Boeken

‘De boel vol bagger schijten’ (en andere gedachten over democratie) ★★★★☆

Jan-Werner Müller ziet de meest bevoorrechten en de minst bevoorrechten zich afsplitsen van de democratie en acht dringend onderhoud gewenst. Maarten Koningsveld doet daarvoor suggesties.

null Beeld Martyn Overweel
Beeld Martyn Overweel

Vier maanden voor de Amerikaanse verkiezingen van 1916 teisterden haaien de kusten van New Jersey. De zittende president Wilson had niets met die haaien te maken, maar omdat kiezers hun gevoelens van angst en onmacht meenamen naar het stemhokje verloor hij wel in New Jersey. ‘Wilson en de haaien’ werd een klassiek verhaal over de irrationaliteit van kiezers.

De Duitse politiek filosoof Jan-Werner Müller, hoogleraar aan de universiteit van Princeton, weet dat die kiezers in het echt goede redenen hadden tegen Wilson te stemmen. Door die haaien stortte het toerisme in New Jersey in en Wilson gaf niet thuis, zelfs een woord van medeleven bleef uit. Bijna 104 jaar later kreeg een Amerikaanse president te maken met een pandemie. Ook bij hem was ‘domme pech’ niet de oorzaak van de electorale straf: die Donald J. Trump bleek én incapabel om een land door een gezondheidscrisis te loodsen én niet in staat tot ook maar enige empathie met de slachtoffers.

Roofbouw

Belangrijke boodschap van Jan-Werner Müller, belangrijk politiek denker: kiezers zijn zelden de onverantwoordelijke of irrationele wezens waar ze door denkers die in onze tijd bevangen raken door demofobie, oftewel ‘angst voor het volk’, voor worden aangezien. Het waren geen kiezers die de roofbouw sanctioneerden die tegenwoordig in veel landen op democratische instituten wordt gepleegd. Het is nog nooit gebeurd dat kiezers ergens een democratie wegstemden – democratieën zijn in de geschiedenis wel opgedoekt nadat conservatieve elites daaraan hun goedkeuring hadden gegeven.

Jan-Werner Müller (1970) werd een paar jaar terug bekend als auteur van een van de beste boeken over populisme, Wat is populisme? (2017). Zijn nieuwe boek Democracy Rules is een diagnose van ‘patiënt democratie’ en verschijnt wereldwijd in juli. In het Nederlands is het net uit, onder de titel Wat is echte democratie?

Wat is echte democratie? In een echte democratie moeten machtige belangen minstens af en toe het onderspit delven, vindt Müller. In een echte democratie zijn het niet altijd dezelfde mensen die de offers brengen om de gemeenschap bijeen te houden. In een echte democratie hebben verliezers kans de volgende verkiezingen te winnen. In een echte democratie kunnen mensen zich voorstellen dat tegenstanders misschien gelijk hebben.

In veel reëel bestaande democratieën is dat allemaal steeds minder het geval. Waar democratieën degenereren, zie je forse maatschappelijke verbrokkeling, weet Müller. Oproepen tot gerechtigheid of correctie van beleid of simpelweg feiten bereiken daar niet meer alle ingezetenen. Steeds meer dingen die nodig zijn om democratieën te laten functioneren gaan daar ‘kopje-onder in het informatieriool’.

Digitale revolutie

Niemand die dat beter snapte dan Trumps geniale strateeg Steve Bannon, die een eenvoudig middel voorschreef tegen tegenstanders die feiten opdienen: ‘de boel vol bagger schijten’. Voor ‘bagger schijten’ biedt de digitale revolutie volop mogelijkheden. Müller zegt het zo: ‘Een Trump en een Zuckerberg zijn individueel al een risico voor de democratie, maar de vele manieren waarop ze elkaar kunnen gebruiken, maken de gevaren er aanzienlijk groter op.’

Een pamflet tegen Silicon Valley is zijn nieuwe boek echter geenszins. Digitale innovatie hoeft democratieën niet te ondermijnen, al die techniek is onderhevig aan politieke keuzes. Als bedrijven een verdienmodel mogen hanteren waarin algoritmes mensen naar radicale ideeën loodsen, heeft dat gevolgen. Radicalisering wordt versterkt doordat de digitale revolutie in veel landen de regionale journalistiek heeft weggevaagd. Inzake problemen dicht bij huis zijn mensen vaak verrassend oplossingsgericht en afkerig van polarisatie. Als het vacuüm van lokaal nieuws wordt opgevuld door landelijk nieuws, al dan niet feitenvrij opgediend, riskeer je dat het maatschappelijk cement afbrokkelt.

Een democratie bestaat bij de gratie van een besef dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten. Populisten vertellen kiezers dat ze beter af zouden zijn als er andere kiezers uit dat schuitje zouden worden gekieperd, maar die populisten zijn een soort politieke aasgieren, nergens strijken die zomaar neer.

