de architect als redder van de buurt

Na zijn dood in 1994 was Theo Bosch te weinig in de mode. Pas nu is hij geportretteerd als het natuurtalent dat prachtige gebouwen neerzette....

Door HILDE DE HAAN

Het was in Nederland nog nooit vertoond. Een voltallige welstandscommissie die op straat eigenhandig grote reclameborden staat weg te halen. De politie kwam er aan te pas maar kon er niets aan doen. De voorzitter van welstand was namelijk architect Theo Bosch, die persoonlijk de bevoegdheden van zijn commissie had weten uit te breiden. Het mocht maar korte tijd zo zijn - na 1990 keerde het politieke tij. Maar achteraf heeft Bosch de Haagse binnenstad zo heel veel lelijkheid weten te besparen.

Bosch had als architect een 'missie': het bewoonbaar houden van oude binnensteden. Eerst als compagnon van Aldo van Eyck, daarna als woningbouwarchitect in vele kwetsbare oude binnensteden, en vanaf 1981 als voorzitter van de welstandcommissie in Den Haag. Hij stond nog midden in het leven toen hij in 1994, 54 jaar oud, stierf aan een hartaanval. Meteen ontstond het plan een boek over hem te maken. Zijn werk was echter in die tijd niet 'hot' genoeg. Maar modes wisselen en nu is er alsnog een monografie gekomen, een bijzondere uitgave in de Bonas-reeks: drie delen in één cassette.

Tien jaar lang al wijdt de Stichting Bonas (Biografieën en Oeuvrelijsten van Nederlandse Architecten en Stedebouwkundigen) zich aan het inventariseren van Nederlands' architectonisch erfgoed. Van ruim tweehonderd bouwmeesters heeft de stichting intussen al het werk in kaart gebracht, terwijl daarnaast een reeks van drieëndertig monografieën is gemaakt. Het zijn altijd bescheiden boeken, maar rijk geïllustreerd. Ze zijn inspirerend omdat het altijd over tamelijk onbekende vakmensen gaat die wel de prachtigste gebouwen maakten. Dat geldt ook voor Theo Bosch.

De Bonasuitgave portretteert hem als een natuurtalent dat op het juiste moment zijn kansen pakte. Met slechts een UTS diploma (voorloper van de MTS) kon hij eerst alleen als krullenjongen aan de slag. Maar het tekenen zat hem in het bloed, en Herman Hertzberger zorgde dat hij toch op de Academie van Bouwkunst werd aangenomen. Nog vóór hij daar klaar was, vond hij in 1965 werk bij Aldo van Eyck. Dat was het begin van bureau Van Eyck en Bosch, dat twintig jaar lang de idealen propageerde die Van Eyck al veel langer hoog hield: rijk gevarieerde, humane omgevingen, als 'contravorm van het gemoed'. Buurten naar menselijke maat dus, en dat in een tijd dat schaalvergroting onontkoombaar leek, de Bijlmermeer in aanbouw was, en de politiek streefde naar suburbia.

Eén van de drie Bonasdeeltjes behandelt de tijd bij Van Eyck. Hier vond Bosch zijn roeping als strijdbare stadsvernieuwer. Hij bleek volstrekt onmisbaar toen het bureau werd betrokken bij de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt. De gemeente wilde deze buurt volledig saneren en schreef daarvoor een stedenbouwkundige prijsvraag uit. Van Eyck en Bosch deden mee - maar gaven aan dat ze aan de uitvoering van hun plan nooit mee zouden werken.

Deze wonderlijke constructie werkte als een koevoet: nadat hun plan door de gemeente was verkozen, ontpopte Bosch zich als een onverzettelijke belangenbehartiger van de buurtbewoners. Op een gegeven moment was hij de enige architect die de stad uit een hopeloze impasse kon redden. Hij stelde de aanpak voor die uiteindelijk is gerealiseerd, waarbij de metro wel werd aangelegd maar het buurtkarakter werd behouden.

Bosch' mooiste werk ontstond nadat de samenwerking met Van Eyck beëindigd was. Dat gebeurde abrupt, in 1984, na een conflict over Bosch' grootste bouwwerk: de Letterenfaculteit van de Universiteit van Amsterdam. Bosch sloeg als zelfstandig woningbouwarchitect nu echt zijn vleugels uit. Het derde deel van de Bonas-uitgave toont uitsluitend werk uit die periode: de Sijzenbaan in Deventer met zijn ranke witte blokken, de Tussenstrook in Den Haag met zijn autovrij binnenplein, de Amsterdamse Houtmankade - alle schitterende projecten die de samenhang van een stad versterken.

Vooral de kleurrijke schetsen tonen de actuele waarde van dit erfgoed aan: het zijn 'niet hoogdravende gebouwen' die zich goed gedragen in hun omgeving. Bosch zei het zo: 'levenwekkende organen.'

Meer over