Boeken

Daniel Kahneman laat zien hoe je met zo min mogelijk ruis tot een oordeel kunt komen ★★★☆☆

Hoe kunnen we zo veel mogelijk ruis uitbannen bij het nemen van beslissingen? Het nieuwe boek van Daniel Kahneman en zijn coauteurs is rijk aan sprekende voorbeelden, maar niet zo spits als de bestseller Thinking, Fast and Slow.

null Beeld Floor Rieder
Beeld Floor Rieder

Op 9 september 1987 werd Ahold-topman Gerrit Jan Heijn vanuit zijn huis in Bloemendaal ontvoerd. De ontvoerders – de politie ging er tot het laatst van uit dat dit het werk was van een goed georganiseerde bende – eisten losgeld en stuurden een cassettebandje met de stem van Heijn als bewijs dat ze hem in handen hadden. Ondanks een uitgeloofde beloning van een miljoen gulden bleef de zaak acht maanden lang onopgelost.

Al snel begonnen er ook tips binnen te komen van paragnosten of van mensen die een helderziende droom over Heijn hadden gehad. Zijn inmiddels wanhopige familie vroeg de politie ook deze tips serieus te nemen. Commissaris Kees Sietsma weigerde dat. Bij de ontvoering van Freddy Heineken in 1983 hadden aanwijzingen van paragnosten alleen maar kostbare recherchetijd gekost. Een dreigend conflict met de familie wendde Sietsma tactvol af met het voorstel de tips door te spelen naar het Nederlands Instituut voor Toegepaste Parapsychologie. Daar ging een werkgroep aan de slag met de in totaal 1.953 tips die zouden binnenkomen.

Volgens de criteria die Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman en coauteurs Olivier Sibony en Cass Sunstein daarvoor aanleggen in hun boek Ruis bestonden de tips uit precies dat: ruis. De variatie en willekeur waren overweldigend.

Daniel Kahneman Beeld Getty
Daniel KahnemanBeeld Getty

De meeste tipgevers dachten dat Heijn nog in leven was. Hij zou zijn ontvoerd in een Mercedes (41 keer), een Opel (30), een Volvo (20) of in een van de andere 25 merken die werden genoemd. Heijn zou zich bevinden in het havengebied van Antwerpen, de Ardennen, de Bollenstreek, Ameland, Bergen aan Zee, Franeker, Purmerend en nog honderden andere locaties. Hij werd vastgehouden in een vrijstaand huis (201), een woonboot (131), een caravan of zomerhuisje (119), maar ook een bunker en een kerk werden genoemd. De politie deed op verzoek van de werkgroep dertien keer een locatieonderzoek, tevergeefs.

Een treffer?

In de tips werd gezocht naar ‘correspondenties’, overeenkomsten in aanwijzingen uit onafhankelijke bronnen. Een zo’n correspondentie was de Galgenberg, een heuvel op de Veluwe. Een paragnost had op het politiebureau van Haarlem op een gegeven moment ‘Galgenberg’ gezegd en een schetsje gemaakt van een heuvel met een galg. In een andere tip had iemand een plattegrond gestuurd met een pijl bij de Galgenberg. Heijn zou daar begraven liggen. Ook dit bleek ruis: de politie ging eropaf met honden, niets te vinden.

Met de arrestatie en bekentenis van Ferdi E. op 6 april 1988 werd duidelijk dat Heijn al op de dag van zijn ontvoering was vermoord. Hij lag begraven in een bos bij Renkum. De ontvoering was een eenmansactie, uitgevoerd in een Fiat Uno. Tot zover de forensische waarde van paranormale tips – zou je zeggen. Maar het onvermijdelijke gebeurde: de tip Galgenberg werd geclaimd als een treffer. Die lag immers maar 12 kilometer van het graf van Heijn. Er zó dichtbij zitten, dat kon toch geen toeval zijn?

De moord en de tips vormen samen een macabere illustratie van wat bekendstaat als het file drawer-probleem. Het is een inbreuk op wat in Ruis ‘beslissingshygiëne’ wordt genoemd. Zelfs al zou je de Galgenberg als een treffer accepteren, dan nog moet je weten uit welke verzameling van missers en treffers die ene treffer afkomstig is. Eén treffer tevoorschijn trekken uit een la waarin verder 1.952 missers liggen, is misleiding. Het is een probleem dat zich in alle wetenschappen voordoet. Er is ook een standaardremedie tegen deze praktijk: een nieuwe voorspelling eisen. Pas als die ene paragnost in een vergelijkbaar geval opnieuw slechts 12 kilometer van de vindplaats uitkomt, is er reden om je eens achter de oren te krabben.

