InterviewDamon Albarn

Damon Albarn van Gorillaz: ‘Muziek maken is voor mij nu vooral lol maken’

Damon Albarn.Beeld Hollandse Hoogte/AFP

Als zanger van Blur wilde Damon Albarn nog weleens een stevige noot kraken. Daar is hij wel klaar mee. Voor hem draait pop nu vooral om plezier maken. En dat hoor je terug op het nieuwste Gorillaz-album.

Precies een jaar geleden ging Damon Albarn (52) zijn Londense studio in om te werken aan een nieuw Gorillaz-project. De virtuele popband, bestaande uit vier stripfiguren getekend door Jamie Hewlett, bestaat al twintig jaar. Aanvankelijk was Gorillaz alleen een studioband, sinds hun tweede album Demon Days (2005) is Gorillaz ook live gewild, maar concerten stonden eind oktober 2019 niet op de agenda.

‘Het idee was om met een zekere regelmaat losse tracks uit te gaan brengen’, vertelt Albarn via een Zoom-verbinding in West-Londen. ‘Ik en een of meer artiesten nemen een liedje op, waarbij Jamie dan een animatie zou maken. Het resultaat zouden we eens in de zoveel weken delen op YouTube en streamingdiensten.’

Momentary Bliss, waarvoor Albarn de Britse rapper Slowthai en punkrockduo Slaves uitnodigde, zou de eerste worden in een reeks nieuwe Gorillaz-nummers. Vorige week werden deze nummers, verzameld en aangevuld,  op een album gepresenteerd met de onhandig lange titel Song Machine, Season One: Strange Timez.

Albarn: ‘Dat het een maandelijks terugkerend gebruik zou worden, wist ik een jaar geleden nog niet. Jamie en ik werken beiden het best met een deadline, dus legde ik mezelf op om minstens iedere vier weken een liedje aan te leveren. Ik had daar geen problemen mee, maar voor Jamie en zijn animatoren was dat stevig aanpoten.’

Momentary Bliss is niet een typisch Gorillaz-nummer. Het begint als een rustig popnummer gedragen door melodisch gitaarspel, dan komt er een beat onder en een rapper bij, en barst het los in vrolijkheid.

‘Dat vrolijke is essentieel voor Gorillaz. Popmuziek is voor mij nu vooral plezier maken. Toen ik dertig jaar geleden begon met Blur had ik heel andere ambities; we wilden de wereld veroveren met onze liedjes. Popcultuur was ons enige referentiekader, we namen het heel serieus. De hitlijsten, de muziek van onze concurrentie – we hielden alles in de gaten.

Gorillaz treedt op in Barcelona in 2018.Beeld Redferns

‘Ik ben nu 52 en verdeel mijn aandacht over meerdere projecten tegelijk. Ik kom net terug uit Parijs, waar ik zes weken aan een muziektheatervoorstelling heb gewerkt, Le vol du Boli. Een productie met zestig man, allemaal met mondkapjes op. We zaten zo lang en zo dicht op elkaar, maar de voorstelling kwam er. Niemand van ons is besmet geraakt.’

Een wonder, vindt Albarn, die glundert van trots als hij vertelt dat het stuk, geschreven met de Mauritaanse regisseur Abderrahmane Sissako, later deze maand door de Franse tv-zender Arte wordt uitgezonden. ‘Ook zo’n project waarin een aantal van mijn passies samenkomen, zoals Afrikaanse muziek. Ik vind het leuk te merken dat ik daar in het theater heel anders mee omga dan wanneer ik afrobeatdrummer Tony Allen of zangeres Fatoumata Diawara voor een Gorillaz-track uitnodig. 

‘Ik was in Parijs vooral serieuzer; alles moest heel precies worden  uitgewerkt en gerepeteerd. Iedere noot van het koor moest kloppen. Ook heel leerzaam, maar ik kan na zes weken Parijs erg genieten van de vrijheid die mijn eigen studio me geeft. Morgen begin ik aan seizoen twee van Song Machine.’ Met ‘morgen’ doelde hij op afgelopen donderdag, een werktitel heeft Albarn nog niet als we elkaar woensdag spreken. 

