Achter het boekDavid Mitchell

David Mitchell: ‘Ik kan zó jaloers zijn op musici’

Hoe schrijft de schrijver? Het liefst was David Mitchell er zelf bij geweest, eind jaren zestig, toen de popmuziek zó geweldig was. Dus leerde hij piano en gitaar spelen en schreef de muziekroman Utopia Avenue. Komt een heel eind in de buurt. 

David Mitchell: ‘De eerste versie wordt troep, dat weet je. Maar je moet weten wát er niet werkt om verder te komen.’Beeld Bríd O'Donovan

‘Jullie zeggen vleermuis. Dat is zo’n prachtig woord. Zo compleet kloppend: een fladderende muis.’

David Mitchell (51) houdt van woorden, metaforen, namen.

Hij praat graag over ze: uitspreken, proeven, horen hoe ze vallen, zinnen verzinnen, hardop nadenken.

Nostalgie: bestaat er ook antinostalgie?

Fernweh is de tegenhanger van Heimweh! Farsickness tegenover homesickness.

Cliché is een onomatopee, want zo klonken eendere lettercombinaties bij de Franse drukker – echt: klie-sjee!

Een wesp op een picknick van de kalme geest: vijfsterrenmetafoor, helemaal niks mis mee.

Schrijven is als vooruitdenken bij schaken. Creëren is als routezoeken op een plattegrond.

‘Ik wil even zeggen hoe fijn het is om tijd te spenderen aan woord-nerdery. Is woord-nerdery niet geweldig? En is etymologie niet prachtig?’

Wie is David Mitchell?

David Mitchell (1969) stond in 2007 op de Time-lijst van de honderd invloedrijkste personen ter wereld. Dat was geen kattenpis voor de literatuur, want Mitchell schrijft boeken die spelen met stijlen, experimenteren met vormen en dwars door eeuwen heen reizen. In 2004 werd zijn roman Cloud Atlas een bestseller en de winnaar van de Booker Prize. Ook in Nederland rees zijn faam. In 2012 verscheen de verfilming van de regisseurs die ook The Matrix verfilmden. Zijn volgende roman was het prachtige, dit keer ingetogen Black Swan Green. Daarna verscheen de historische roman De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet, die zich afspeelt in de Nederlandse handelspost Dejima. In zijn volgende romans speelde fantasy een grotere rol. Utopia Avenue is een echte muziekroman of, om nog een subgenre toe te voegen: een bandroman.

David Mitchell is te gast op het International Literature Festival Utrecht (ILFU), dat plaatsvindt van 25 september tot en met 3 oktober. Voor kaarten en meer informatie: ilfu.com

Nadenken is als een feest!

Onderzeese internetkabels transporteren hem naar het Europese continent. Warm strijklicht op zijn gezicht. Thuis in zijn werkkamer aan de Ierse zuidkust buigt David Mitchell zich urenlang geconcentreerd en vol interesse naar de computer. Zo iemand als David Mitchell zie je zelden. Hij schijnt dit interview te beschouwen als een uitnodiging om op zoek te gaan naar hoe de wereld op dit moment kan worden benoemd: hoe kunnen we hier en nu uitdrukken wat schoonheid is, hoe slagen we erin te definiëren wat écht van belang is en zin geeft aan het bestaan?

‘Misschien zijn we…’

‘Zouden we…’

‘Waarom zijn eigenlijk…’

‘O, we kunnen ook…’

Alles zoekend uitgesproken, met zachte en warme stem. De vreugde van het formuleren is soms zo groot dat hij een Alice in Wonderland in het lexicon wordt. Het gesprek is een ontdekkingstocht, met als beloning een lucide combinatie van uitputting en nieuwe inspiratie.

Maar allez! We gaan het hebben over zijn nieuwe: Utopia Avenue, een heerlijke, van enthousiasme druipende, overvolle, bontgekleurde, overstuurde, komische, ontroerende, tedere, historische én futuristische, klassieke én fantasyroman. Om gelijk ook zijn eigenzinnige oeuvre te duiden, kan nog worden toegevoegd: de boeken van David Mitchell pingpongen tussen de klassieke roman en het experiment, ze zijn goed los te lezen en verwijzen tevens naar elkaar en naar een universum dat zich over millennia uitstrekt.