Ruis verwijderen

Ruis is een verhandeling over treffers en missers in ons denken en handelen. Centraal staat de toetsbare voorspelling. De auteurs nemen dat begrip ruim: adviezen over beleggingen, schoolkeuze of uithuisplaatsingen vallen eronder, net als juryoordelen, schattingen van recidiverisico, diagnoses en interpretaties van röntgenfoto’s. Hun motto is ‘Uw hoofd is een meetinstrument’, hun missie is om te analyseren hoe je uit de oordelen waaruit die bij voorkeur kwantificeerbare voorspellingen zijn afgeleid, zo veel mogelijk ruis kunt verwijderen.

Veel van hun voorbeelden komen uit het strafrecht. Al in 1973 trok de Amerikaanse rechter Marvin Frankel ten strijde tegen de onthutsende discrepanties tussen vonnissen voor vergelijkbare delicten. Eén voorbeeld uit honderden: van twee mannen, blanco strafblad, die werden veroordeeld voor het verzilveren van een valse cheque van nog geen 60 dollar, kreeg de ene een gevangenisstraf van 15 jaar en de ander een van 30 dagen. In een studie uit 2011 bleek dat vonnissen na de lunch lichter uitvielen dan voor de lunch. Vrouwelijke rechters oordeelden milder dan mannelijke. Straftoemeting hing vooral af van welke rechter de zaak kreeg toegewezen. En dit was dan nog afgezien van verschillen die niet door ruis, een toevalsafwijking, maar door bias ontstaan, een systematische afwijking, zoals de gemiddeld strengere straffen voor zwarte Amerikanen.

Weerstand

Discrepanties als deze hebben geleid tot het opstellen van verplichtende richtlijnen. Maar de tegenstand onder rechters was – en is – groot. Het werd gevoeld als een inbreuk op de rechterlijke onafhankelijkheid, het zou het hun onmogelijk maken de straf toe te snijden op dit ene, unieke geval. Toen de status van richtlijn werd teruggebracht tot advies, namen de discrepanties weer toe.

Die weerstand is alomtegenwoordig als het gaat om pogingen ruis te reduceren door de invoering van richtlijnen en protocollen. Die zouden te weinig ruimte laten voor intuïtie, routine, de klinische blik, het gerijpte oordeel. Ruis bevat tientallen uitkomsten van experimenten die laten zien dat juist dat soort oordelen door inconsistenties en variatie, soms bij dezelfde beoordelaar, inferieur zijn aan oordelen waarbij vaak simpele voorzorgen in acht zijn genomen om ruis te reduceren.

Neem groepsdruk. Als in een sollicitatiecommissie, een jury, een toelatingscommissie, in vergadering bijeen, een ‘rondje’ gemaakt wordt, blijkt het oordeel van de eerste twee sprekers, zeker als dat eensluidend is, grote invloed te hebben op de oordelen die erna worden gegeven. Dat is te voorkomen door die oordelen van tevoren op papier te laten zetten en bij een derde in te leveren. Zonder die voorzorg is de kans groot dat er een gezellige consensus ontstaat, die ook nog eens als bewijs wordt opgevat voor de overeenstemming die tussen verstandige mensen nu eenmaal als vanzelf ontstaat.

Het optimale ruisniveau

Ruis neemt een haast filosofische wending als het gaat om het optimale ruisniveau. Dat is verrassenderwijs namelijk niet nul. Het kan te duur zijn om de laatste resten ruis te verwijderen en het kan mensen het gevoel geven niet meer dan een eenheid in een algoritme te zijn, of een nummer in een statistiek. De auteurs gaan ook in op het argument dat enige mate van ruis gehandhaafd zou moeten worden als afschrikwekkend middel. Een calculerende misdadiger zou als potentiële straf misschien wel het ruisloze vaste tarief van de richtlijn accepteren, maar zich nog eens bedenken als die straf door ruis ook hoger zou kunnen uitvallen. De auteurs suggereren droogjes dat je in dat geval in plaats van ruis toe te laten beter het vaste tarief van de straf kunt verhogen.

Het in 33 landen tegelijk verschenen Ruis is niet zo dik als Kahnemans bestseller Thinking, Fast and Slow (vertaald als Ons feilbare denken), waarvan het de opvolger is, maar ook lang niet zo spits. Lieve hemel, wat zit er veel repetitie in dit boek. Elke paragraaf wordt voorafgegaan door wat we zo meteen te lezen krijgen en gevolgd door wat we net hebben gelezen, na elk hoofdstuk volgen take home messages en aan het eind komt nog eens een samenvatting van het boek. Als lezer verzucht je: had een van de auteurs ingewisseld voor een redacteur. Maar ja, wie heeft de onafhankelijkheid van oordeel om deze drie autoriteiten tegen te spreken?

null Beeld Nieuw Amsterdam
Beeld Nieuw Amsterdam

Daniel Kahneman, Olivier Sibony en Cass Sunstein: Ruis – Waarom we zo vaak verkeerde beslissingen nemen, en hoe we dat kunnen voorkomen. Uit het Engels vertaald door Lidwien Biekmann en Koos Mebius. Nieuw Amsterdam; 448 pagina’s; € 27,99.

Meer over