Sociaal contract

Centraal in Müllers analyse staat zijn these dat twee groepen zich de facto van de democratie hebben ‘afgesplitst’. De eerste afsplitsing is die van de meest bevoorrechten, de groep die het verdomt langer mee te doen aan wat ooit ‘een min of meer fatsoenlijk sociaal contract’ was, de groep die zich accountants en advocaten kan permitteren om fiscale constructies op te tuigen op de Kaaimaneilanden. De tweede afsplitsing is die van de minst bevoorrechten. Die groep is als het ware ‘uit de democratie gevallen’, de leden hebben alle hoop verloren dat er politiek voor hen iets te halen valt.

Beide groepen leverden kiezers aan Trump. Leden van de eerste groep omdat Trump de facto hun belangen behartigt, leden van de tweede groep omdat hun stem ‘the biggest fuck-you’ was naar het systeem waar ze uitvielen. Müller was niet zozeer geschokt toen Hillary Clinton die kiezersdeplorables noemde, als wel door haar kwalificatie ‘just irredeemable’, niet terug te winnen.

Wie democratie een warm hart toedraagt is tot terugwinnen veroordeeld, want we zitten samen met deplorables en belastingontduikers op die ene schuit. Daarvoor acht Müller ‘dringend onderhoud’ nodig aan ‘de kritische infrastructuur van de democratie’: het geheel aan intermediaire instanties dat het systeem helpt functioneren, van politieke partijen en burgerfora tot oude en nieuwe media.

De Engelse titel van zijn boek, Democracy Rules, verraadt al enigszins dat Müller uiteindelijk optimistisch is. Intermediaire instituten veranderen voortdurend, maar democratieën kunnen blijven functioneren zolang die instituten toegankelijk, autonoom, nauwkeurig (dus niet feitenvrij) en beoordeelbaar zijn. ‘Onpartijdigheid’ is bij Müller geen criterium. De afgelopen jaren constateerde hij veelvuldig dat ouderwetse onpartijdige berichtgeving in kranten over situaties ‘waarin één partij zich afkeerde van elementaire democratische regels of systematisch het publiek misleidde omtrent basisfeiten’ zijn doel voorbij schoot of potsierlijk was.

Volksvertegenwoordigingen

Beter is te streven naar ‘transparante partijdigheid’. Van democratievernieuwing in de vorm van volksvertegenwoordigingen door loting, zoals onder meer door David Van Reybrouck bepleit in zijn boek Tegen verkiezingen, verwacht Müller het heil niet. Bij voorstanders van ‘lottocratie’ bespeurt hij een technocratische denktrant: die zien democratie als een vorm van probleemoplossing, in plaats van wat democratie volgens Müller moet zijn, een systeem van ‘geïnstitutionaliseerde onzekerheid’. Hij mist bij die lottocratie ook het pacificerende of ontladende effect van verkiezingen: loterijen laten na de krachten van verschillende groepen in de samenleving te meten, verliezers kunnen hun aanhang naderhand niet mobiliseren om de volgende verkiezingen wel te winnen.

Als Müllers Wat is echte democratie? een diagnose is waar ‘patiënt democratie’ over na kan denken, dan is Democratie in crisis van de Nederlandse politicoloog Maarten Koningsveld (1979) meer een handzaam zelfhulpboek voor dezelfde patiënt. Veel kwesties die Müller behandelt passeren hierin ook – zij het in vogelvlucht – de revue.

Aan het einde zijn er aanbevelingen. De democratie moet diverser. De democratie heeft meer internationale samenwerking nodig, tegen techreuzen, tegen nepnieuws, tegen cybercriminaliteit. De democratie is gebaat bij meer overdracht naar lokaal niveau. De democratie heeft behoefte aan stevigere verankering van checks-and-balances, Orbán liet zien hoe makkelijk het is om je er niets van aan te trekken.

Interessant is Koningsvelds advies aan overheden, in een tijd waarin steeds meer mensen hun democratische legitimiteit in twijfel trekken, om eens te gaan kijken hoe die grote technologiereuzen erin slagen gebruikers aan zich te binden. ‘Gebleken is dat de technologieplatformen goed in staat zijn om de voorkeuren van individuele gebruikers te begrijpen én te voorspellen. Zouden die inzichten ons niet kunnen helpen in de zoektocht naar grotere democratische legitimiteit van onze overheid?’ Eerst Big Tech reguleren, daarna van Big Tech leren. Of moet het andersom?

null Beeld Nieuw Amsterdam
Beeld Nieuw Amsterdam

Jan-Werner Müller: Wat is echte democratie? ★★★★☆ Uit het Engels vertaald door Hans E. van Riemsdijk. Nieuw Amsterdam; 272 pagina’s; € 25,-.

null Beeld S2 Uitgevers
Beeld S2 Uitgevers

Maarten Koningsveld: Democratie in crisis. ★★★☆☆ S2 Uitgevers; 160 pagina’s; € 15,-.

Meer over