De blinde vlek van de journalist

De weigering van journalisten het Internet serieus te nemen begint een belemmering te worden bij de uitoefening van hun controlerende taak....

DE modieuze afschuw die journalisten de afgelopen jaren ten aanzien van digitale media hebben gecultiveerd, resulteert in misslagen. De Amerikaan Ken Tipton slaagde er vorige week moeiteloos in wereldwijde publiciteit voor zijn bedenkelijke Internet-evenement te genereren. Tipton kondigde onder valse naam aan dat op een speciale site twee achttienjarige studenten elkaar live voor de camera zouden ontmaagden. Internet-gebruikers zouden gratis mogen toekijken. De aankondiging werd dagenlang door tal van media serieus genomen en weergegeven.

In de praktijk waren twee tamelijk eenvoudige zoekopdrachten op Internet voldoende om te achterhalen dat Tipton, die zich bediende van het pseudoniem Oscar Wells, achter het project zat. Het telefoonnummer dat aan de site was gekoppeld, bleek eerder door hem te zijn gebruikt. Het natrekken van zijn naam via online-bronnen bracht vervolgens al snel het beeld naar voren van een querulant met een geschiedenis van wilde verhalen, mediastunts en mislukte projecten.

Als journalisten die informatie hadden opgezocht voordat ze het verhaal van Tipton de wereld instuurden, had deze randfiguur vermoedelijk geen millimeter publiciteit gekregen. Gebrek aan inzicht bij de media in de research-mogelijkheden die Internet biedt, leidde er toe dat het publiek in de armen van een oplichter werd gedreven. De media verzaakten niet alleen hun primaire taak, het achterhalen van de waarheid, maar maakten zichzelf ook nog eens tot de spreekbuis van een notoire fantast.

De onkunde van de media wreekt zich ook bij de geruchtmakende zaak rond de Bende van Zandvoort. De actualiteitenrubriek Nova kreeg van de werkgroep Morkhoven een schat aan digitale informatie over deze kinderpornohandelaren in de schoot geworpen. Naar het zich laat aanzien heeft de Nova-redactie maar gedeeltelijk benul gehad van de schat aan materiaal waar ze over beschikt. De actualiteitenrubriek blijft steken in de voortdurende herhaling dat G. Ulrich kinderporno verspreidde via Internet. Terwijl een van de interessante aspecten is dat Ulrich juist gebruik maakte van een eigen gesloten computersysteem, een zogeheten BBS, dat niet op Internet was aangesloten.

Tekenend voor de kwaliteit van de journalistieke research zijn de beelden waarmee Nova zijn reportages lardeert. Steeds komt een floppy-disk in beeld met daarop de handgeschreven term Winamp - voor de leek wellicht verdacht, maar in werkelijkheid een volkomen legaal programma om muziek te beluisteren op computers. Vertaald naar de gewone wereld is het alsof een oorlogsreportage op de Balkan met beelden van lieveheersbeestjes wordt gelardeerd. Die komen inderdaad ook in de Balkan voor. Met een journalistiek verantwoorde aanpak heeft dat maar weinig te maken.

Aan de hand van de beperkte gegevens die Nova wél over de bende naar buiten heeft gebracht, levert een dag speuren op Internet naar het netwerk rond Ulrich een interessant beeld op. Zo blijkt een van zijn sites nog operationeel te zijn. En een van zijn medewerkers heeft een nog immer functionerende website waar openlijk geadverteerd wordt met horny teens, overigens zonder dat er kinderporno is te vinden. De namen van deze lieden en hun persoonsgegevens zijn in een mum van tijd te achterhalen.

Ook te vinden zijn een reeks bedrijven die ze in handen hebben, hun im- en exportactiviteiten, tot en met zelfs hun reisgedrag. Van een van de kompanen blijkt een mailbox, een bestand met persoonlijke e-mailberichten, voor het grijpen te liggen. Daaruit valt op te maken met wie de persoon in kwestie intensief contact onderhield. Er zijn uiteindelijk zelfs aanwijzingen te vinden welk café Ulrich frequenteerde en er valt triviale informatie te lezen, zoals het onvermogen van de kinderporno-verspreider om in mei zijn kapotte afwasmachine te repareren.

Tot slot blijkt een simpel telefoontje voldoende om te achterhalen dat de politie nog steeds geen contact heeft opgenomen met het bedrijf waar Ulrich zijn Internet-verbinding huurde. De beheerder blijkt te beschikken over bestanden met gegevens over hoe vaak de site werd geraadpleegd en waar de bezoekers vandaan kwamen. Justitie is er kennelijk nog niet van op de hoogte.

Op basis van de rijkdom aan materiaal waar Nova over beschikt moet het mogelijk zijn via de digitale bronnen veel meer vitale informatie boven water te halen. Zo zou in ieder geval een deel van de afnemers te traceren moeten zijn. Ook zou vastgesteld kunnen worden of Ulrich en zijn kornuiten het materiaal zelf vervaardigden dan wel uit andere bronnen betrokken.

De media hebben de afgelopen dagen breeduit hun afschuw uitgemeten over de knulligheid waarmee justitie de kinderporno-affaire aanpakt. Het wordt echter hoog tijd dat diezelfde media de hand eens diep in eigen boezem steken en het heersende ressentiment tegen digitale media laten varen.

Het resultaat van de weigering het Internet en computers serieus te nemen en zich te bekwamen in het gebruik ervan is dat de media niet meer in staat zijn hun primaire functies te vervullen; het controleren van de autoriteiten, het blootleggen van de waarheid en het ontmaskeren van bedrog. En voor dat falen kan nu eens niet de schuld aan het Internet worden gegeven. Het is louter en alleen te wijten aan de eigen laksheid.

Francisco van Jole

Meer over