DAGBOEKGerald Early (1952)

Dagboekfragment: Zwarte man voelt zich niet thuis in Harlem

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Een dakloze in de straten van New York, 1999. Beeld Corbis via Getty Images
Een dakloze in de straten van New York, 1999.Beeld Corbis via Getty Images

New York, 24 november 1987

Harlem zag er erger uit dan ooit. Ik dacht dat ik ergens in Bombay was. Overal rondhangende werklozen, zwervende junkies op straat. Ik was met een zwarte vrouw, Jackie, uit Oregon geloof ik, die net als ik de conferentie bezocht en die mij vergezelde. Beter gezegd: ik vergezelde haar, want ze had mij gevraagd met haar mee te gaan.

We waren allebei goed gekleed en dat maakte ons het mikpunt van bedelaars. Eén man bleef ons hardnekkig achtervolgen. ‘Zijn jullie dan geen christenen?’, riep hij. En: ‘Ik weet niet of je het weet, maar jullie zijn óók zwart.’

Daar had hij gelijk in. Maar ras volstond niet om me schuldig te voelen. Ras was niet genoeg om me solidair te voelen – lang niet genoeg. Mijn gevoel scheurde me in tweeën.

Wie zijn deze zwarten? Niet de mijne, niet mijn zwarten, mijn ­armen – laat me met rust! Hun ­e­llende en wanhoop en hun abominabele leefomgeving ­waren me echter niet onbekend; ik ben niet voor niets opgegroeid in een arm zwart milieu.

Maar dit kon ik niet aan, niet in deze intensiteit. Ik wilde me afwenden, me verlossen van een schaamtegevoel dat me kwelde als een barstende hoofdpijn, omdat ik geld had, fijne kleren droeg en downtown in een dure hotel­kamer zat.

‘Maar dat hotel kan ik zelf niet betalen’, wilde ik roepen, ‘het wórdt voor mij betaald.’ Zinloos: ik had mensen die bereid waren mij te financieren. Zij hadden ­niemand.

Gerald Early (1952), Amerikaanse ­criticus en essayist. Ingekort fragment uit Our Private Lives. Vintage, 1990.

Meer over