boeken

De cancelcultuur brengt ons nergens, schrijft Adriaan van Dis. We moeten het ongemak juist opzoeken

Laten we met lenigheid naar het verleden en onze voorouders kijken, schrijft Adriaan van Dis in een brief aan zijn drie overleden half­zussen, die hij deze week uitsprak bij de aanvaarding van zijn eredoctoraat aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Adriaan van Dis
null Beeld  Avalon Nuovo
Beeld Avalon Nuovo

Lieve zussen,

De grote wereld spoelde aan in Bergen aan Zee, waar ik veilig tussen jullie ingeklemd langs de vloedlijn liep. Het was in de tijd dat schepen hun afval nog zorgeloos overboord kieperden. Een gevonden kokosnoot noemden we een klapper. Maleis was jullie geheimtaal. Jullie konden in het Japans tellen. Geleerd in het Jappenkamp. Ik was het vredeskind dat jullie je afgepakte jeugd moest doen vergeten.

Voor de buitenwereld speelden wij één familie, al hadden we op onze schoolrapporten allemaal een andere achternaam. Jullie de dubbele van een vader met Molukse voorouders die de VOC op de Banda-eilanden dienden. Ik droeg als onwettig kind mijn moeders meisjesnaam. De man die we ‘pappie’ noemden, net als jullie vader militair in het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL), kon niet met onze moeder trouwen omdat zijn officiële echtgenote met haar twee kinderen voor het onafhankelijke Indonesië koos.

Bij al dat vreemde wilde ik horen; het meest nog bij jullie kleur: kulit langsep – de gouden glans van de doekoe-vrucht. Mijn vader was ook bruin – maar dat kwam volgens hem door zijn Italiaanse bloed. Een typisch Indo-leugentje: likken naar boven, trappen naar onder. Het zogenaamde trapjes-denken.

Mijn moeder en ik waren wit. Maar wat had ik graag bruin willen zijn. Zo mooi als jullie… Zo trots ook, als jullie je schouders ophaalden voor de bleekneuzen uit de koloniehuizen die op weg naar het strand zingend langs ons huis liepen: En de meisjes van Batavia zijn zwart pikzwart… Twee keer per dag. Zomer na zomer.

Het woord discriminatie gebruikten we niet. We waren nog te jong voor grote woorden. Maar binnenskamers waren ook wij niet vrij van vooroordelen… Die Hollanders wisten niet eens wat een Jappenkamp was. Die Hollanders hadden geen idee wat voor held jullie vader was geweest: oprichter van een verzetsgroep. Zijn kleur maakte het hem mogelijk buiten het kamp te blijven en op te gaan in de bevolking… tot-ie verraden werd.

Verleden tijd. En die hielden we voor de buitenwereld liever stil.

Jullie kleur wordt nu met meer trots gedragen dan in mijn jeugd. Maar de discriminatie is niet verminderd. Jullie waren trots op een vader die eerste luitenant was in het KNIL. Zijn foto met gepluimde kokarde en sabel kreeg een ereplaats. Nu zouden jullie die foto mogelijk wat meer uit zicht hebben gezet. Jullie vader stond aan de verkeerde kant van de geschiedenis. Dat zinnetje gebruikte ik dertig jaar geleden al in een van mijn romans en dat vonden jullie toen heel vervelend. Later begrepen jullie zijn achtergrond beter: zoon uit een geslacht dat zich van generatie op generatie door het Nederlands gezag liet paaien. Uitverkoren om in Holland een hogere opleiding te volgen. Het moet een verscheurd man zijn geweest: hij had trouw gezworen aan Koningin en Vaderland, maar was ook bevriend met in Nederland studerende, gekleurde landgenoten die de Indonesische nationalistische politiek aanhingen.

Onze moeder stond óók aan de verkeerde kant van de geschiedenis. Wist ze hoe de Hollanders hadden huisgehouden op de archipel, toen ze daar in 1928 als pasgetrouwde 19-jarige aan wal ging? Java was nog maar nauwelijks hersteld van een oorlog waarin midden 19de eeuw 200 duizend doden vielen. Kende ze de naam van de heldhaftige prins Diponegoro? Ik betwijfel het. Ja, ze kende de adel van cadetten en adelborsten. Zag zich al dansen op een deftig bal. De werkelijkheid was anders. Haar huwelijk over de kleurlijn werd in de kolonie met achterdocht bezien: zo’n witte boerenmeid met een inlandse jongen? Kon nooit goed gaan. Ook de inheemse gemeenschap was wantrouwig: ze had een veelbelovende zoon gekaapt – een jongen in dienst van de onderdrukker. Het Indië van onze moeder was een bittere herinnering.

Februari 2022 erkende de Nederlandse regering eindelijk officieel wat iedere burger allang kon weten: Nederland heeft zich in de vrijheidsoorlog van Indonesië schuldig gemaakt aan oorlogsmisdaden. Vooral het Koninklijk Nederlands Indisch Leger maakte vuile handen. We kijken nu anders naar de rol van onze vaders.

