Interview

Dave Grohl maakte met de docu What Drives Us een ode aan touren: ‘Wie echt graag wil, zal nog altijd in zo’n busje stappen’

Slapen, eten, ruziemaken, scheten laten – alles doen bands in busjes. Dave Grohl besloot de stalen kooi te vereeuwigen in de documentaire What Drives Us. De Volkskrant sprak de frontman van de Foo Fighters. ‘Alles moet aan de kant als je verliefd wordt op spelen in een rockband.’

Dave Grohl in What Drives Us. Beeld
Dave Grohl in What Drives Us.

Iedere keer als Dave Grohl (52) uit het raam van zijn studio naar buiten kijkt, wordt hij bevangen door een gevoel van weemoed. Dat rode Ford-bestelbusje, zijn oude van, op de parkeerplaats, daar begon het wat hem betreft allemaal mee. ‘In dat busje deed ik met de Foo Fighters mijn eerste tour door de VS. Ik had ’m ooit verpatst, maar ik heb het busje teruggekocht, het oude barrel is veel te belangrijk voor me en maakt echt deel uit van mijn identiteit.’

Voor Grohl, ooit drummer in Nirvana en sinds 1995 frontman van de Foo Fighters, een van de grootste rockbands ter wereld, is het bestelbusje niet zomaar een relikwie. ‘Het is voor mij veel meer dan vier wielen en wat metaal erop, ik zie het als het fundament waarop mijn hele bestaan is gebouwd. En niet alleen dat van mij; alle grote rockbands zijn met zo’n busje begonnen.’

Toen hij daar thuis eens goed over nadacht, kwam het idee van een documentaire. ‘Iedere rockmuzikant van mijn generatie is met zijn band in zo’n busje door het land gereden. Lange tochten, met z’n allen opgevouwen tussen de bagage. Wat bezielde ons? Waarom was dit het mooiste wat we konden bedenken? Dat wilde ik in de documentaire What Drives Us onderzoeken’, zegt Grohl over de telefoon vanuit Los Angeles.

Van The Edge (U2) en Flea (Red Hot Chili Peppers) tot Brian Johnson (AC/DC) en Lars Ulrich (Metallica) halen rockers herinneringen op aan hun prille jaren in een rockband. Ze reizen inmiddels een stuk comfortabeler, maar hadden stuk voor stuk hun jaren in het busje niet willen missen.

‘Wat ons allemaal bindt, is dat muziekmaken een soort vlucht was. Het busje reed iedereen een parallel universum in. Weg van rotbaantjes, collegebanken, ruziemakende ouders. In de busjes begon het nieuwe leven.’

Voor Grohl was de rode Ford waarmee hij in 1995 met zijn Foo Fighters door de VS koerste niet het eerste busje. ‘Maar wel de belangrijkste.’ In 1994 kwam Nirvana-frontman Kurt Cobain door zelfdoding om het leven, de band was toen hard op weg om de grootste rockband ter wereld te worden. De wereldpers was naar Nirvana’s uitvalbasis Seattle gekomen.

‘Kurt was dood, Nirvana bestond niet meer, maar ik wilde door. Alleen bleef iedereen maar naar het verleden vragen, dat werd ik spuugzat. We moesten opnieuw beginnen. Foo Fighters moest geen voortzetting van Nirvana worden. Gewoon from scratch, alles opnieuw doen.’

Dus hup, met z’n allen het busje in en rijden maar. ‘Niet teren op het verleden, maar zelf nieuwe ervaring opdoen, dat was mijn devies. Ik weet nog goed hoe gelukkig ik was; met de jongens onderweg van het ene optreden naar het andere, weg van iedereen.’

Grohl windt er geen doekjes om. ‘Was ik toen niet in het busje gestapt, dan had ik hier niet zo gezeten. Niet om dramatisch te doen, maar om weer lol in het spelen te krijgen, moest ik gewoon weer naar North Dakota of Nebraska om een nieuw publiek voor mijn muziek te winnen.

‘En het grappige is dat veel van de artiesten die ik voor de camera heb gehad eenzelfde verhaal over noodzaak en onvermijdelijkheid hebben. Wat ons allen bindt, is dat we sinds we een jaar of 11 waren, verslingerd raakten aan rock-’n-roll. We leerden een instrument spelen, dat werd dan het wapen om je door alle tegenslagen heen te slaan en jezelf mee te onderscheiden. Alles moet aan de kant als je verliefd wordt op spelen in een rockband.’

Maar hoe groot de bands ook zijn geworden, niemand is ooit muziek gaan maken om daar rijk van te worden of om carrière te maken, zegt Grohl. Het busje dat ze van de ene bar naar het andere gruizige podium moest vervoeren was hun universum. ‘Je voelt je de koning te rijk als je alles hebt ingeladen en wegrijdt naar het volgende plaatsje. Slapen, eten, ruziemaken, scheten laten – alles deed je in het busje. En de beloning was iedere dag groot: een publiek dat voor jou komt en naar jouw muziek wil luisteren.’

De live-ervaring was misschien wel het hoofddoel van iedereen. Alle ontberingen werden vergeten als daar het contact met publiek was, al was dat nog zo klein in aantal.

