Boekrecensie

De clichés van Herman Koch verraden alleen nog gemakzuchtig schrijven ★★☆☆☆

Bij Herman Koch is niets wat het lijkt. Zo ook in zijn nieuwe roman Een film met Sophia. Maar met alle onnodige herhalingen en clichés is de plottwist het wachten nauwelijks waard.

Herman Koch Beeld HH /  ANP
Herman KochBeeld HH / ANP

Het is het morning-aftermomentje in talloze films: meisje met nog slaperige ogen verschijnt in een groot shirt waar haar lange blote benen onderuit steken. Je weet genoeg: dat shirt is van de man met wie ze de avond ervoor naar bed is geweest. Schrijver Herman Koch (1953) gebruikt het beeld in zijn nieuwe roman, Een film met Sophia, om de lezer te laten geloven dat zijn hoofdpersonage, de oudere filmregisseur Stanley Forbes, het gedaan heeft met de piepjonge actrice Sophia.

Wie meer van Koch heeft gelezen weet dat niets is wat het lijkt, in zijn boeken. Zijn bestseller Het diner (2009) begint met dat etentje in dat protserige restaurant om vervolgens nogal verrassend te ontsporen. Een gemoedelijke vakantie mondt uit in dood en verderf in Zomerhuis met zwembad (2011). De holle frasen uit het Boekenweekgeschenk Makkelijk leven (2017) zijn ironische kritiek op het zelfhulpboekgenre. Zelfs in Finse dagen (2020), Kochs meest serieuze roman, draait het vaak om de vraag wat nou ‘waar’ is en wat niet. Kochs vertellers zijn notoir onbetrouwbaar. Dus wat moeten we van Stanley denken als hij vertelt over Terug naar huis, met Sophia in de hoofdrol?

Tot in detail beschrijft hij zijn film, zijn eerdere films en óók de films die hij uiteindelijk niet eens heeft gemaakt. Behoorlijk saai: ‘De tweede verhaallijn is die van een ouder echtpaar…’ ‘Wat ik wel heb gedaan in de montage…’ ‘Ik moest ook nog een hele discussie met de kledingafdeling voeren…’

Opvulling

Pagina’s lang gaat hij door over waarom hij Sophia uit de film gaat knippen, om dat vervolgens toch maar niet te doen – iets wat de lezer allang weet. De hele uiteenzetting doet aan als opvulling, zoals wel meer: twee keer wordt beschreven hoe vogels aanvallen op een hamburger, twee keer een uitleg over iconische gebouwen, twee keer de klaagzang over filmsubsidiecommissies. Het zijn geen functionele of literaire herhalingen, bedoeld om iets te benadrukken of een bepaalde sfeer neer te zetten, het lijken eerder slordigheden. Als lezer ga je zitten terugbladeren: dit-heb-ik-toch-nét-al-gelezen?

Verbijsterend vaak zegt Stanley ‘zoals gezegd’, waarna hij zegt wat hij inderdaad al gezegd heeft. Voortdurend benoemt hij dat wat overduidelijk is nóg een keer: ‘Morgen is het 1 januari. De eerste dag van het nieuwe jaar.’ Joh. ‘Het is twaalf uur. Het begin van de middag.’ Weten we, dat bleek al uit de context. Of: ‘De feestdagen. Ja, het is feest, feest zal het worden, of je nu wilt of niet. Mij staat vooral het gedwongen karakter van de feestdagen tegen. Je moet. Je kunt niet anders. Vluchten heeft geen zin.’ Ja-ha, we get the point.

Stanley is een typische boomer, een zelfgenoegzame oude man die de ruimte neemt om eens even flink uit te weiden, in de heilige overtuiging dat iedereen geïnteresseerd is in alles wat hij te vertellen heeft. Misschien zouden we dat zijn geweest als hij zich op een scherpe, originele of sprankelende manier uitgedrukt had, maar hij gebruikt cliché na cliché. Voor dingen worden ‘stokjes’ gestoken, zaken worden ‘uit de doeken’ gedaan, gedachten ‘buitelen’ over elkaar heen, er wordt van woede ‘gekookt’, opluchting maakt zich ‘meester’, een rol past als ‘een oude jas’, ideeën hebben niet veel ‘om het lijf’.

Persiflage

In feite is Koch blijven doen wat hij met Jiskefet al deed: clichés gebruiken in de hoop dat erom gelachen kan worden. En ja, het was lachen om de door Koch gespeelde kantoorsukkel Jos, corpsbal Kerstens en inspecteur Tampert. En ook om die aanstellerige ober in Het diner en andere overdreven personages. Maar zoals de cliché-uitdrukkingen in deze roman alleen nog gemakzuchtig schrijven verraden, zo lijkt ook Kochs persiflagegave uitgewerkt.

De types die hij in deze roman opvoert zijn allang afgedragen. De drammerige vrouw uit de filmsubsidiecommissie is natuurlijk ‘van middelbare leeftijd’ en behept met de verplichte bril met fluorescerend montuur. Theaterbezoekers dragen allemaal ‘gekke’ kleren. Toeristen zijn barbaren in korte broeken die alleen maar foto’s maken maar nergens echt naar kijken. We wéten het allemaal al. Het is niet meer grappig of origineel om het te benoemen.

Koch heeft geprobeerd spanning op te roepen door in het midden te laten wat Stanleys bedoelingen met Sophia zijn. #MeToo of geen #MeToo, dat is de vraag. Het is net genoeg om de roman de schijn van maatschappelijke relevantie mee te geven. Maar Sophia is zo’n afgevlakt personage – haar voornaamste bezigheid is mooi zijn en dromerig glimlachen – dat er bij haar simpelweg niets kán schuren.

Het enige wat mij aan het lezen hield, was de hoop dat er een moment zou komen waarop er CUT! zou worden geroepen, en dat Koch vervolgens grijnzend achter de schermen vandaan zou stappen om een spectaculaire plottwist te onthullen. Zoals dat het verhaal éígenlijk over dementie gaat – de mogelijkheid is echt even door mijn hoofd geschoten: Stanley valt in herhaling en wauwelt maar door omdat hij zijn verstand verliest, vandáár!

Helemaal op het eind doet Koch dan toch nog een poging de boel in een ander licht te zetten. Ik zal niet verklappen hoe, al valt er aan deze roman eigenlijk weinig te spoilen.

null Beeld Ambo Anthos
Beeld Ambo Anthos

Herman Koch: Een film met Sophia. Ambo Anthos; 275 pagina’s; € 22,99.

Meer over