Actie / Thriller / Misdaad

Daglicht

In vergelijking met andere polderthrillers doet Daglicht het niet slecht

Berend Jan Bockting

Daglicht is een puzzel. Geen moment laten de makers onbenut om dat te benadrukken. Het litteken van een brandwond op de rug van hoofdpersonage Iris, te zien tijdens de eerste minuten van de film? Je kunt er vergif op innemen dat die later in het verhaal terugkomt. De dame die in een kale, kille, donkere ruimte vol schaduwen namens een familiebedrijf vertelt dat het een bedrijf is 'dat je kan vertrouwen'? Totaal onbetrouwbaar natuurlijk.

Subtiel is regisseur Diederik van Rooijen niet, met zijn verfilming van de gelijknamige bestseller van Marion Pauw. Het verhaal draait om de jonge advocate Iris (Angela Schijf), die ontdekt dat haar moeder (Monique van de Ven met een stijfgelakte grijze coupe) jaren verborgen hield dat ze een oudere broer heeft. Daar heeft ze zo haar redenen voor: deze Ray (Fedja van Huêt) zou begin jaren tachtig een dubbele moord hebben begaan en bivakkeert sindsdien in een tbs-kliniek.

In haar vrije tijd duikt Iris in zijn dossiers, terwijl ze ondertussen een zaak voor het bewuste familiebedrijf tot een goed einde moet brengen, waar de pornoproducerende zoon (Thijs Römer) niet van plan is de schone schijn op te houden. O ja: ze is ook de alleenstaande moeder van de 7-jarige Aron, die net als Ray kampt met autisme.

Het ligt er wat dik bovenop allemaal, de wetenschap dat alles met elkaar te maken heeft. De scènes vol indringende en mysterieuze blikken, geheimzinnige ontmoetingen en toevallige versprekingen. Toch werkt dat hier wel, zo'n uitroeptekenthriller waarin het begint te onweren wanneer het écht spannend wordt.

Knap ook dat Van Rooijen er een stevig deel van de speelduur in slaagt de verschillende plotlijntjes overzichtelijk door elkaar te vlechten. Daglicht doet het wat dat betreft niet slecht vergeleken met de onbeholpen concurrentie in het polderthrillergenre, waar de standaard tot nu toe door De Heineken Ontvoering en De Verbouwing wordt bepaald.

Dat is ook te danken aan het degelijke tot sterke spel van de acteurs. In de Verenigde Staten geldt de ongeschreven regel dat het spelen van geestelijk gemankeerde personages de kans op belangrijke filmprijzen drastisch vergroot; als we die lijn doortrekken naar Nederland maakt dat Fedja van Huêt vast favoriet voor een Gouden Kalf in september. Zijn autistische Ray is een over-the-top Rain Man, een personage waaraan hij zijn complete arsenaal tics en vreemde stembuigingen kwijt kan, zonder uit de bocht te vliegen. Tussen zijn onverwachte woede-uitbarstingen door maakt Van Huêt hem op knappe wijze een stuk innemender dan zijn grauwgrijze gelaat doet vermoeden.

Dergelijke ambiguïteit is in het verdere verloop van Daglicht ver te zoeken. Wanneer de laatste en belangrijkste wending zich openbaart, brengt regisseur Van Rooijen een opgeloste rubikskubus in beeld.

Meer over