Ja, lieve zussen, het verleden van onze ouders draait ons een mooie loer. Onze families behoorden tot de veroveraars en de veroverden. En dat besef is vandaag de dag niet comfortabel. Hoe gaan we daarmee om?

Dien ik de geloofwaardigheid van mijn roman Indische duinen als ik de tempo-doeloe-mijmeringen van mijn vader in een voetnoot verklaar? We kunnen de geschiedenis toch niet verloochenen? Laat staan herschrijven?

Nee. Maar ik kan wel leren mij te verplaatsen in de slaafgemaakten, de vermoorden en vernederden. Zonder mij die vernederingen toe te eigenen.

De voormalige gekoloniseerden verheffen steeds meer hun stem en geven nu hun visie op de Europese expansiedrift. Eeuwen onverteerde woede komt naar boven.

Andere ervaringen, andere inzichten… De witte wereld wordt de laatste decennia geconfronteerd met zijn eigen racistische archief. De veroveringszucht blijkt in het westerse denken te zijn geslopen. In de talen en verhalen. Waarom noemen we de Japanse inname van de kolonie Nederlands-Indië een bezetting? En de Nederlandse inname van 17.508 eilanden in de archipel: een aanwezigheid? De Indonesiërs noemen het gewoon 350 jaar bezetting. Landjepik. Een met de Bijbel in de hand verdedigde machts- en gebiedsuitbreiding die andere volken verjoeg, de natuur vernietigde, kunstschatten stal en dat allemaal etaleerde als daden van beschaving en verheffing.

O wat ben ik woke.Maar het gaat me niet om het willen deugen. Ik neem kennis van al die debatten om lenig van geest te blijven. Om geen vreemde in mijn eigen tijd te worden. (Een tijd vol botsende verandering.) Het is eigenbelang.

Woke-aanhangers wordt verweten de ‘cancelcultuur’ aan te hangen. Het verbieden van onwelgevallige woorden, boeken, films, het verwijderen van standbeelden of het ageren tegen straatnamen die herinneren aan houwdegens uit de koloniale tijd.

Maar ook aan conservatieve kant bestaat die cancelcultuur. Op reformatorische scholen wordt de evolutietheorie niet onderwezen. Nederlandse uitgevers van lesboeken zwichten op grote schaal voor christelijke censuur. Dus geen dinosaurussen op de school met de Bijbel. Honderden bibliotheken in de Verenigde Staten weren boeken over socialisme, marxisme en romans met seksueel expliciete scènes. Extremen staan tegenover elkaar. De gematigden zwijgen.

En waar staan wij lezers? Kijken we weg? Zoeken we bevestiging in ons eigen gelijk? Of durven we de uitdaging aan ons te verplaatsen in ongemakkelijke ervaringen? Kennis te nemen van andere ideeën over godsdienst en geschiedenis. Al lezend kunnen we van kleur en sekse veranderen. Begrip krijgen voor het slachtoffer, maar ook voor de schoft. Heel confronterend soms. Zo groei je. Leer je.

En toch zijn steeds meer studenten en docenten bang voor die confrontatie. Zij vinden dat de universiteit een safe space moet bieden: een veilige plek waar je niet geconfronteerd wordt met racistische en seksistische uitspraken. Maar biedt je kop in het zand steken werkelijk bescherming? Zou jezelf harnassen met kennis en inzicht niet beter werken? We kunnen die safe spaces toch ook mentaal verbouwen tot places of discomfort – plekken waar je bewust de confrontatie met je eigen geloofsovertuiging en wereldbeeld aangaat. Plekken waar je vrij bent jezelf te zijn, of een ander, door je in te leven in fictieve personages. Literatuur biedt die ruimte! Uiteindelijk kan de kennismaking met het ongemakkelijke je ook inspireren. Maak er iets nieuws van. Zoals bijen honing maken door duizend bloemen uit te zuigen.

Lieve zusjes, laten we proberen met lenigheid naar het verleden van onze voorouders te kijken. Het is juist de complexiteit die interessant is. Alleen extremisten zien hun wereldbeeld als enig juiste. In die geest kunnen we de koloniale geschiedenis ook lezen als een boek. Al bevat het verhaal van landen verkennen en in bezit nemen meer slechte dan goede bladzijden. Koninkrijken in Afrika werden vernietigd, taalgemeenschappen door koloniale landsgrenzen gescheiden, maar er werden ook tientallen orale talen opgetekend. Zo zijn er schatkamers vol doorvertelde verhalen op schrift gesteld die nu bijdragen tot de herstelde identiteit van ooit vernederde volken. Wreedheid en wetenschappelijke nieuwsgierigheid maakten onderdeel uit van dezelfde expeditie. We moeten van beide kennisnemen. Ons brein is groot genoeg om met al die tegenstellingen om te gaan.

