De artiest die Tirana nodig had

Kunstenaar Edi Rama (1964) bewerkstelligde het onmogelijke door van de foeilelijke Albanese hoofdstad Tirana een trekpleister te maken. Rama trad in 2000 aan als burgemeester, ruimde tonnen vuilnis op en plantte vierduizend bomen....

Flats met roze en paarse ying-yang motieven. Flats met golvende horizontale lijnen in alle kleuren van de regenboog. Flats met gele, rode en blauwe blokken - Tirana, hoofdstad van Albanië, is daar ondergedompeld in een Mondriaan-sausje. Even verderop is de stad opgesmukt à la Picasso in zijn middenperiode. En ook adepten van Karel Appel hebben hun sporen in de Albanese hoofdstad nagelaten. Als Appel Mercedessen kan beschilderen, dan kunnen zij dat met communistische systeemflats.

Tirana: voor zover West-Europeanen bij die stad al associaties hadden, dachten zij doorgaans aan armoedige communistische bouwsels. Maar de blokken van Enver Hoxha, de lelijkste uit de hele voormalige communistische wereld, blijken plotseling een uitstekend substituut voor canvas. Voordeel van het beschilderen van een `Hoxha-bunker` is dat je werk door iedereen wordt gezien.

`Je werk kan mensen inspireren, verheffen, het wordt levende kunst, het is niet langer de gevangene van de muren van een galerie waar drie snobs per maand langskomen`, zegt Edi Rama (1964), kunstschilder, burgemeester van Tirana en het brein achter de verfpartijen. `Mijn doel is van Tirana één grote kunstgalerie in de open lucht te maken. Ik wil de hele stad beschilderen.`

Edi Rama. Het zit hem al een beetje in die naam. Dat is geen naam voor een gewone Albanese politicus. Dat is een naam voor een kunstenaar, een sportheld, een popster - drie domeinen waarin deze man een verleden heeft. Rama is een veteraan van de Albanese nationale basketballploeg. Deze burgemeester van Tirana verzorgt geregeld gastoptredens bij de Albanese rapformatie West Side Family, in wier videoclips hij ook optreedt. Naar verluidt wil hij ook instructies aan ondergeschikten nog wel eens rappend doorgeven.

Deze burgemeester van Tirana, bekend om zijn tachtigurige werkweek en zijn maniakale enthousiasme, ontvangt op zaterdagochtend in pyjama in een appartementencomplex dat door soldaten en bodyguards zwaar wordt bewaakt. Het is hier wel Albanië. Rama weet bovendien hoe het is als lijfwachten de klappen niet opvangen.

In het midden van de jaren negentig had Rama zijn atelier in Parijs, maar hij kwam af en toe terug naar Albanië om zware kritiek te leveren op de toenmalige president Sali Berisha. In januari 1997 werd hij door mannen van Berisha zo zwaar afgetuigd dat zijn leven enkele weken aan een zijden draadje hing. Zijn herstel in Parijs duurde acht maanden. `De mentale klap die je krijgt, is groter dan de fysieke`, zegt hij daar kort over. `Je bent psychisch gebroken. Athans: voor een tijdje.`

Geschoren hoofd, getrimde baard, stoere, zelfverzekerde blik, bijna twee meter lang, spieren van een basketball-verleden - door de lezeressen van een Albanees vrouwenblad werd hij in 2003 uitgeroepen tot `meest sexy man van Tirana`. Wat wellicht belangrijker is: de organisatie World Mayor riep hem in 2004 uit tot wereldburgemeester, de prestaties van de man uit het kleine Tirana verkiezend boven die van collega`s uit Berlijn en Mexico-Stad. En, net bekend, het weekblad Time heeft hem verkozen in de galerij `helden van 2005`.

Rama ploft neer op de sofa, gooit een pinda naar het plafond en grijnst. Aan de muren achter hem hangen ingelijste pentekeningen van draken. `Dat is allemaal eigen werk, vervaardigd tijdens vergaderingen op het gemeentehuis. Ik kan me veel beter concentreren als ik erbij teken. Het is niet zo dat ik me tijdens vergaderingen verveel. Nou ja, niet altijd.`

Te stellen dat deze man taboedoorbrekend is in Albanië, is een understatement. Rama is niet alleen de eerste Albanese politicus die rapt en die zich op recepties in andere kleuren vertoont dan zwart en wit, hij is ook de eerste Albanese politicus die zich in een authentieke populariteit op straat mag verheugen - vooral bij jongeren. Een greep uit wat je in Tirana over hem hoort: `Hij is onze enige hoop, de enige positieve figuur hier.` `Hij heeft van die saaie, vieze, depressieve stad die Tirana was echt iets goeds gemaakt.` `Dankzij hem schaam je je er niet meer voor dat je in Albanië woont.` `Hij heeft de mythe dat het hier nooit wat kan worden, aan stukken geslagen.`

Zo`n man kan niet anders dan ook veel vijanden hebben. De voornaamste is Sali Berisha, de man van de instortende piramidefondsen en de veiligheidsagenten die Rama in 1997 aftuigden. Deze zomer wist hij terug te komen als premier. `Hetzelfde als dat Milosevic zou terugkomen in Servië`, is het enige wat Rama over die comeback kwijt wil.

