dagboekRenate Laqueur (1919-2011)

De beul van Bergen-Belsen weet niets van gaskamers

Erik van den Berg
Het portret van de commandant van Belsen, Joseph Kramer, staat in alle kranten. De krant schrijft: ‘Het beest van Belsen staat terecht.’ Beeld Bettmann Archive
Het portret van de commandant van Belsen, Joseph Kramer, staat in alle kranten. De krant schrijft: ‘Het beest van Belsen staat terecht.’Beeld Bettmann Archive

2 november 1945

Het portret van de commandant van Belsen, Joseph Kramer, staat in alle kranten. De krant schrijft: ‘Het beest van Belsen staat terecht.’ ‘De beul van de vuilste plaats op de wereld.’ En de beul van tienduizenden Joden en andere politieke gevangenen krijgt in het proces dat te Lüneburg tegen hem gevoerd wordt de gelegenheid om te zeggen: ‘Ik weet niets van mishandelingen, van gaskamers. Het eten was goed en werd driemaal per dag verstrekt.’

Is het noodzakelijk dat een dergelijk iemand zijn mond nog opent om leugens te vertellen, dat er kranten zijn die deze woorden opnemen, dat er mensen zijn, die de concentratiekampen alleen van verre kennen, die misschien gaan twijfelen aan de ­‘verhalen’ van overlevenden van Belsen?

Is het werkelijk nodig dat er misschien mensen zijn die zullen zeggen: als die man alles zo pertinent ontkent, als hij al de zo zware aanklachten van zich af laat glijden, is er misschien toch een steekje los en zijn de aanklachten wellicht overdreven?

Spreken de cijfers der doden, de foto’s van de lijkenvelden, de geschonden, verminkte lichamen der overlevenden, de kaalgeschoren hoofden van de vrouwen die de vlektyfus overleefd hebben, spreken al deze dingen niet genoeg om deze man zonder enige vorm van proces uit onze samenleving weg te vagen?

Waarom krijgt deze man het recht zich te verdedigen?

Renate Laqueur (1919-2011). Ingekort fragment uit Dagboek uit Bergen-Belsen. Meulenhoff, 2021.

Meer over