Dit nieuwe boek noemt hij een muziekroman: in 1967 vormt de band Utopia Avenue zich met een mengsel van pop, folk en psychedelische rock. De leden betreden de wereld van de nieuwe popmuziek en ontmoeten ene David Bowie op een trap, Brian van de Rolling Stones die zo stoned is als een garnaal, Rod die er steeds met de mooiste meisjes vandoor gaat, John Lennon, Janis Joplin, Jimi Hendrix, Frank Zappa, Leonard Cohen, maar ook Lucian Freud.

Beeld Bríd O'Donovan

Waarom heeft u die tijd gekozen?

‘De muziek was toen zó geweldig. Het was een bijzonder moment: achttien maanden lang opende zich een raam naar nieuwe mogelijkheden en kon je er iets utopisch door zien. Ik heb het niet zelf doorleefd, maar een roman is een tijdmachine waarmee je er kunt zijn, op die straten en bij die gigs, het is het dichtstbij dat ik er kan komen.’

Wat is de oorsprong?

‘Er is zelden een oorsprong. Bij mij is het als bij een rivier: die heeft meerdere oorsprongen. Een beekje hier, wat water langs een rots daar, nog een stroompje.’

Er was natuurlijk de interesse voor muziek.

‘Ik denk dat muziek de eerste kunstvorm is die we tegenkomen. In de baarmoeder luisteren we al naar de hartslag van onze moeder en onze eigen opkomende hartslag. Ze zijn als de bas, de ritmetrack, het begin van ons, van hoe en wat we zijn. Je brein heeft een innerlijk oor en kiest als een radio steeds tracks, soms een nummer, soms iets abstracters. Ik denk dat muziek de laatste kunstvorm is die we horen met ons innerlijk oor. Muziek zal het laatste zijn. Pure speculatie, hoor!’

Bent u jaloers op muzikanten?

‘Nou! Zij krijgen directe respons. Op het podium zien ze hoe het publiek hun kunst consumeert op het moment dat ze die maken. Ik zie nooit of mijn huiswerk wordt goedgekeurd. Musici kunnen dat zien – de etters!’

En muzikanten kunnen onderling woordloos communiceren.

‘Yeah, twee dansers op een podium die naar elkaar kijken als het goed gaat… Je zíét ze allebei denken: het is fucking geweldig wat wij maken – misschien hebben de Duitsers er een woord voor?’

Beeld Bríd O'Donovan

Een schrijver heeft wel de behoefte zijn werk direct te delen?

‘Soms, als je die ene prachtige zin maakt en er is níks mis mee. Zelfs je ergste vijand, degene die jou het meest haat op de wereld, zal je blijven haten maar kán die zin niet bekritiseren. Hij is niet opzichtig, niet te kort, niet te bot, niet zelfingenomen. Het is een soort toevallige poëzie. Zoiets moois om te voelen, maar niemand met wie je dat gevoel kunt delen… Muzikanten hebben dat wel! Heb je de Queen-biopic gezien? Roger Taylor en John Deacon wisselen daar een blik uit, zo van: het doet er helemaal niet toe wat Freddie en Brian doen, wij zijn de ritmesectie en wij nailen het.’

Speelt u een instrument?

‘Ik heb piano en gitaar leren spelen als research voor dit boek, en ik ben een beetje verliefd geworden op de piano. Je hebt geen expertise nodig om een aardig geluid voort te brengen. Op een saxofoon moet je eerst maanden oefenen, maar de piano is genereus en zegt ook tegen beginners: kom maar en speel eens wat, het klinkt best aardig.’

Moest u muziek leren spelen om erover te schrijven?

‘Ik moest weten wat ik niet wist. Wat maakt een scène authentiek?’

Nou?

‘Het antwoord is: er zijn dingen in een scène die alleen je personage kan weten: stukjes insidekennis, feiten, zintuiglijke waarnemingen. Je moet gitarist zijn om te weten dat het eelt op je vingertoppen je gereedschap is en je het moet onderhouden. Als het niet in de juiste conditie is, zul je je vinger openhalen en bloeden op je toets. Alleen gitaristen zijn zich van zoiets bewust. Ik had een woord nodig voor die kennis, dus heb ik er een uitgevonden: het zijn iwaths.

Eye-wats?