Die van deel één, Strange Timez, kwam van The Cure-zanger Robert Smith, die te horen is in het gelijknamige liedje. ‘Alleen de z is van mij’, zegt Albarn die ‘vreemde tijden’ aardig vindt passen bij de huidige stand van zaken in de wereld. ‘Toen we aan dit project begonnen was de pandemie nog een schrikbeeld, bedacht door fantasten, maar ineens zaten we er middenin. 

‘Het gekke is dat dit project er niet veel onder te lijden had. Ik kon niet meer met de artiesten samen de studio in, maar ik kon ze wel per mail laten horen wat mijn idee voor een nummer was. Daarop reageerden ze dan weer met een eigen opname. Een wat vreemde manier van communiceren, maar het werkte wel.’

En wat was het een feest voor Albarn om met zo veel van zijn muzikale helden samen te werken. ‘Door naar Elton John te luisteren op de radio, leerde ik in de jaren zeventig pianospelen. Peter Hook was de bassist van Joy Division en New Order – toch twee van de meest legendarische bands die Engeland heeft voortgebracht. En over legendes gesproken: wat te denken van Robert Smith, of van Beck, of van Tony Allen? Allemaal hebben ze een cruciale rol in mijn muzikale vorming gehad.’

Hun bijdragen aan Gorillaz begonnen steeds met een ideetje van Albarn. ‘Dan had ik een melodielijn in mijn hoofd en dacht ik: hier past een wat huilerige zang bij, zal ik Robert Smith vragen? Elton Johns pianogeklater moest gewoon een keer in mijn muziek komen, en dat hij nu niet over de yellow brick road zingt, maar over een peach blossom highway vind ik wel geestig.

Behalve tussen artiesten uit zijn jeugd zocht Albarn ook rappers van nu uit, zoals Schoolboy Q, Slowthai en Jpegmafia. ‘Niet dat ik popmuziek nog echt volg, maar rap is zo ongeveer het enige waar ik echt enthousiast van word.’

Naast Afrikaanse muziek dan, waarvan hij goed op de hoogte werd gehouden door Tony Allen, de Nigeriaanse drummer die in april van dit jaar overleed en met wie Albarn bevriend was. Allen was drummer in de derde band van Albarn: The Good, the Bad and the Queen. Hij is samen met de Britse rapper Skepta te horen op How Far?, het slotnummer van het nieuwe Gorillaz-album.

‘Tony was mijn gids door de Afrikaanse muziek’, zegt Albarn. ‘Via hem leerde ik ook Fatoumata Diawara kennen, wier stem in Désolé me zielsgelukkig maakt.’

Gorillaz presenteert op dit zevende album een enorme diversiteit aan artiesten en muziekstijlen in liedjes die allemaal vrolijk om de toch naargeestige actualiteit heen lijken te bewegen. Albarn: ‘Dat is niet bewust. Maar ik proef wel weerzin om wat ik om me heen zie tot liedjes te verwerken. Ik kon dat wel als ik voor The Good, the Bad and the Queen componeerde, of voor mijn soloplaat (Everyday Robots, 2014). Misschien is het de ernst of de gruwelijkheid van corona, of het cynisme van de Britse politiek, dat me ervan weerhoudt. Ik ben er niet uit. 

‘Pop is voor mij in ieder geval geen middel meer om commentaar op de maatschappij te leveren. Pop is fun, Gorillaz is ook vooral fun. Maar als ik morgen de studio inga zou het best kunnen dat een beeld uit de actualiteit opdoemt waar ik ineens een tekstregel bij heb. Ik vrees dat de fun dan ver weg is, want ik maak me toch te veel boos.’

En dan brandt Albarn los over alles waar hij nu even niet over wil schrijven. De steeds schevere verhoudingen in de samenleving tussen arm en rijk, en wit en zwart. De veel te grote nadruk die de overheid in haar coronabeleid legt op het beschermen van ouderen, ten koste van de jongeren. 

