ColumnMerlijn Kerkhof

De cultuursector moet weer kabaal maken

null Beeld

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, ­muziek, theater of beeldende kunst.

In de verkiezingsdebatten viel mij iets op. Namelijk dat twee c-woorden nauwelijks vielen: corona en cultuur. Wat corona betreft: gek, er is toch wel het een en ander aan de hand en de lijst grote en kleinere blunders groeit maar door (ja, ik kijk naar u, demissionair minister die zonder rijbewijs de auto in stapte, toen wilde stemmen met een verlopen paspoort en vervolgens zijn vrouw de schuld gaf).

Dat cultuur niet scoort, weten we inmiddels wel. Mark Rutte, zelf vrijetijdspianist, zei een jaar of tien geleden op Radio 4 bewonderaar te zijn van Arturo Benedetti Michelangeli, maar probeert sindsdien zijn voortreffelijke smaak angstvallig te verbergen.

In de maanden na de eerste sluiting van concertzalen en theaters ging het wél over cultuur. Dat had de cultuursector namelijk zelf afgedwongen. Door een grote bek op te zetten, door eindeloos te herhalen dat artiesten en kunstenaars – door beleidstypes ook wel ‘makers’ genoemd, waar ik niet in mee kan gaan: Bob de Bouwer is een maker – lagen te creperen. Het hielp: er kwamen steunpakketten. De aanvankelijk zo bekritiseerde cultuurminister Ingrid van Engelshoven was erin geslaagd om de broodnodige miljoenen los te weken.

Maar sinds de buit binnen is, is het geleidelijk stiller geworden. En nu hoor ik die cultuursector eigenlijk helemaal niet meer. Taskforce Culturele en Creatieve Sector, is alles oké? En joehoe, Raad voor Cultuur, adviesorgaan van regering en parlement, hebben jullie nog wat te adviseren of hoe zit dat?

Ook de stroom vlammende opiniestukken van cultuurminnaars is opgedroogd. Dat is opmerkelijk, want hoewel corona nog lang niet de wereld uit is, biedt de regering aan allerlei andere sectoren wél perspectief. Terwijl winkelen op afspraak toch niet zo veel anders is dan een concert bezoeken op afspraak, alleen is dat laatste beter voor je hoofd.

De violist en dirigent Leonidas Kavakos zei vorige maand in de Volkskrant dat in heel Europa de nadruk wel erg lag op het lot van artiesten en weinig op het belang van kunst zelf. De overheden, stelde hij vast, zijn kunst als luxe gaan zien, de cultuursectoren kunst als werk. Wat kunst en muziek, en het ontbreken daarvan, met de bevolking doen, is niet goed uitgelegd. We moeten ons weer bewust worden van de therapeutische werking, stelde Kavakos.

Nu de meeste instellingen zijn geholpen, is het hoog tijd om de nadruk te leggen op het publiek dat geprikkeld wil worden, en nu eens niet door de nieuwste besmettingscijfers. Willen artiesten meer kunnen doen dan livestreams opnemen, dan moeten ze weer kabaal maken – de verkiezingen zitten er weer op, er is ruimte. Door gelaten in een hoekje te gaan zitten wachten op betere tijden, verander je niets.

Meer over