Interview

DBC Pierre maakt zich zorgen over de macht van Big Tech: ‘We raken veel te snel aan alles gewend’

DBC Pierre: ‘Ik ben ervan overtuigd dat de komedie de enige vorm is waarmee je tragische gebeurtenissen echt op een respectvolle wijze kunt beschrijven.’ Beeld Tom Oliver Lucas
DBC Pierre: ‘Ik ben ervan overtuigd dat de komedie de enige vorm is waarmee je tragische gebeurtenissen echt op een respectvolle wijze kunt beschrijven.’Beeld Tom Oliver Lucas

Hoe schrijft de schrijver? DBC Pierre merkt dat Big Tech ons steeds meer in zijn greep krijgt, maar niemand lijkt zich er druk om te maken. In zijn nieuwe roman wil hij laten zien waartoe dat kan leiden. Met veel inktzwarte humor, uiteraard.

‘Eigenlijk had ik een boek over drugs in gedachten toen ik aan Ondertussen in Dopamine City begon. Maar als ik schrijf, vind ik het altijd moeilijk de echte wereld buiten mijn boeken te houden. In dit geval werd ik tijdens het schrijven voortdurend achtervolgd door de steeds opdringeriger wordende technologie om mij heen. Door mijn mobiel, waarop sociale media je kleine beloningen geven in hun gevecht om informatie: toegang tot een site of een app als je dit of dat over jezelf vertelt. Zo ontstond uiteindelijk toch een boek waarin een drug de hoofdrol speelt: dopamine, het geluksstofje dat in je hersenen wordt aangemaakt wanneer de cyberworld je een beloning geeft.’

DBC Pierre maakt via de Zoomverbinding vanuit zijn woning in Cambridgeshire een zowel vriendelijke als geagiteerde indruk. Hij praat graag over het onderwerp dat hem de laatste vier jaar heeft beziggehouden, maar het is duidelijk dat het hem tevens verontrust.

Zijn nieuwe, vierde roman is, zoals altijd bij Pierre, een mengeling van diepe ernst en inktzwarte humor. Het boek vertelt het verhaal van de 36-jarige weduwnaar Lonregan Cush en zijn kinderen Egan (12) en Shelby-Ann (9). Lonny, zoals hij meestal wordt genoemd, was tot voor kort werkzaam bij het lokale rioleringssysteem van een fictieve gemeente, geïnspireerd op plaatsen in de VS of Australië, maar is door de opkomst van robot-ontstoppers (‘kroko’s’) werkloos geworden.

Op digitaal gebied behoort hij tot de ‘laatste der Mohikanen’, een Don Quichot die geen mobiel heeft en strijdt tegen de uitwassen van de moderne technologie. Begrijpelijk: die heeft hem zijn baan gekost. Dit brengt hem voortdurend in conflict met zijn kinderen, vooral met de vroegwijze, scherpgebekte Shelby-Ann, een van Pierres gedenkwaardiger literaire creaties.

De boodschap van zijn roman: Big Tech is bezig ons leeg te zuigen en verslaafd te maken, maar niemand lijkt daar zorgen om te maken.

DBC Pierre: ‘Alcohol leidt me af van het schrijfproces. Maar schrijven met een kater werkt fantastisch.’  Beeld Tom Oliver Lucas
DBC Pierre: ‘Alcohol leidt me af van het schrijfproces. Maar schrijven met een kater werkt fantastisch.’Beeld Tom Oliver Lucas

Hoofdpersoon Lonny heeft weliswaar niet ‘onder een steen’ geleefd, maar als rioleringswerker heeft hij wel een groot deel van zijn leven ondergronds doorgebracht. Mogen we dat symbolisch opvatten?

‘Haha, ja. Ik wilde met Lonny een doodgewone, niet-intellectuele figuur scheppen. Tijdens het schrijven besefte ik dat het een goed idee was hem ondergronds te laten werken, zodat hij een beetje zou achterlopen op de ontwikkelingen boven.

‘Wat mij verontrust, is dat we zo ontzettend snel aan alles gewend raken. We maken ons aanvankelijk even druk over een dramatische ontwikkeling, maar na een paar weken beschouwen we die als normaal en gaan we verder met ons leven. Dat is natuurlijk een evolutionair overlevingsmechanisme, maar ook een probleem. Door de jaren heen hebben regeringen dat verschijnsel steeds gebruikt. Wanneer zij een schandaal veroorzaken, zeggen ze: we gaan een onderzoek instellen naar dit schandaal. Dat onderzoek duurt vervolgens drie jaar. In die tijd kan er niet over het probleem worden gesproken, want het wordt nog onderzocht. En als de uitslag van het onderzoek bekend is, kan het niemand meer iets schelen, want het is alweer zo lang geleden en er zijn ondertussen alweer acht andere schandalen geweest.

