DE BEGAAFDE KINDEREN VAN BETONDORP

Uit Betondorp komen opvallend veel bekende Nederlanders. Het 'modeldorp van de socialisten' in de Amsterdamse Watergraafsmeer had kennelijk een goede invloed op de kinderen van de pioniers die er neerstreken....

Een huivering bekroop de schrijver Nescio toen hij in 1953 met de bus langs Betondorp reed, het wijkje aan de rand van Amsterdam waar hij in de jaren twintig naar toe was getrokken. 'Een tijdlooze wereld, een wereld van lang geleden en van een verre tijd in de toekomst. Het kromme slootje van de Keulsche vaart en het witte kerkje bij het 'Betondorp' (brr)', schreef hij in een dagboek over zijn dagtochtjes in de omgeving van Amsterdam.

Het wijkje in de Amsterdamse Watergraafsmeer bestaat dit jaar 75 jaar. Er hebben veel bekende Nederlanders gewoond en er zijn veel beroemdheden geboren. Kennelijk stimuleerde Betondorp de intellectuele en kunstzinnige ontwikkeling van bewoners en hun kroost. De historisch pedagoog J. Knigge vroeg zich af waarom, en sprak met de eerste jeugd van Betondorp. Voor zijn binnenkort te verschijnen boek Tussen ideaal en werkelijkheid. Opgroeien in de Amsterdamse Tuindorpen spoorde hij tachtig Betondorpers van het eerste uur op.

In het wijkje met tweeduizend huizen woonden behalve Nescio ook de burgemeester van Diemen Bob de Hon, assistent-trainer van Ajax Bobby Haarms, tekenaar en schilder Wim Bijmoer (die de boeken van Annie M. G. Schmidt illustreerde), de schilder Leo Schatz, voormalig hoofdredacteur van NRC Handelsblad Wout Woltz, Bijenkorf-topman Jac. Bons, schrijver Jan Mens, fotograaf Ed van der Elsken en niet te vergeten de twee Van het Reves, schrijver Gerard en hoogleraar Karel. Verder ontdekte Knigge dat zeven andere kinderen het tot professor schopten.

De beroemdste Betondorper ontbreekt op dit lijstje: Johan Cruijff. De voetballer is van 1947, hij behoorde niet tot de eerste kinderen van Betondorp. Zijn ouders waren geen pioniers in de wijk. Dat hij een begenadigd voetballer is geworden, is niet aan Betondorp te danken. 'Je mocht op het gras in Betondorp niet voetballen. Dat was om naar te kijken en van te genieten. De oorspronkelijke Betondorpers hadden niet veel met voetbal. Wel met lichaamsbeweging, maar meer nog met opera', zegt Knigge.

Het aantal kinderen uit Betondorp dat de top bereikte, is waarschijnlijk veel groter dan in andere wijken, denkt Knigge. Ter vergelijking is hij de levensloop nagegaan van kinderen uit Tuindorp Oostzaan in Amsterdam-Noord, een wijk die in dezelfde tijd volgens dezelfde uitgangspunten werd gebouwd. 'In die wijk heb ik met moeite één gepromoveerd iemand kunnen vinden.'

Betondorp (officieel Tuindorp Watergraafsmeer) en Tuindorp Oostzaan vormden een gezamenlijk antwoord van socialisten en liberalen op de beroerde woonsituatie van de arbeiders. In het begin van de eeuw groeide Amsterdam snel. De liberalen wilden dat de arbeiders een fatsoenlijk huis hadden, al was het maar om opstanden en andere ellende te voorkomen. De socialisten vonden dat de arbeiders gewoon goed moesten wonen.

Betondorp en Oostzaan waren de eerste tuindorpen van Nederland. Geen lange, smalle straten meer waar daglicht een zeldzaamheid was en groen geen kans kreeg. Geen bedompte huizen waarin wonen een straf was. De tuindorpen moesten het platteland in de stad brengen. De woningen waren ruim, er was veel plek vrijgemaakt voor groen. De straatnamen in Betondorp, zoals Brink, Veeteeltstraat en Oogststraat, verwijzen naar een noest en gezond leven op wei en akker.

Maar waarom schopten de kinderen van Betondorp het zo ver, en de kinderen van Tuindorp Oostzaan niet? 'Je moest er destijds wat voor over hebben om in Betondorp te wonen', zegt Knigge. Tuindorp Oostzaan hoorde bij de haven, Betondorp was niet verbonden aan een bepaalde industrie. Knigge: 'De huren waren hoog. In de stad betaalde je 3 gulden, maar de betonnen huizen in Betondorp deden 5,5 tot 6. De stenen huizen kostten zelfs 9 gulden per maand. Bovendien lag de nieuwe wijk afgelegen, kwam de bus er niet, en moest je ver lopen of fietsen naar de stad.'

De celbioloog prof. W. Daems, in 1929 in Betondorp geboren, vermoedt dat het hoge aantal begaafde Betondorpers - 'het aantal hoogleraren is onwaarschijnlijk groot' - mede het gevolg is van de selectie van de bewoners. 'Mijn vader had er iets voor over om naar Betondorp te verhuizen. Het kostte hem twee kwartjes meer in de week. Zijn instelling was, en dat gold voor velen: je moet woekeren met de talenten die je hebt.'

Ook beoordeelde de woningbouwvereniging, die de stenen huizen verhuurde, of een potentiële bewoner in de buurt paste. Daems: 'Het meest opvallende is dat alle hoogleraren in het bakstenen deel van de wijk woonden. Daar was de selectie het scherpst. In het betonnen deel, dat werd verhuurd door de gemeente, werd je gewoon geplaatst.'