‘Nee, een iwath. Een acroniem voor ‘I was there’. Ik leerde gitaar en piano spelen om iwaths te oogsten. Je hebt er zo’n drie nodig in een scène. Meer wordt opzichtig, dan is de research te duidelijk. maar helemaal geen iwaths is ongeloofwaardig.’

De bandleden, de hippietijdgeest: iedereen in Utopia Avenue is aan het creëren.

‘Artistieke creativiteit, die nog zichtbaarder is bij muziekmaken, is het grondthema van het boek en van mijn menszijn. De schrijver Neil Gaiman werd een keer gevraagd: waar komen uw ideeën vandaan? Zijn antwoord was het beste dat ik ooit heb gehoord. Hij zei: dat is de enige vraag die echt belangrijk is en de enige die ik niet kan beantwoorden.’

Hoe begint u met schrijven? Maakt u een schema?

‘Het gaat rommelig. Ik begin in een schrift met ideeën van jaren geleden. Ach, je moet gewoon beginnen, wetend dat je eerste versie toch troep wordt. Wetend dat je na vijftig of zestig pagina’s zult denken: dit werkt niet. Maar je moet weten wát er niet werkt om te weten hoe het wel moet en waar het over gaat. Het gaat misschien om het verzamelen van ruw materiaal…’

Ah, een metafoor.

‘Ja, ja! Je gaat naar de bouwmarkt en je koopt allerlei spullen en sommige ervan ga je gebruiken en sommige ervan niet. Je gaat verkeerd om later goed te gaan.’

Hoe ziet uw werkdag eruit?

‘Ik schik mijn werkdag om mijn verantwoordelijkheden als vader en partner. Ik denk dat ik blokken tijd uitonderhandel met mijn vrouw. Het is erg geïmproviseerd. Ik zit niet om 8 uur ’s ochtends achter mijn bureau. Er bestaat nagenoeg geen grens tussen werken en niet-werken.’

Schrijft u ’s avonds anders dan overdag?

‘Ik heb geen verschil opgemerkt.’

Schrijft u met muziek op?

‘Ik heb muziek nodig om te beginnen met schrijven. Instrumentaal of gezongen in een taal waarvan ik de woorden niet ken.’

David Mitchell: ‘Ik zie nooit of mijn huiswerk wordt goed­gekeurd. Musici hebben dat wel – de etters!’Beeld Bríd O'Donovan

Herinnert u zich dat u schrijver besloot te worden?

‘Ik herinner me dat ik een gedicht schreef in mijn slaapkamer toen ik een jaar of 12 was. Ik begon in de middag en belandde in een tijdsverschuiving: opeens was het donker en kon ik niet meer van het papier lezen. In mijn herinnering was het zomer en moet ik zo’n zes uur bezig zijn geweest aan dat ene gedicht. Ik was in een meditatieve staat gekomen. Soms krijg je diezelfde staat als je aan het tuinieren bent. De tijd schakelt in een andere versnelling. Je raakt zo geabsorbeerd door het maken van de juiste zin, het verplaatsen van woorden, het bedenken van betere woorden.

‘Zes uur werden teruggebracht tot twintig minuten: het was een teken dat dit mijn roeping was.’

Toen begon het?

‘De echte stap kwam toen ik 25 was en ik in Japan werkte als docent Engels. Ik dacht: ik ben mogelijk getalenteerd, ik heb affiniteit met taal, maar daar heb ik niets aan, zoveel mensen zijn getalenteerd. Je hebt talent nodig én discipline. Irritante schoolmeesters hebben gelijk: zonder discipline kun je zo getalenteerd zijn als je wilt, maar zul je altijd blijven onderpresteren.’

Dus…

‘… heb ik de televisie weggedaan, ben ik gestopt met uitgaan en ben ik elke nacht gaan schrijven. Toen ik begreep waarom het resultaat niet goed was en waarom geen enkele uitgever mij Willy Wonka’s gouden toegangskaart voor de berg van fortuin stuurde, kon ik dat gebruiken voor mijn volgende boek, wat mijn debuut werd.’

Waarom kennen uw boeken zo veel dwarsverbanden?

‘Eerst deed ik dat omdat het leuk is om te doen, want er is de vreugde van de herkenning. Reden twee: het zijn steeds gratis achtergrondverhalen en ik sla geen gratis dingen af.

‘De uitdaging is het boek ook te laten werken voor iemand die niets anders heeft gelezen – dat is de belangrijkste opdracht die ik mezelf stel.’

