tv-recensieJulien Althuisius

De Dansmarathon heeft een manier gevonden om van iets leuks een marteling te maken

null Beeld

Of je nu 5 seconden, 50 minuten of de totale 50 uur keek, er was één vraag die steeds terugkwam: waar zit ik in godsnaam naar te kijken? Een eenvoudige vraag, maar niet een met een eenvoudig antwoord. In theorie keken we naar De dansmarathon, een nieuw televisieprogramma van SBS 6 waarin honderd koppels 50 uur achter elkaar moesten dansen (lees ook dit verslag). De winnaar moest aan twee eisen voldoen: het 50 uur volhouden en daarbij zo min mogelijk rusttijd verbruikt hebben. Toen ik op zaterdagochtend inschakelde om te kijken hoe de vlag erbij hing, begreep ik van presentator Dennis Weening dat er nog een derde eis was: de uiteindelijke nummers 1, 2 en 3 zouden nog op doping worden gecheckt. Enfin, dat was de theorie. Duidelijk.

De praktijk toonde zich wat gecompliceerder. Dansen is van zichzelf een vreugdevolle, plezierige activiteit. Blije mensen dansen, of dansen maakt mensen blij. Zo werkt het meestal. Maar John de Mol – en dat moet je hem nageven – heeft met De dansmarathon een manier gevonden om van iets leuks een marteling te maken. Tussen donderdag- en zaterdagavond konden kijkers op elk moment van de dag inschakelen op SBS 6, om daar mensen te zien dansen die keken alsof ze net een dierbare hadden verloren. Een bevreemdende ervaring, die bij tijd en wijle bijna beangstigend werd als de dansers werden ‘getrakteerd’ op een optreden van bekende Nederlandse artiesten. René Froger was er, Frans Bauer, Trijntje Oosterhuis, Gerard Joling. ‘Peter Beense is begonnen’, constateerde een van de presentatoren ergens halverwege de zaterdagmiddag, ‘en dat heeft ook wel effect op ze.’ Inderdaad. De dansers liepen een geforceerde en vreugdeloze polonaise, als krijgsgevangenen op weg naar de luchtplaats.

Wendy van Dijk interviewt tijdens het laatste uur van De dansmarathon danseres Tawatha, die huilend door bleef dansen. Beeld
Wendy van Dijk interviewt tijdens het laatste uur van De dansmarathon danseres Tawatha, die huilend door bleef dansen.

Op gezette tijden klonk een sirene en werd een speciaal door Snollebollekes gemaakt liedje gedraaid, waarop de dansers met zijn allen een ingestudeerd dansje deden. Als je met je ogen kneep, wist je niet of je naar dansprogramma op SBS 6 of een livestream uit Guantanamo Bay zat te kijken. Dansers strompelden, huilden, vielen flauw. Ze werden ondertussen quasi-empathisch geïnterviewd door Wendy van Dijk of Leonie ter Braak of wie van SBS er dan ook dienst had. Tussen donderdag- en zaterdagavond is televisiegeschiedenis geschreven. Vermakelijk was het, zeker, maar op een perverse en haast dystopische manier. The Hunger Games, They Shoot Horses, Don’t They, Squid Game, De dansmarathon. Het enige wat ontbrak was een videoboodschap waarin John de Mol in de camera keek, zijn armen spreidde en riep: are you not entertained?

De winnaars – als dat er al toe deed – waren dansers Tawatha en Jermain. Ze hadden op 50 uur dansen slechts 35 minuten gerust. Een geweldige prestatie. Een gevaarlijke ook. Tijdens het laatste uur werd de uitgeputte Tawatha geïnterviewd door Wendy van Dijk. Ze kon niet meer en huilde dikke, aandoenlijke tranen. Maar haar lijf danste uitbundig door. Het was alsof een onzichtbare marionettenspeler haar bewegingen controleerde.
In zekere zin was dat ook het geval.

Meer over