Adriaan van Dis Beeld VPRO
Adriaan van DisBeeld VPRO

In deze tijd van tegenstellingen, waarin we elkaar liever verketteren dan naar elkaar luisteren, zou een nieuwe leesrevolutie ons passen. Dankzij het internet kunnen we kennismaken met schrijvers en bloggers van kleur die anders naar onze witte wereld kijken. Soms stuit je al lezend op oude teksten die de koloniale geschiedschrijvers maar al te graag over het hoofd hebben gezien. Er zijn ook Multatuli’s van kleur die met hun pen in de wonden prikten.

Zoals de Indiase dichter Tagore: ‘De fakkel van de Europese beschaving is niet bedoeld om licht te verspreiden maar om brand te stichten.’

Een citaat dat het goed doet op de campussen in Azië.

De kritiek op het imperialistische Westen is niet altijd terecht. Maar we weten sinds Poetin waar gekrenkte trots toe leidt.

Het zijn vooral de grote geopolitieke veranderingen die onze toekomst kleuren. Als je naar het journaal kijkt, denk je dat de hele wereld onze verontwaardiging over de Russische invasie van Oekraïne deelt. In werkelijkheid is het maar een vlek op de globe. India, Pakistan, Indonesië, Turkije, tientallen Afrikaanse landen en heel Latijns-Amerika steunen de sancties tegen Rusland niet. Ook omdat de zwakste staten er het meest onder lijden. Politici in die landen vergelijken de Russische agressie met de Amerikaanse invasie in Irak. Toonden we dezelfde verontwaardiging en solidariteit met de oorlogsslachtoffers in Afghanistan, Jemen, Tigray, Somalië, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Libië en Mali?

Een beetje ingevoerde lezer herkent de kwetsuren (en de boze toon) uit al die prachtige, hedendaagse romans van Indiase, Indonesische en Afrikaanse schrijvers die vertellen hoe hun vertrouwde wereld uiteenviel, hoe hun ouders zich tevreden moesten stellen met onbeduidende klerkenbaantjes en het opgelegde onderwijssysteem hen losrukte van hun ankers. Romans vol geschiedenis, drama, complexiteit en tegenstrijdig handelen.

De omhelzing met het Westen heeft veel littekens nagelaten. Bittere ervaringen of niet… we moeten straks toch met z’n allen om een ronde tafel gaan zitten om de klimaatcrisis aan te pakken. Laten we ons alsjeblieft in elkaar verdiepen.

Vooral literatuur kan ons daarbij helpen.

Het conservatieve Europa ontkent de realiteit dat veel nazaten van gekoloniseerden zich in Europa zijn gaan vestigen. Zij zijn hier, omdat wij daar waren. Niks minderheden. In het jaar 2050 heeft de helft van de Europeanen een donkere huid. Nu al is naar schatting slechts 10 procent van de wereldbevolking wit. De tijd dat dit smaldeel de lakens uitdeelt is voorbij.

Lieve zusjes, mag ik jullie troosten met de volgende gedachte: de meeste mensen die nu leven staan ook aan de verkeerde kant van de geschiedenis. Ooit zullen onze kindskinderen met verbazing en verontwaardiging op ons terugkijken… Wat voor Nederland hebben we achtergelaten?

Een vervuilde bodem, microplastics in de bloedbaan van onze kinderen, dierenmishandeling in vetmesterijen, het uitleveren van onze privédata aan een dictatoriaal regime. Reken maar dat de excuses nog volgen. Was het slechtheid of ontbrak het die mensen van toen, in 2022, (ons dus) aan voorstellingsvermogen? Een vraag die Maxim Februari zich stelt in een van zijn scherpzinnige columns en waarin hij oproept tot meer verbeeldingskracht.

Laat ik voor mezelf spreken. Heb ik genoeg verbeeldingskracht om me te verplaatsen in de tienduizenden die in hun bootjes worden teruggeduwd door de Europese grenspolitie Frontex? Mensen op zoek naar een beter leven, weggetrokken voor oorlogen waar westerse mogendheden een grote rol in spelen. Oorlogen om schaarste en droogte, veroorzaakt door rijke veelverbruikers.

We zullen nog opkijken van hun verhalen. De eerstvolgende Dickens is een kind van een bootvluchteling.

Onze kindskinderen zullen mijn generatie veel verwijten maken. Gelijk hebben ze. Maar wat kunnen wij nu doen, lieve zusjes.

Onszelf begrijpen en proberen te verbeteren. Het gaat om de kunst van richting te veranderen.

Liefs van jullie lezende broer.

Dit is een ingekorte versie van de rede die Adriaan van Dis woensdag uitsprak bij de aanvaarding van zijn eredoctoraat aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Met dank aan Evi Arens. Zie ook ru.nl/taalhoofdstad.

Meer over