‘Dat menselijke verschijnsel fascineert me. En het is nergens duidelijker dan op dit moment in onze communicatietechnologie. Die is op zichzelf geweldig, maar we hebben nauwelijks aandacht voor wat erachter schuilgaat.’

De wereld die Pierre in Dopamine City beschrijft, wordt gedomineerd door het technologiebedrijf Octagon. Het is een werkelijkheid die regelmatig aan afleveringen van Black Mirror doet denken, compleet met sociaal-kredietsystemen, een meedogenloze jacht op persoonlijke informatie, spionerende drones en een ‘anime-godheid-mentor-vos’ die mensen leert hun levensritme aan te passen aan de nieuwe technologie. Tijdens zijn werk aan het boek moest de schrijver meermaals vaststellen dat door hem verzonnen technologische en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen inmiddels echt waren gebeurd.

Zo is het door Pierre opgevoerde, 16 miljoen dollar kostende verjaardagsfeest van een speelgoedvlogger nauwelijks nog ‘absurdistisch’ te noemen. Is zo’n feest er inmiddels niet allang geweest? Elders in het boek wordt de lezer geconfronteerd met nieuwsfeeds over ‘wetenschappelijk onderzoek’ waaruit blijkt dat bierdrinken mensen minder agressief maakt, gunstig is voor de menopauze en tot meer nadenken leidt. Waarna diezelfde (of andere) feeds verderop in het boek juist het tegenovergestelde beweren. Leve de informatiemaatschappij!

Als Lonny onder de druk bezwijkt en uiteindelijk toch een mobiel aanschaft, verandert de roman van vorm en krijgt de lezer twee tekstkolommen gepresenteerd. De linkerkolom vertelt het verhaal van Lonny en de zijnen, de rechter- bestaat uit een continue nieuwsfeed, afkomstig van de sociale media die Shelby-Ann volgt.

‘Anderhalf jaar geleden had ik het boek bijna af. Ik had het gevoel dat het de essentie van deze tijd bevatte. Tegelijkertijd vond ik dat ik gezondigd had tegen het principe van show, don’t tell. Ik vertelde wel wat er gebeurde, maar liet daar te weinig van zien, zodat de lezer niet echt betrokken raakte. Bovendien realiseerde ik me dat het verhaaltempo enorm omhoog moest gaan op het moment dat Lonny eindelijk besluit een mobiele telefoon aan te schaffen. Want dat is wat zo’n ding met je leven doet. Ik heb een aantal dingen uitgeprobeerd, maar uiteindelijk bleek het idee van twee kolommen het best te werken. Het versterkt het gevoel van versplintering dat sociale media teweegbrengen. Wel heb ik erop gelet dat het verhaal in de linkerkolom goed te volgen blijft, zonder dat je per se de nieuwsfeed in de rechterkolom hoeft te lezen.’

Maar als je ze allebei leest, heeft dat beslist een meerwaarde. De dubbele verhaalstroom benadrukt nog eens hoezeer sociale media ertoe bijdragen dat we voortdurend met een hele reeks door elkaar lopende werkelijkheden worden geconfronteerd.

‘Iemand gebruikte voor sociale media eens de term weapons of mass distraction (‘wapens die massale afleiding teweegbrengen’), en zo is het. Naast de wereld om ons heen leven we ook in die volstrekt abstracte wereld. Mijn favoriete personage in het boek is de Nederlandse wetenschapper Cornelia Roos. Zij zegt: wij mensen zijn geen multitaskers, ons brein is niet geschikt om te multitasken.’

In de feed komt op een gegeven moment een studie ter sprake die wijst op een revolutionaire nieuwe methode om problemen op te lossen: mono-tasking.

‘Dat is afkomstig uit een echt nieuwsbericht! Onderzoek heeft uitgewezen dat alles veel beter gaat als je één ding tegelijk doet, en pas aan het volgende begint als je daarmee klaar bent. Het werd gepresenteerd als een wetenschappelijke doorbraak! Mijn broek zakte af toen ik dat hoorde.

‘Toen ik mijn boek schreef, had ik The Age of Surveillance Capitalism van Shoshanna Zuboff nog niet gelezen. Zij is sociaal-psycholoog en doceerde aan de Harvard Business School. In haar boek beschrijft ze hoe grote technologiebedrijven gebruikmaken van consultancybureaus als Deloitte en hun tientallen miljoenen betalen om ervoor te zorgen dat wij de wereld die Big Tech voor ons heeft gecreëerd normaal gaan vinden. Inmiddels is het zover dat wij het als een natuurlijke gang van zaken zien dat sociale media ons gedrag volgen, onze data in hun algoritmes verwerken en aan anonieme corporaties verkopen. Dat is vreselijk bedreigend en het is een kwestie van tijd voordat het wordt gebruikt om een steeds grotere controle over ons te krijgen. Maar niemand ziet dat als een probleem.’