Er zitten ook veel verwijzingen in naar buiten uw boeken: grapjes over bestaande muzikanten, de namen van uw – uitstekende – Nederlandse vertalers Harm en Niek, en nog veel meer.

‘Derde reden: toen ik als kind voor het eerst verliefd werd op fictie, werd ik vooral verliefd op de schaal ervan: op de schaal van Tolkiens Middle-earth, van Isaac Asimovs Foundation-boeken, de schaal van Ursula Le Guins Earthsea-boeken. Zo enorm! Het was alsof ik een kathedraal binnenliep: wauw! Tegelijk ben ik geïnteresseerd in kort bestaande bubbels in de geschiedenis van de menselijke ervaring. Bijvoorbeeld Dejima, die Nederlandse handelspost van de VOC in Japan: klein en begrensd in tijd en ruimte. Het überboek dat al mijn boeken overkoepelt, mijn meta-universum, laat me beide doen: iets enorms maken én iets specifieks beschrijven.’

Dat was nummer drie. Waren dat alle redenen voor al die verwijzingen?

‘Reden nummer vier: de boeken bouwen op naar iets groots. Het is een spel in de stijl van De verzamelde avonturen, het zijn puzzelstukjes van een game. Ik weet niet wat de regels zijn, wat de tekens en signalen zijn, noch wat de prijs is, maar het bouwt naar íéts toe… Misschien, als ik lang genoeg zal leven, zal ik het slot schrijven.’

Beeld Bríd O'Donovan

U bent als een ontdekkingsreiziger in een wereld die u zelf creëert, op zoek naar het einde.

‘Ik vind deze metafoor fijn.’

Er is een Wikipedia-achtige website waarop mensen alle verwijzingen verzamelen en uitleggen.

‘O, ik gebruik die! Als archief. Zij kennen mijn boeken beter dan ik. Ik ben ze erg dankbaar. Er zijn ook conferenties over mijn boeken. Ik mag daar seminars volgen bij academici van over de hele wereld, over mijn eigen boeken. Het is een vreemde eer om te mogen beleven.’

Er is zo veel om over te vertellen. Hij weet dat het te veel zal zijn voor het interview, maar toch vertelt hij over zijn autistische zoon, want zijn kennis van autisme is doorgesijpeld in Utopia Avenue. Net als Mitchells zoon heeft het personage Jasper de Zoet een vorm van emotionele dyslexie.

‘Er bestaan veel clichés over autistische mensen. Sommige kloppen, andere zitten er helemaal naast. Het cliché van vlakke emoties klopt niet, autistische mensen hebben net zulke complexe emoties als iedereen.’

Met het personage Jasper kon Mitchell de lezers een beetje meegeven hoe uitputtend de wereld voor een autist is.

Ook al zal het er allemaal niet in passen, toch wil hij vertellen wat hij over zijn boeken leerde van academici, van de filmmakers van The Matrix die zijn bejubelde roman Cloud Atlas verfilmden. Laat het interview in elk geval nog één ding vermelden over wat hij zelf heeft geleerd tijdens het schrijven: doseren! Dat leer je al doende.

‘Eén beeld per pagina is zo ongeveer het maximum. En het moet een vier- of vijfsterrenbeeld zijn. Als je niet kunt beslissen of het een drie- of viersterrenbeeld is: schrappen! Je wilt alleen metaforen van het niveau van de wesp op de picknick van de kalme geest. Beeldspraak van mindere kwaliteit trekt alles omlaag.’

O, en het állerlaatste: Nederland! Het land waarvoor hij een liefde koestert. Laat dat het besluit van het interview zijn: ‘Ik hou van het land, ik hou van de staat. Ik hou van de mensen die ik er heb ontmoet. Ik voel me thuis in jullie manier van denken. Ik bewonder de Nederlandse kalmte, het Nederlandse pragmatisme en de Nederlandse onverstoorbaarheid.’

Beeld Meulenhoff

David Mitchell: Utopia Avenue. Uit het Engels vertaald door Harm Damsma en Niek Miedema. Meulenhoff; 656 pagina’s; € 24,99.

Lees ook

Utopia Avenue  kreeg van Volkskrant-recensent Hans Bouman vijf sterren. ‘Het boek zit bomvol cameo’s en is weer ouderwets mitchelliaans genieten.’

Meer over