BoekrecensieEen wonderbaarlijk politicus

De biografie van Hans van Mierlo is een nauwgezette ontleding van een idealistische politicus en een dolend mens ★★★★☆

Biograaf Hubert Smeets heeft schitterende scènes verzameld uit het leven van D66-politicus Hans van Mierlo. Het boek besluit met een knappe analyse van de man en zijn missie.

Hans van Mierlo Beeld Harry Meijer / HH
Hans van MierloBeeld Harry Meijer / HH

Het was half twee ’s nachts en Hans van Mierlo belde met roomservice. Hij en Joop den Uyl verbleven op uitnodiging van Labour-leider Harold Wilson een weekje in Londen, het was 1970. De dag was lang geweest, van een maaltijd was het niet gekomen en Van Mierlo bestelde: gerookte zalm, gebraden eend, cheddar, een halfje Chablis, een hele Bourgogne. Kelners meldden zich om de tafel te dekken met porselein en kristal. Den Uyl, workaholic, van nature gereformeerd, geneerde zich tot in zijn teennagels. Van Mierlo, voor wie schaarste een begrip was uit Economie in een notendop, schoolboek van professor Heertje, herinnerde zich: ‘Joop keek naar dat paradijs voor hem, rende erop af, propte z’n servet in z’n boord. Vervolgens keek-ie me aan, kreeg een hele brede lach en sprak ‘honger is slecht voor je idealen’.’

De tedere, persoonlijke verstandhouding tussen Van Mierlo, aartsvader van D66, en Den Uyl, naamgever van het meest linkse kabinet dat Nederland gekend heeft, bracht in de praktische politiek uiteindelijk niet veel op. Niet meer dan ‘lamlendigheid, uitzichtloosheid, saaiheid’. Het zijn woorden uit een dagboek van Van Mierlo, geciteerd door zijn biograaf, de journalist Hubert Smeets (64). Het onvermogen van links om tot één grote, progressieve volkspartij te komen is een belangrijke draad in het zojuist verschenen levensverhaal, Een wonderbaarlijk politicus.

Op verschillende momenten brengt Smeets de hartstochtelijke pogingen van Van Mierlo in beeld om een bundeling van krachten tussen hervormingsgezinde partijen tot stand te brengen. Alleen zó, wist hij, kon rechts in de mangel worden genomen. Het liep altijd stuk, om te beginnen op huiver binnen zijn eigen D66. Al in 1973, in de aanloop naar het kabinet-Den Uyl, is de stemming in de D66-fractie deprimerend: als Van Mierlo zo’n links kabinet ziet zitten, is hij gek. Maar vooruit, de partijleider mag het proberen. Hij noteert in een schrift: ‘Sterke vervreemding. Eenzaam.’ En hoezeer Den Uyl ook gesteld mag zijn op zijn twaalf jaar jongere metgezel, komt punt bij paal, dan laat de Partij van de Arbeid het afweten. Smeets schrijft: ‘Van Mierlo heeft nog niet door dat de PvdA ook een machtsmachine is die je nooit helemaal kunt vertrouwen.’

Van Mierlo en Den Uyl op een D66-congres in Amsterdam, 1969.  Beeld HH /  ANP
Van Mierlo en Den Uyl op een D66-congres in Amsterdam, 1969.Beeld HH / ANP

In zijn epiloog bekent Smeets zich tot apostel van de progressieve volkspartij. De biograaf meent zich zo’n stap opzij te mogen permitteren in de actuele situatie, waarin de verkiezingsstrijd lijkt te gaan tussen rechts en rechts, met voor versplinterd links een rolletje in de marge. In zijn voorwoord had hij al gewaarschuwd dat hij weliswaar ‘zo objectief mogelijk’ zijn hoofdpersoon zou beschrijven, maar niet los kon komen van ‘een lichte vorm van engagement’. En dus stelt Smeets in ronde bewoordingen dat vijftig jaar na het fiasco van de progressieve volkspartij een einde moet komen aan het festival van gemiste kansen: ‘D66, PvdA en GroenLinks zijn het initiatief nu al meer dan een kwarteeuw kwijt en mogen hooguit de kruimels van tafel opeten als anderen die hun gunnen. Daar kunnen ze natuurlijk tot in lengte van jaren mee doorgaan, hopend dat er een keer verkiezingen komen waarbij een van de partijen als grootste uit de bus komt. Dat is een plan, zij het een verliezend plan.’

Hans van Mierlo viert de spectaculaire overwinning van D66 bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1967. De jonge partij won zeven zetels. Beeld HH / ANP
Hans van Mierlo viert de spectaculaire overwinning van D66 bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1967. De jonge partij won zeven zetels.Beeld HH / ANP

Smeets was dertig jaar redacteur van NRC Handelsblad en vijf jaar hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer. Hij heeft ruim vier jaar gewerkt aan zijn gesamtkunstwerk. Want dat is het. De biografie is alomvattend, ze is een nauwgezette ontleding van de idealistische politicus en de dolende mens Van Mierlo. Smeets laat zien hoe werk en leven samenvallen. Zijn biografie is daardoor in zekere zin een romantisch boek geworden dat je doet terugverlangen naar die vervlogen jaren, gouden tijden voor de democratie, althans voor het debat daarover.

