 'De Dokter', met in het midden Bart Slegers als de priester en Janni Goslinga als de arts.Beeld Dim Balsem

Vlijmscherp verkent Icke haar blinde vlekken, zoals die even geestig als pijnlijk blijken uit haar omgang met taal. Woorden doen ertoe, voor een arts, diagnostiek moet precies zijn. Maar zoals Wolff iedereen om zich heen op woordkeus corrigeert, wordt dat principe ook een machtsmiddel. En omdat ze niet doorheeft dat bepaald taalgebruik binnen de verschuivende maatschappelijke machtsverhoudingen een nieuwe betekenis heeft gekregen, draagt juist die gekoesterde taal bij aan haar ondergang.

Wolff is de belichaming van het verlichtingsideaal, met een ongebreideld vertrouwen in ratio, vooruitgang, maakbaarheid en wetenschap. De Dokter maakt ijzingwekkend invoelbaar dat dat ideaal inmiddels tekortschiet. Dat vraagt om erkenning en acceptatie, maar is net zo goed reden tot rouw.

Een onwrikbaar geloof in verouderde principes, is niet idealistisch, maar reactionair, zo laat Icke overtuigend zien. En dat geldt net zo goed voor rigide verlichtingsdenken als voor religie. Daartegenover staat een schitterende, troostrijke slotscène tussen de arts en de priester die de grote noodzaak toont van ergens in geloven. Wolff heeft moeten inzien dat de pure wetenschap op dat vlak faalt. Verrast constateert ze: ‘Hoop is het wondermiddel.’ Waarop Bart Slegers als de priester prachtig lankmoedig riposteert: ‘In mijn vakgebied weten we dat al heel lang.’

null Beeld  Dim Balsem
Beeld Dim Balsem

De Dokter

Theater

★★★★★

Door Internationaal Theater Amsterdam. Naar Professor Bernhardi van Arthur Schnitzler. Bewerking en regie Robert Icke. Met o.a. Janni Goslinga, Bart Slegers, Joy Delima, Maria Kraakman.

12/9, Internationaal Theater Amsterdam. T/m 26/9, herneming mei 2022.

Robert Icke

De 34-jarige regisseur Robert Icke geldt als de grote belofte van het Britse toneel. Hij maakte naam met eigenzinnige bewerkingen van klassiekers als Romeo en Julia en de Oresteia. Voor laatstgenoemde ontving hij in 2016 een Olivier Award, als jongste regisseur ooit. Eerder maakte Icke bij Internationaal Theater Amsterdam een hedendaagse versie van Sophocles’ Oedipus, met Oedipus als een politicus in verkiezingstijd. Als ‘Ibsen Artist in Residence’ is Icke als vaste gastregisseur aan het gezelschap verbonden.

Meer over