DE DIEPTEN VAN HET CDA

NEDERLANDSE journalisten zijn te links. Uit opiniepeilingen blijkt dat de overgrote meerderheid een voorkeur bezit voor progressieve partijen. Als het aan het journaille lag, mocht de VVD slechts een paar zetels in de Kamer innemen....

Die journalistieke eenzijdigheid berokkent de christen-democraten ongetwijfeld schade. Zo is het christen-democratische gedachtengoed altijd onderbelicht gebleven. Als er aandacht aan werd besteed, gebeurde dit vaak in denigrerende zin. De interessante filosofie van de verantwoordelijke samenleving is herhaaldelijk belachelijk gemaakt met flauwe verwijzingen naar pannetjes soep.

Ook de CDA-voorlieden hebben het relatief zwaar te verduren. In de serie 'Jaap op campagne' in HP/De Tijd werd De Hoop Scheffer bijvoorbeeld wekelijks als een halve gare afgeschilderd. Zelfs diegenen die de huidige CDA-leider niet onvoorwaardelijk bewonderen, zal zijn opgevallen dat het - armzalige - optreden van de lijsttrekker van D66 in de pers een stuk milder werd beoordeeld.

Onbegrijpelijk is het dan ook niet dat in CDA-kring weleens wordt gemopperd over journalisten. In het jongste nummer van Christen Democratische Verkenningen memoreert mr. J.J.A.M.

van Gennip enigszins grimmig het leedvermaak na de verkiezingsnederlaag van vier jaar geleden. De directeur van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA meent dat zijn partij door de 'grachtengordel en alles wat daar omheen cirkelt' met minachting en wantrouwen wordt bejegend.

Van Gennip toont zich echter geenszins uit het lood geslagen. Hij barst van het vertrouwen in de toekomst en is tevreden over de wijze waarop de christen-democraten de laatste tijd oppositie hebben gevoerd: zakelijk, constructief, alert en vasthoudend.

De grootste winst van vier jaar oppositie is volgens Van Gennip echter de terugkeer van het idealisme. Op alle niveaus in de partij bestaat tegenwoordig ruimte om elkaar aan te spreken op de inhoud van het eigen verhaal. De sfeer kenmerkt zich door hartelijke collegialiteit. 'We zijn weer maatjes van elkaar.'

We hoeven niet meteen aan de wild om zich heen slaande Mateman te denken om het realiteitsgehalte van dit idyllische beeld in twijfel te trekken. Zo eiste de, niet persoonlijk door de nederlaag getroffen, CDA'er Westerterp al het aftreden van De Hoop Scheffer en vergeleek hij het opereren van Tineke Lodders met dat van Raspoetin. Uitlatingen die niet echt wijzen op hartelijke collegialiteit.

Dubieus lijkt eveneens het onwrikbare geloof van Van Gennip in de juistheid van de koers die hij en andere christen-democratische theoretici voor het CDA hebben uitgestippeld. De ideologen in de partij hebben de ineenstorting van 1994 benut om te pleiten voor een herpositionering. Zij hebben echter niet terugggegrepen op de conservatieve traditie, waarvan Abraham Kuyper en Groen van Prinsterer zulke welsprekende vertegenwoordigers waren. Nee, zij oriënteren zich op het communitarisme, een wat linksig gemeenschapsdenken.

Dat het ideologische tromgeroffel niet zonder praktische gevolgen bleef, werd duidelijk bij de publicatie van het verkiezingsprogramma. Het stuk werd alom geprezen, omdat het goed doordacht en enigszins gedurfd oogde. Maar groot was ook de vreugde in het VVD-kamp, waar opgelucht werd geconstateerd dat de aloude concurrenten op de kiezersmarkt zich richting PvdA en zelfs GroenLinks bewogen. Bolkestein werd niet moe te wijzen op het linkse karakter van het programma. Tevens stelde hij - met succes - het ontbreken van lastingverlichting op het lijstje van CDA-prioriteiten aan de kaak.

In het overvolle gebied ter linkerzijde van het politieke midden vielen voor de christen-democraten weinig zielen te winnen. De progressief georiënteerde kiezer asscocieerde het CDA toch eerder met de technocratische bestuurders uit het Lubbers-tijdperk dan met wereldverbeteraars à la Jacques de Milliano, en koos voor PvdA, D66 of GroenLinks.

Tegelijkertijd voelde de traditionele CDA-aanhanger zich vervreemd van de partij door de nieuwe richting. Boeren en tuinders bijvoorbeeld prefereren nu eenmaal de behartiging van hun belangen boven preken over rentmeesterschap.

De behoudende kiezers in het zuiden zagen weinig in de PPR-taal van de christen-democraten en het charisma van de lijsttrekker was niet zo groot dat het hun scepsis kon doen verdwijnen. Daarom verloor het CDA, ondanks het slechte weer en de afgang van de ouderenpartijen, op 6 mei opnieuw fors.

Het is fijn te horen dat de christen-democraten na zoveel tegenslag weer 'maatjes van elkaar' zijn. Toch zou de komende tijd weleens een strijd kunnen ontbranden over de te varen koers. De vraag daarbij zal zijn of de 'diepte-investering' om het CDA om te vormen tot een 'partij voor verandering' (Hirsch Ballin op deze pagina), de partij uit de diepten van ellende kan verheffen.

Dat Nederlandse journalisten te links zijn, is voor het CDA vervelend. Maar erger nog is misschien dat de eigen ideologen aan hetzelfde euvel mank gaan.

Meer over