Grohl draaide alle interviews voor de documentaire voordat begin vorig jaar de pandemie uitbrak. ‘Ik luisterde geamuseerd naar de verhalen over het touren en de ervaringen van het on the road zijn.’

Terwijl hij in de lockdown aan het monteren begon, ontdekte hij dat wat iedereen deelde niet alleen de zucht naar vrijheid was, maar meer nog de wens met hun muziek contact te leggen met het publiek. Het rock-’n-rollgevoel komt van twee kanten, hoorde Grohl in alle verhalen terug. ‘Wij zoeken contact met onze muziek, het publiek hoort ons niet alleen aan, maar gaat erin op, mits we goed ons best doen. Wij kunnen het publiek iets geven wat ze nergens anders krijgen, en hun blijk van waardering is waar wij het allemaal voor doen. Het livegevoel is iets unieks.’

En een gevoel dat artiest en publiek al heel lang moet missen. ‘Terwijl ik monteerde, werd ik steeds wanhopiger. Wanneer mogen we weer naar een fucking concert? Ik wil verdomme een optreden zien of doen.’

Duff McKagan en Slash van Guns N’ Roses in What Drives Us. Beeld
Duff McKagan en Slash van Guns N’ Roses in What Drives Us.

Concerten streamen is geen alternatief, weet Grohl inmiddels zeker. In de film komt het even ter sprake. Nu de technologie zo is gegroeid en je alles perfect in beeld kunt brengen, waarom zou je nog de moeite doen naar een concertzaal af te reizen? ‘Omdat je het publiek om je heen niet ziet of voelt. Voor een goed concert zijn twee dingen essentieel: de band moet in topvorm zijn, maar ook het publiek. Dat zijn voor mij gelijkwaardige grootheden. Ik werd in de montage echt een beetje sentimenteel toen ik tienduizenden mensen op festivals zag losgaan op onze muziek.’

Foo Fighters is een grote band, net als Metallica en de Red Hot Chili Peppers die in What Drives Us voorbijkomen. Maar, zoals in de docu door Lars Ulrich wordt aangekaart: veel nieuwe rockbands van die grootte zijn er de laatste twintig jaar niet bijgekomen. Is gitaarrock nog wel zo belangrijk in het popmuzikale spectrum?

‘Daar gaan we weer’, zegt Grohl een beetje geïrriteerd. ‘Al jaren krijg ik de vraag is rock-’n-roll dood? Ten eerste moet je mij dat niet vragen, want als de Foo Fighters op tournee gaan, staan we iedere avond voor een publiek van duizenden te spelen. Als ik al die fans uit hun plaat zie gaan, denk ik: hoezo dood?’

Bovendien, stelt Grohl, tegen het livegevoel dat een gierende gitaar of knallend drumstel kan bezorgen, kan geen laptop of computer op. ‘Pas als alle muzikanten tijdens concerten door hologrammen worden overgenomen, ga ik me zorgen maken.’

Maar ook voordat de pandemie uitbrak, kregen rockbands het steeds moeilijker om tournees in de VS rond te krijgen. Te weinig podia en toch ook te weinig publiek.

Grohl: ‘Nah, dat valt wel mee hoor. Wie echt graag wil, zal nog altijd in zo’n busje stappen, maar je moet wel alles zelf uitvogelen. Niemand die komt vragen of je wilt komen spelen, maar dat was in mijn tijd ook al zo. Rock-’n-roll bestaat al zeven decennia, die gaat echt niet dood. Er zullen altijd kids zijn die met hun gitaren herrie willen maken en daar zal altijd publiek voor blijven bestaan.’

En de beloning als het je met je band toch lukt, is groot, zegt Grohl. ‘Ik weet nog wel dat ik voor het eerst niet in de bus maar in een echt motel mocht overnachten. Of dat we ineens 10 dollar per dag aan eten konden uitgeven. Of dat we op een festival speelden en ineens bleek dat backstage het bier gratis was. Dat waren echt momenten van grote dankbaarheid.’

Maar in zo’n klein busje laat Grohl zich niet meer vervoeren met de Foo Fighters. ‘Ik word ouder en houd onderweg van een beetje comfort. Maar het gekke is dat als we ergens op een vliegveld aankomen, er altijd drie of vier wagens klaarstaan om ons te vervoeren. Dan stappen we toch met z’n allen in dezelfde bus, die andere blijven leeg. Ik houd van privacy op z’n tijd en hoef de jongens niet altijd om me heen, maar als je als band niet meer bij elkaar in het busje wilt zitten, kun je maar beter stoppen.’

De documentaire What Drives Us is te zien op Amazon Prime.

Moederskindjes

Vanaf vrijdag is op MTV de serie From Cradle to Stage te zien, gebaseerd op het gelijknamige boek dat Dave Grohls moeder, Virginia Hanlon Grohl, in 2017 publiceerde. In het boek tekent Grohl de ervaringen op van de moeders van popsterren met hun kinderen. In de docuserie die moeder en zoon Grohl maakten, komen onder meer Geddy Lee (Rush), Tom Morello (Rage Against the Machine) en Pharrell Williams voorbij.

Meer over