Critici van Rama vind je echter ook onder leden van de progressieve Albanese intelligentsia. Verkijk je niet op Rama`s gerap, zijn gekleurde overhemden en zijn blokjesbroeken, zeggen zij, dat is allemaal façade, net als de beschilderde flats. Achter de Mondriaan-gevels ligt gewoon wegrottend Albanees beton en niet opgehaalde vuilnis, komen de mensen niet rond en zijn de wegen onverhard gebleven. Achter de façade van een coole non-conformist schuilt gewoon een autoritair Albanees haantje, een corrupte macho-politicus, uit op zoveel mogelijk macht en het grote geld. Typerend is zo`n nummer als Tirana bruist! van West Side Family. Rama scheldt daarin met zijn drie collega-rappers op `Albanese snertpolitici als Berisha en Nano`. Maar diezelfde Rama is thans wel de voorzitter van Nano`s socialistische partij.

Een ander voornaam punt van kritiek: Rama beroept zich er steeds op een voorvechter te zijn van de democratie. Maar dat beschilderen van de stad, dat besliste hij helemaal zelf, net als trouwens heel veel andere dingen. De Albanese politiek commentator Fatos Lubonja, een van Rama`s felste critici, formuleert het als volgt: `Wij wonen niet meer in Tirana, maar in TiRama.`

Het verwijt dat uw kunstgalerij-in-de-open-lucht is gebouwd op een gebrekkig democratisch mandaat, is u ook in het Westen gemaakt.

`Luister, het is hier Albanië. Er moest hier iets gebeuren. Toen ik in oktober 2000 tot burgemeester werd gekozen, was Tirana een verpauperde, apathische stad waar alle jongeren niet alleen weg wilden, maar ook weggíngen. Dat patroon waarin niemand geloofde dat hier ooit iets kon veranderen, dat moest worden doorbroken. Om dat te bereiken had ik een budget van nul-komma-nog-iets. Ik bedacht me toen dat er één simpele, goedkope, effectieve manier was om mensen wakker te schudden en de hele stad een injectie van hoop te geven: haar in felle kleuren beschilderen. Kunst als redding, in dienst van het algemeen belang, als bron van inspiratie, als een brug naar de mensen. Het artistieke, esthetische aspect was ondergeschikt aan het politieke. In een galerie had ik nooit zulke sterke kleuren gebruikt.`

Flats beschilderen, dat was nogal wat in een land dat bijna een halve eeuw praktisch van de wereld afgesloten is geweest, waar moderne abstracte kunst al die tijd verboden was en een kitscherig socialistisch realisme de boventoon had gevoerd.

`Dat mag je wel zeggen ja! Ik kreeg de hele conservatieve, patriarchale, nationaal-communistische, post-Hoxhiaanse kliek over me heen. Kleuren passen niet bij onze nationale identiteit, onze culturele tradities, onze patriottische trots, dat soort bullshit. Maar erger vond ik het cynisme van mensen: het zal jou toch nooit lukken hier iets te veranderen, de bevolking gaat er toch niet in mee.

`Het toppunt was mijn voorganger. Die zei: laat je hier iets opknappen, dan is het binnen een maand weer in verval, laat je een park schoonmaken, dan ligt het binnen een week weer vol vuilnis, plant je ergens boompjes, dan zijn die na een dag al vertrapt. En dus liet hij maar geen bomen planten, geen parken schoonmaken en geen panden verven. Bij mijn aantreden was het gemeentehuis een groot rokerig hol waarin niemand iets uitvoerde en waar de plassen regenwater op de grond lagen. Het eerste wat ik heb gedaan, is het dak repareren en een rookverbod instellen. Ik heb tachtig asbakken ingezameld.

`Het is altijd mijn overtuiging geweest dat als je mensen een fatsoenlijke, leefbare omgeving biedt, ze zich ook anders gaan gedragen. En ik heb mijn gelijk gekregen. Tirana is na een lange slaap uit bed gestapt - als een mooie vrouw! Vergelijk de beschilderde straten maar eens met de niet beschilderde. Ze zijn booming. Mensen hebben er winkels geopend, de troittoirs zijn er gerepareerd, niemand gooit daar meer afval weg. Luister maar eens hoe de mensen uit de kleurenflats over Tirana praten: met trots en enthousiasme, in tegenstelling tot die in de wijken waar alles hetzelfde is gebleven.

`Bij mijn aantreden hebben we een enquête gehouden: wilt u dat we de stad verven? 60 Procent was voor. Een paar jaar later vroegen we: wilt u dat we doorgaan? 85 Procent! Onder hen veel ouderen die moderne kunst met argwaan bekeken. Dat wil ik graag zeggen tegen iedereen die mij ondemocratisch vindt.`

U bracht de eerste vijfentwintig jaar van uw leven door in wat gold als de hardste communistische dictatuur van Europa. Het door u onder handen genomen Tirana mag je rustig de nachtmerrie noemen van Enver Hoxha, die moderne kunst had verboden. Zijn uw verfpartijen ook geen persoonlijke afrekening met Hoxha en het communisme?