DBC Pierre: ‘Big Tech heeft de jongere generatie volledig in zijn greep en steeds minder mensen lijken te hechten aan het idee van zelfbeschikking.’ Beeld Tom Oliver Lucas
DBC Pierre: ‘Big Tech heeft de jongere generatie volledig in zijn greep en steeds minder mensen lijken te hechten aan het idee van zelfbeschikking.’Beeld Tom Oliver Lucas

Lonny’s eigenzinnige, grofgebekte, vroegwijze, 9-jarige dochter Shelby-Ann is een nachtmerrie, maar tegelijk een schitterende figuur. Zij gebruikt onder meer de erotische term teabagging, die ik eerlijk gezegd heb moeten opzoeken.

‘Shelby-Ann is gebaseerd op de dochter van een vriend van me: een meisje met een ongelooflijk grote mond dat overal een antwoord op heeft. Naar mijn indruk is de houding van de jongste generatie totaal anders dan die van twintig jaar geleden, en al helemaal anders dan toen ik jong was. Mijn ouders hadden mij alle hoeken van de kamer laten zien, als ik me als kind had gepermitteerd wat nu heel gewoon lijkt te zijn.

‘Toen ik Shelby-Ann bedacht, heb ik het taalgebruik van dat meisje genomen en haar vervolgens een volwassen stem gegeven, die volledig aansluit bij de boodschappen die je bloggers de wereld in ziet smijten. Wat ik wilde uitdragen, is dat het begrip kind-zijn helemaal niet meer bestaat, en daarmee bestaat de positie van de ouder als gezagsdrager ook niet meer.’

Is uw boek bedoeld als waarschuwing, of is het al te laat?

‘Ik vrees dat het te laat is. Big Tech heeft de jongere generatie volledig in zijn greep en steeds minder mensen lijken te hechten aan het idee van zelfbeschikking. Er zijn smart dolls voor kinderen te koop die alle activiteiten in het huis registreren en naar Google doorsturen, dat de informatie vervolgens aan bedrijven verkoopt.

‘Terwijl consumenten hier geen probleem mee lijken te hebben, maken de pioniers uit de hightechwereld zich grote zorgen. Ik las laatst een interview met de ingenieur die de ‘like-knop’ heeft uitgevonden: een belangrijk medium om menselijk gedrag te registreren en controleren. Ook las ik over de man die het pushnotificatiesysteem van Google heeft bedacht. Allebei vinden ze het verschrikkelijk wat er met hun uitvindingen is gebeurd. Zelf verbieden ze hun kinderen een smartphone te gebruiken. ‘Ik begrijp niet dat dit niet elke dag voorpaginanieuws is’, zei een van hen.’

U staat bekend als een soepel, dikwijls uitbundig stilist. Komt dat vanzelf of gaat het gepaard met veel schrappen en herschrijven?

‘Dat laatste, helaas. Het gebeurt me voortdurend dat ik al schrijvend niet verder kom, omdat ik vind dat het ritme van een passage niet klopt. Dan moet ik terug in de tekst en opnieuw aan het werk. Toen ik net begon met schrijven, maakte ik eerst een ruwe versie van het hele boek, die ik vervolgens ging bijschaven. Bij dit boek kon ik niet verder naar de volgende alinea als de vorige niet klopte. Dat is een veel tragere manier van werken, die ik niemand kan aanbevelen. Maar ik moest wel: er moest ‘muziek’ in de taal zitten.’

Is dat een goede omschrijving van uw stijl: muzikaal?

‘Misschien wel, maar ik moet er hard voor werken. Zo hard dat ik hele passages van mijn boek uit mijn hoofd ken, omdat ik ze zo vaak onder handen heb genomen.’

Waarop Pierre zonder te spieken een reeks passages uit zijn boek reciteert, waaronder een zin die volgens hem het juiste, rapachtige ritme heeft en in het Nederlands als volgt klinkt:

‘Diane had hem in zijn droom gesterkt, had hem steeds bemoedigd door haar zorgeloze jaren van sarongs en winddoorgolfde haren te prolongeren op de klank van zijn getokkel.’

‘Nu ik erover nadenk, zou ik eigenlijk naar een rapschool moeten gaan.’

