DagboekHans Henny Jahnn (1894-1959)

De boer kent het vee slechts van achteren

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Erik van den Berg
null Beeld Getty
Beeld Getty

Bornholm, 4 januari 1935

Wie boer is, heeft niet per se een verheffend beroep. De veeteelt veronderstelt een zekere levensvisie, anders mondt ze uit in grofheid, met verruwing tot gevolg. Het is een feit dat veehouders, hier voedermeesters genoemd, vaak tot de twijfelachtigste mensen behoren.

Geweld jegens mens en dier gaat ze gemakkelijk af, zodra ze onder ogen zien dat hun beroep hun tegenstaat. Verwonderlijk is dat niet. Ze maken het vee zogezegd slechts van achteren mee. De nederige taken des vlezes spelen zich onder hun neus af. De verteerde massa’s die de dieren via hun darmen uitstoten, moeten ze dag in dag uit opvegen. Onophoudelijk stromen de vloeistoffen die via de nieren een uitweg zoeken. En ook voortplanting en geboorte zijn weinig appetijtelijk. Het verhevene gaat hier in een besmeurde mantel gehuld.

De stier, het zwijn, de hengst – de veehouder beschouwt ze als werktuig, de vrouwelijke dieren als loeiende en weeklagende, door de bronst getormenteerden.

De melkcontroleurs bedanken ervoor zelf melk te drinken. Handelingen die ik onvermijdelijk acht, zoals een inwendig onderzoek, vinden de knechten afschuwelijk. Ze vinden het akelig hun arm tot aan de schouder in een koe te steken. Ik vertrouw het ze dan ook niet toe.

Hans Henny Jahnn (1894-1959), Duitse schrijver en orgelbouwer, fokte paarden op het Deense eiland Bornholm. Ingekort fragment uit Das Hans Henny Jahnn Lesebuch. Hoffmann und Campe, 1984.

Meer over