`Ik doe dit opdat een hele generatie jongeren van Tirana gaat houden en niet meer droomt van de dag dat ze uit Albanië weg kunnen. Of ik ondertussen ook wraak neem op Hoxha? Ik zal het niet tegenspreken.`

Hoe bepalend is die ervaring van een harde totalitaire maatschappij voor u geweest?

`Ik denk dat die mij een besef heeft meegegeven van de waarde van dingen die mensen in het Westen volstrekt normaal vinden en niet meer waarderen. Ik kom uit een land waar Stravinsky en Schönberg, Beckett en Auden, Modigliani en Picasso waren verboden. Picasso circuleerde alleen illegaal in fotoboeken. Vonden ze die, dan kreeg je vijftien jaar werkkamp.

`Ik was 20 toen ik voor het eerst Albanië uit mocht, in de winter van 1984, met het nationaal basketballteam - alleen voor partijbonzen en sportploegen ging de grens af en toe open. We maakten een tussenstop in Wenen. Ik smachtte ernaar moderne kunst te zien. Ik heb uren door de sneeuw gelopen. Alle musea waren gesloten. Ik was compleet verslagen. Mijn enige kans kunst met mijn eigen ogen te aanschouwen, had ik verprutst. Misschien zou ik Albanië wel nooit meer uit komen.

`In 1989 kreeg ik een herkansing. In Duitsland kneep ik ertussenuit om in Bremen het Museum voor de Moderne Kunst te bezoeken. Daar zag ik voor het eerst in mijn leven een echte Picasso. Wat ik toen voelde, ik kan het niet beschrijven. De emoties waardoor ik werd overmand, de rillingen die door me heen gingen - ik kan het alleen maar vergelijken met de eerste keer dat ik het naakte lichaam van een vrouw zag. En toen keek ik om me heen. Het museum was leeg! Ik dacht: hoe kan het dat ik hier de enige bezoeker ben?`

U heeft gezegd: de politicus en de artiest in mij zijn één. Maar ook: in het Westen zou ik nooit politicus geweest zijn.

`In het Westen is het alsof de kunst van de maatschappij en de politiek is losgekoppeld. De werelden zijn daar gescheiden. Kunst is voor de galerie en het museum. Dat was althans mijn ervaring toen ik mijn atelier in Parijs had. In het Westen ben je kunstenaar van beroep of politicus van beroep, zoiets. Maar voor mij is kunst betrokkenheid bij de wereld, communicatie met mensen. Ik ben een artiest die de politiek als zijn middel gebruikt. De kunst is mijn gebed, de politiek is mijn geweer, dat is mijn motto.`

In het Westen had u nooit op deze schaal uw gang kunnen gaan. Daar had u na een procedure van een paar jaar misschien twee gebouwen mogen verven in voorgeschreven kleuren. Wat u doet, kan alleen maar in een post-totalitaire samenleving waar niets vastligt.

`Ik weet er alles van. Voor de eerste gebouwen die we lieten beschilderen, hadden we een subsidie van de Europese Commissie. Er was een Franse Commissie-gezant om toezicht te houden. Ik gaf vrijwilligers van de kunstacademie hier de opdracht een gebouw knaloranje te schilderen. Komt die Fransman rood als een Spaanse peper naar mij toe: dit kan niet! Dit wijkt af van onze standaard! Hier betalen we niet voor! Ik zeg: dit is het enige moment in onze geschiedenis dat we uit eigen keuze van een standaard kunnen afwijken. Stopt u met de financiering, dan is dat een nieuw soort communisme, dan wordt er opnieuw een standaard opgelegd. Geloof mij, dit is goed voor Tirana. Hij zei: nou, vooruit dan maar.

`De wereld hier is nog een open universum. Je kunt hier nog steeds met een simpel idee aan de slag. Orginaliteit telt nog. Je krijgt hier de ruimte niet aangereikt, maar je kunt die nog wel nemen. Ik moet er niet aan denken burgemeester te zijn in Zwitserland. Daar moet je nog een referendum organiseren als je naar de plee wil! Zie mijn burgemeesterschap maar als een ongeluk van de geschiedenis. Tirana had een artiest nodig, ik was een artiest die Tirana nodig had.`

U opereert in een open, maar ook in een gevaarlijk universum. Je kunt ineens alle ruimte hebben, maar die ook in een keer volledig verliezen - en erger dan dat.

`Dat maakt het juist zo interessant, die onvoorspelbaarheid, dat ontbreken van enige zekerheid over de bestendigheid van dingen. Je hebt geen idee wat er morgen gaat gebeuren, of je er aan het eind van de dag zelf nog bent. Ik houd wel van dat soort omstandigheden.`

U bent in 1997 bijna dood geweest. In 2000 ontplofte bij uw huis een bom.

`Als ik bang of voorzichtig was, zou ik iets anders doen. Maar schrijf niet dat gevaar en vijandschappen mijn adrenaline doen stromen. Ik krijg mijn adrenaline van een hele generatie enthousiaste jongeren.`

Meer over