Het onderwerp van Dopamine City is serieus, maar het boek is ook vaak hilarisch. U heeft wel gezegd dat komedie gekatapulteerde tragedie is. Kunt u dat nader verklaren?

‘Ik schrijf dikwijls over buitengewoon tragische zaken, maar de menselijke psyche zit zo in elkaar dat we, als de ellende op zijn hevigst is, alleen nog maar kunnen lachen. Huilen en lachen tegelijk is iets heel menselijks om te doen. Door op een moment van diepe ellende ruimte te maken voor humor, maak je de weg vrij voor een ander perspectief. Je katapulteert jezelf, en je gevoelens, naar een ander niveau.

Vernon God Little schreef ik naar aanleiding van een schietpartij op een middelbare school. Als ik voor een puur tragische benadering had gekozen, was dat boek een vorm van exploitatie geworden. Ik ben ervan overtuigd dat de komedie de enige vorm is waarmee je tragische gebeurtenissen waarlijk op een respectvolle wijze kunt beschrijven.’

null Beeld Tom Oliver Lucas
Beeld Tom Oliver Lucas

Ik begrijp dat u vooral ’s nachts schrijft?

‘Ik ben van nature een nachtmens. Dat rechtvaardig ik voor mezelf met het argument dat de stilte en eenzaamheid van de nacht bevorderlijk zijn voor het schrijven. De uren tussen middernacht en het ochtendgloren, als de lucht wordt bezwangerd door de dromen van alle slapende mensen, zijn magisch. En natuurlijk volgt bij daglicht het herschrijven.’

Twee grote Nederlandse schrijvers die allebei de nodige ervaring hadden met alcohol, Simon Carmiggelt en Gerard Reve, waren van mening dat schrijven onder invloed niet veel oplevert, maar schrijven met een kater des te meer.

‘Dat kan ik voor honderd procent bevestigen! Ik zou willen dat ik tegelijk kon drinken en schrijven, want als ik dronken ben, heb ik vaak geweldige ideeën. Zo voelt het in elk geval. Maar alcohol leidt me af van het feitelijke schrijfproces. Met een kater schrijven werkt daarentegen fantastisch. Het maakt je rustig en geeft je, laat in de middag, een gevoel van dankbaarheid dat je er nog bent. Het is een soort terugkeren uit de dood, iets wat je met een enorme vreugde en levenslust vervult. Dat helpt, want ik ben gedurende het grootste deel van het schrijfproces hoogst ongelukkig met het resultaat. Pas na vele, vele malen herschrijven begin ik erin te geloven.’

Zijn er bij het schrijven van Ondertussen in Dopamine City momenten geweest dat u dacht dat het niet meer goed zou komen?

‘Aan wanhoop geen gebrek, maar voor mij geldt dat als ik eenmaal honderd pagina’s heb geschreven, er geen weg terug meer is. Mijn definitie van een schrijver is: iemand die niet opgeeft. Als ik aan een boek begin, zeg ik tegen mezelf, in de stijl van Charles Bukowski: over drie weken moet het af zijn. Na drie weken geef ik mezelf nog een extra week. En daarna opnieuw, totdat het boek jaren later af is.’

null Beeld Podium
Beeld Podium

DBC Pierre: Ondertussen in Dopamine City. Uit het Engels vertaald door René Kurpershoek. Podium; 432 pagina’s; € 25.

Wie is DBC Pierre?

DBC Pierre werd in 1961 geboren als Peter Warren Finlay in het Australische Old Reynella. Vanwege het beroep van zijn vader, die voor de Verenigde Naties werkte, bracht hij zijn jeugd door in onder meer de VS en (vooral) Mexico. Zijn ouders waren vaak afwezig en de jonge Peter leidde een nogal losgeslagen bestaan, waarin feesten, drank en drugs een grote rol speelden. Toen het gezin, als gevolg van een grote devaluatie in Mexico, zo goed als failliet ging, bracht Peters levensstijl hem in financiële problemen en raakte hij betrokken bij criminele praktijken.

Nadat hij was afgekickt en zijn leven weer op de rails had, kreeg hij van vrienden de bijnaam ‘Dirty But Clean Pierre’. Toen zijn debuutroman Vernon God Little in 2003 werd bekroond met de Booker Prize, was Pierre – zoals hij zichzelf voortaan noemde – in staat zijn schulden af te lossen en een normaal bestaan op te bouwen. Hij publiceerde de romans Ludmila’s Broken English (2006), Lights Out in Wonderland (2010) en Breakfast with the Borgias (2014). Na een periode in Ierland woont hij nu in Cambridgeshire, Groot-Brittannië.

Meer over