‘Een hele generatie wordt uitgaan, concertbezoek en allerlei ander vertier ontnomen. Dat leidt tot een zorgwekkende lethargie onder tieners die niets anders kunnen doen dan met hun mobieltje spelen. Onze regering bedenkt regels voor anderen waar ze zich zelf niet aan houden. Daar wordt een mens ontzettend cynisch van. Dit gaat alle schaamte voorbij, daar kan ik geen liedjes over schrijven.

‘Maar’, zo besluit Albarn zijn tirade, ‘deze tijd van afzien heeft twee grote wonderen in mijn leven gebracht: onze opera in Parijs kon gewoon doorgaan, zonder besmettingen, en ik heb op mijn 52ste mijn rijbewijs gehaald.

‘Daar lach je misschien om, maar het is net als met popmuziek maken: hoe ouder je wordt, hoe moeilijker het is. Ik ben echt zo blij als een kind dat ik nu zelf de stad uit kan rijden als het me hier te veel wordt. Eerst ga ik morgen de studio in, lol maken. Gorillaz-lol, wat nu even het leukste is dat ik kan bedenken.’

Gorillaz: Song Machine, Season One: Strange Timez. Parlophone/Warner.

BlurBeeld Getty

25 jaar Britpop

Dit jaar wordt gevierd dat het 25 jaar geleden is dat de britpop – met Oasis, Blur en Pulp als belangrijkste bands – een commerciële piek bereikte. Het succesvolste britpopalbum, (What’s The Story) Morning Glory?, verscheen in een luxe-editie en fotograaf Kevin Cummins publiceerde het fotoboek While We Were Getting High, waarin je alle kopstukken uit die tijd terugvindt.

Damon Albarn heeft het boek nog niet gezien. ‘Cummins is een geweldig fotograaf, maar sta ik er wel in?’

Uiteraard, en vaak ook. Maar is het wel iets om te vieren? Was britpop niet een beetje benauwend nationalistisch door dat gedweep met de Union Jack?

Albarn: ‘Dat hoor je vaker, maar er werd toen ook al geweldige jungle en techno gemaakt die net zo veel aandacht kreeg. Britpop was vooral een reactie op grunge uit Amerika, zwaarmoedig gedrein waarvan we in Londen gewoon genoeg hadden. We grepen terug naar platen van The Kinks en Small Faces, gingen dansen op oude soul en beat. Dat werkte door in de liedjes die we schreven.

‘Het duurde even voordat het aansloeg, maar ineens bleken er in heel Groot-Brittannië bandjes met een zelfde soort gevoel te spelen; we hadden even iets dat helemaal van onszelf was.

‘Dat vlagvertoon was nooit een serieus statement. Je moet ook niet vergeten dat dit de laatste popstroming was voordat internet opkwam. Alles ontstond min of meer spontaan. Je moest ook moeite doen om oude popplaten te vinden. Die sport van het zoeken maakte het ook leuk, maar die bestaat niet meer. Wie nu met een Union Jack zwaait, krijgt meteen heel internet over zich heen, en terecht. Iedereen heeft nu een mening over een stroming, voordat die goed en wel ontkiemd is. Veel wordt zo in de knop al gebroken. Britpop kon nog opbloeien tot iets dat heel even echt mooi was en veel vreugde gaf.’

Streamconcert

Hoe het er allemaal uit gaat zien, daar wil Damon Albarn nog niks over kwijt, maar er staan drie stream-concerten gepland op 12 en 13 december dit jaar waarvoor de kaartverkoop begonnen is (Gorillaz.com/tour).

Drie tijdzones, drie concerten, dat is de bedoeling. Combitickets zijn een optie.

Ook over wie er meedoen laat Albarn weinig los. ‘Elton John heeft bedankt maar verder heb ik geen afmeldingen. Laten we dit ellendige jaar in ieder geval een beetje vrolijk proberen te eindigen.’

Meer over