DagboekSimone de Beauvoir (1908-1986)

Dat is schrikken: Sartre heeft een flodderbaard

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Erik van den Berg
De eerste foto waarop Simone de Beauvoir en Jean-Paul Sartre samen staan uit juni 1929. Beeld Getty
De eerste foto waarop Simone de Beauvoir en Jean-Paul Sartre samen staan uit juni 1929.Beeld Getty

Brumath, 1 november 1939

De wekker loopt met een schel geluid af: ik spring mijn bed uit, de kou in, en loop naar het raam. Een grauwe ochtend: er is niemand op straat, op een paar soldaten na. Ik ben ongerust; ik vraag me af hoe ik Sartre moet waarschuwen, of ze me zullen tegenhouden (Beauvoir was uit Parijs gekomen om Jean-Paul Sartre te bezoeken, die als soldaat aan de Frans-Duitse grens was gelegerd, red.).

Er stoppen vrachtauto’s vlakbij: geluid van voetstappen, stemmen, er stappen mensen in. Ik kleed me gauw aan en loop naar de ­Taverne du Cerf: lange houten tafels, rieten stoelen, grote kachel; het is er nog heel stil.

Ik schrijf een briefje aan Sartre: ‘U hebt uw pijp laten liggen op het terras van de Cerf, hij ligt op u te wachten’, en ik ga de modderige straat op, ik steek een open terrein over en zie dan een groot modern gebouw van rode baksteen. Er staan soldaten voor, ik word er verlegen van maar ga er toch naartoe en vraag of ze mijn briefje kunnen bezorgen. ‘Dat moet een van die bureaukerels zijn’, zegt de soldaat stomverbaasd.

Ik ga nog even langs het hotel en als ik daarvandaan naar de Cerf loop, zie ik aan het eind van de straat het silhouet van Sartre: ik herken meteen zijn manier van lopen, maar hij heeft een afschuwelijke flossige baard die hem ­helemaal niet staat.

Simone de Beauvoir (1908-1986). Ingekort fragment uit Oorlogsdagboek. Vertaling Truus Boot. Agathon, 1991.

Meer over