‘Dat er is, is een wonder’ Salt of this sea

Alles is politiek in Salt of this sea. ‘De realiteit drong zich steeds op’.

Van onze medewerkster Floortje Smit

‘Hel.’ De Palestijnse regisseur Annemarie Jacir is niet bepaald het type dat er doekjes om windt. De draaiperiode van Salt of this sea was een logistieke nachtmerrie. Toestemming om te filmen kreeg ze zelden, reispapieren voor de Palestijns-Europese crew waren lastig en toen werd haar – nog voor de laatste scènes gedraaid waren – ook een visum geweigerd. Ze kon pas anderhalve maand geleden voor het eerst sinds twee jaar terug naar Ramallah. ‘Niemand ziet het, maar één scène is noodgedwongen in Marseille opgenomen. Het is een wonder dat Salt of this sea bestaat.’

Doorzettingsvermogen en inventiviteit kunnen Jacir niet ontzegd worden. Waar de 28-jarige de Israëlische acteurs voor haar film vandaan haalde? ‘Ik vond ze bij demonstraties. Het traangas vloog in het rond en ik stond daar maar te zoeken naar geschikte kandidaten. Als iemand gek genoeg is om in deze film te spelen, dan vind ik ze hier, dacht ik.’

Jacir kaart in haar filmdebuut een politiek gevoelig onderwerp aan: het recht op terugkeer. Soraya, een Palestijnse vrouw uit New York gaat naar Ramallah, vastbesloten een bestaan op te bouwen. Als haar gefantaseerde Palestina niet blijkt te bestaan, besluit ze – met hulp van de jonge Palestijn Emad – terug te pakken wat ooit van haar opa was. Ze is lomp, naïef en boos. Geen dialoog is zonder politieke lading.

‘Maar alles is toch ook politiek?’ aldus Jacir. ‘Er bestaan geen liefdesverhalen in Palestina zonder die achtergrond. En ik wil ook dat je haar niet alleen maar sympathiek vindt. Haar boosheid komt vanuit het conflict en vanuit haar karakter. Het belangrijkste van mijn film is dat Soraya leert om te gaan met de frustratie. Dat ze leert dat, hoewel mensen de omgeving kunnen controleren, ze geen macht uitoefenen over wat je voelt.’

Jacirs Salt of this sea is een ver doorgevoerde fantasie, waaraan documentaire fragmenten zijn toegevoegd. ‘De realiteit drong zich ook op tijdens het draaien. In een scène spreken twee orthodoxe joden Emad aan op straat met de vraag of hij joods is. Maar omdat we geen toestemming kregen om te filmen, moest er snel gedraaid worden. En ik had geen acteurs. Waren we bezig, werd Saleh Bakri écht aangesproken. Het gesprek ging zoals ik het gescript had.’

Jacir is een van de oprichtsters van Dreams of a Nation, een project dat de Palestijnse film wil promoten. ‘Het is niet erg dat Israëli’s films over ons maken – al vind ik ze vaak een lichte fantasieversie van de werkelijkheid. Het probleem is dat het voor Palestijnen zo moeilijk is om films te maken.’

Meer over