Vooruitgeschoven post

Hafmo, zoals Hans van Mierlo in de wandeling werd genoemd, naar de initialen van zijn voornamen, was volgens Smeets ‘een vooruitgeschoven post’ in de culturele revolutie van de jaren zestig en zeventig. Dat was hij ‘voor die burgers die, intellectueel beredeneerd dan wel emotioneel verbitterd, afscheid wilden nemen van kerk of geloof en seculiere staatsburgers wilden zijn. Van Mierlo stond zo symbool voor de dekolonisering van het verzuilde democratische bestel, waarin het confessionele motorblok in het midden driekwart eeuw de koers had bepaald, in de richting van een meer republikeinse democratie.’

Hans van Mierlo in 1971. Beeld HH /  ANP
Hans van Mierlo in 1971.Beeld HH / ANP

In de Hollandse politieke arena van sigarenlucht en afgedragen confectiepakken was Hans van Mierlo (1931-2010) een flamboyante verschijning, een Belmondo aan het Binnenhof. Drank was nooit ver weg. Vrouwen drongen zich vanzelf wel op (‘Van Mierlo straalt uit dat hij benaderbaar is’). Een innemend mens, al kon hij zich ook opvliegend en gekwetst gedragen. Het woord ‘onfatsoenlijk’ lag dan op zijn lippen. Op meer realistische momenten herkende hij zijn regenteske trekjes, residu van een opvoeding tot patriciër.

Hij was een man die naar een dichtregel van Marsman ‘groots en meeslepend’ wilde leven (‘hoort ge dat, vader, moeder, wereld, knekelhuis!’). Tegelijk ging hij, oorlogskind, gebukt onder hypochondrische buien. Smeets heeft schitterende scènes verzameld. In 1981 schrijft Hafmo aan een goede vriend: ‘Ik ben een actie begonnen om mijn bandeloosheid te temmen. Sinds twee maanden onthoud ik mij van alcohol, eten en vrouwen, met dezelfde mateloosheid waarmede ik mij daaraan wijdde.’ Een andere zielsverwant, Boebie Brugsma, ook oorlogskind, stuurt hem een kaartje: ‘Makker, Hoe gaat het met je? Met mij ook niet goed. Tot gauw.’

Twijfel

De stijlfiguur waarmee hij persoonlijk het levensgevoel van de jaren zestig en zeventig invulde, was de twijfel. Van Mierlo komt de eer toe als eerste en vooralsnog laatste politicus veelvuldig ‘dat weet ik niet’ te antwoorden op alweer zo’n vraag naar apodictische stellingname van een begerig journalist. Van Mierlo sprak liever in paradoxen, omdat het de enige manier is om de gecompliceerdheid der dingen nog enigszins te kunnen vatten. Bij hem wonnen ideeën het van machtspolitieke belangenbehartiging en de idee legde het af tegen het dilemma. Het zoekend formuleren om zo precies mogelijk de vinger te leggen op de wonde plek, bereikte in hem een voor het politieke milieu magistrale hoogte. ‘Vaak wordt pas aan het einde van een lange weg het verkeerde uitgangspunt zichtbaar’, zei hij dan. Menigeen hing aan zijn lippen.

Smeets stelt vast dat de rol van Van Mierlo dikwijls een atmosferische was. ‘Hij schiep een klimaat vol verwachting. Hij spiegelde het perspectief voor een Nederland dat, met het verzachten van de harde religieuze, culturele en sociale tegenstellingen, een natie van weldenkende en wellevende burgers zou worden.’

Wie mooi kan dromen, moet voorbereid zijn op desillusies. Het paarse kabinet-Kok uit 1994, de eerste coalitie zonder confessionelen sinds Cort van der Linden uit 1918, was de climax van zijn politieke leven. ‘Hij dacht dat Paars het begin zou zijn van een nieuw tijdperk in de Nederlandse democratie’, schrijft Smeets. ‘Paars bleek juist de afsluiting van de oude parlementaire geschiedenis en de opmaat tot een verbitterd populisme dat hem een gruwel was.’ Achterkamertjespolitiek floreert onverminderd, tot aan vandaag; ook die droom is niet ingelost.

Grandioos mislukt

Wat heeft Van Mierlo in de 35 jaar tussen wederopbouw en revanchisme bereikt? Misschien moet je inderdaad vaststellen dat de missie is mislukt, maar dan wel op grandioze wijze. Smeets beschrijft het indringend, in een knappe analyse aan het slot van zijn boek: ‘Als ongedisciplineerde libertijn met een intellectuele uitstraling gaf hij het streven naar individuele vrijheid én sociale civilisatie een gezicht en een stem. Hij deed niet volks en poogde ook niet om bij het volk in het gevlij te komen, maar had oog voor gewone mensen. Als sociale bourgeois hield hij vol dat er zoiets moet en kan bestaan als een solidaire rechtsstaat die wordt gedragen door individuele burgers en dat een vrijzinnige sociaal-democratie geen illusie hoeft te zijn. Dat Nederland spreekt decennia later nog steeds tot de verbeelding. Hans van Mierlo is meer dan een nostalgische herinnering aan andere tijden.’

null Beeld De Bezige Bij
Beeld De Bezige Bij

Hubert Smeets: Een wonderbaarlijk politicus – Hans van Mierlo 1931-2010. De Bezige Bij; 608 pagina’s; € 34,99.

Meer over