Maar de inspanningen die de bewoners zich getroostten, werden beloond met groen, licht, lucht, en ruimte. Een paradijsje. 'Het was een gouden greep van mijn ouders', zegt de nu 85-jarige tekenaar Wim Bijmoer, die in 1924 als 10-jarige jongen naar Betondorp verhuisde. 'Als je arbeiderskinderen behoorlijk laat wonen, een goede opvoeding geeft, en veel frisse lucht en ruimte biedt, dan ontwikkelen de goeden zich vanzelf positief. In een achterbuurt zouden ze zijn afgeknepen. Dat geldt ook voor mij. Als het zaad goed valt, komt er altijd wat uit. Mijn vader is geboren in het hartje van de Jordaan. Ik ben daar later wezen kijken. Betondorp was veel leuker voor een kind. Neem alleen al de bibliotheek. Alle prentenboeken die ik er heb kunnen zien.'

Waarom Betondorp zoveel beroemdheden heeft voortgebracht, weet Bijmoer niet. Opvallend is het wel. Bijna iedereen uit zijn jeugd kwam hij later tegen op prominente plekken. Hij dreunt moeiteloos een lange rij namen op.

Burgemeester Bob de Hon, in 1938 in Betondorp geboren, kan ook niet zo snel een verklaring bedenken. 'Kijk, er woonden hardwerkende mensen. Die gingen naar het dorpshuis, of de vele clubs.' De Hon herinnert zich Betondorp als een warm nest. ''s Avonds met zijn allen aan een tafel met een lamp erboven. Lezen.'

Betondorp moest het paradepaardje voor de arbeider worden, zegt Knigge. Socialistische voormannen van toen, Wibaut en Keppler, zetten hun schouders eronder. Dus kwamen er een bibliotheek en scholen met de beste leerkrachten. Er trok een nieuwe arbeiderselite heen, zegt Knigge.

'We waren bevoorrecht', vertelden de kinderen hem. 'Je wist hoe de toekomst eruit ging zien, want een opleiding is een hefboom naar een betere wereld.' In een van de scholen hing de leuze: 'Het is moeilijk maar het moet.'

Betondorp werd het modeldorp van de socialisten. De Centrale, Vara, AJC, SDAP, het Volk, de Blauwe Knoop waren namen die de mensen bonden. 'Er was een café in Betondorp, maar dat heeft snel de deuren moeten sluiten.' Saai of niet, de meeste kinderen zeiden dat ze zich er gelukkig hebben gevoeld, althans gelukkiger dan de kinderen in Tuindorp Oostzaan, ontdekte Knigge.

Saai was het er vooral in de jaren voor de oorlog. 'Nu zou je het kneuterigheid ten top noemen', zegt Knigge. 'Ik spreek over het smurfendorp. Uit de verhalen kreeg ik de indruk dat de huizen er allemaal hetzelfde uitzagen. Ze kochten hun meubels in winkel om de hoek van de vader van fotograaf Ed van der Elsken.'

De Hon vond het leven in Betondorp niet saai. 'Dat is een typering van nu, maar als kind ervoer ik dat niet. Integendeel. Het was stimulerend, boeiend en levendig.' Daems herinnert zich de bibliotheek op de Brink. 'Die was ruim voorzien. Dat was heel bijzonder voor die tijd.'

De idylle duurde tot de oorlog. Al voor de oorlog nam het aantal NSB-stemmers in het rode bolwerk toe, van 2 procent in 1937 tot 7 procent in 1939. Knigge sprak met een zoon van een NSB-stemmer. Die zei: 'Mijn vader maakte zich zorgen om het ideaal en dat lag verdomde dicht bij het andere ideaal.'

De oorlog werd het breekpunt. Net als elders in Amsterdam werden de meeste joden - die in de Veeteeltstraat woonden - gedeporteerd. Daarna kreeg menigeen het gevoel dat het experiment was mislukt. Betondorp werd een gewone wijk met alle problemen die daarbij horen; de stad kwam snel dichterbij.

De kinderen van de pioniers die wat aan het papier toevertrouwden, waren zelden enthousiast. Nescio deed Betondorp af met een simpel 'brr'. Gerard Reve had meer woorden nodig:

'In het Tuindorp Watergraafsmeer, het zogeheten Betondorp, bestond een mondharmonicaclub voor Jongens, waar ik natuurlijk niet bij was. Op zomeravonden marcheerde die club wel eens, in uniformen van flanelachtige, keurig geperste sneeuwwitte katoen, met riemen en lange broeken, musicerend door het dorp. Sommige Jongens bespeelden met de mond een klein orgel van massaal verdriet, dat reeds oorlog en konsentraatsiekamp en van alles aankondigde (...) Het orkest liet in de straten een onzichtbaar spoor achter van ontroostbare droefheid, dat uren bleef hangen.' Uit een brief aan 'kunstbroeder' Carmiggelt in 1972.

Knigge weet niet of de kneuterigheid van Betondorp nu zo erg was. 'Ik zie de voor- en de nadelen. Betondorp had structuur, er was overzichtelijkheid. Neem Amsterdam-West, dat is een ramp om doorheen te rijden. Je wilt toch niet dat je kinderen daar opgroeien. In Betondorp hielden mensen elkaar in de gaten. Tot vervelens aan toe: ''Als ik wat had gedaan, dan wisten mijn ouders het voor ik thuis kwam'', vertelde iemand.'

Meer over